Markt geeft rentestap ECB al zegen

Nu de geldgroei in euroland in september snel blijkt te zijn toegenomen, lijkt een renteverhoging door de ECB volgende week steeds waarschijnlijker. De obligatiemarkt reageert al vast gunstig op dat vooruitzicht.

,,Als de centrale bank geloofwaardig is, dan zal de lange-termijnrente zich niet ver van het niveau begeven dat zich verdraagt met een blijvend vooruitzicht van prijsstabiliteit.'' dat zei chef-econoom en bestuurder van de Europese Centrale Bank, Otmar Issing, maandag in een toespraak in Londen.

Het onderwerp dat Issing aansneed is zeer actueel. De lange-termijnrente wordt niet bepaald door de ECB, maar is het resultaat van de koersvorming van langlopende obligaties die worden verhandeld op de vrije financiële markt. Als obligatiebeleggers vrezen dat hun vastrentende schuldpapier wordt uitgehold door een oplopende inflatie in de toekomst, dan vragen zij een hogere rente.

Op de obligatiemarkt is de effectieve rente op langlopende obligaties dit jaar sterk en gestaag gestegen van 3,6 procent naar meer dan 5,6 procent. Nu is het gangbaar dat bij oplopende economische activiteit de `lange rente' stijgt: er is een grotere vraag naar kapitaal, én samen met de aantrekkende economie zal ook de inflatie naar boven tenderen. Maar de stijging van de lange rente was sinds de zomer zo sterk, dat op de financiële markten de vraag begon te rijzen of de ECB wel goed genoeg bij de les was bij het bestrijden van inflatie.

De ECB verlaagde in de lente van dit jaar zijn belangrijkste rentetarief voor de geldmarkt, de basisherfinancieringsrente, van 3 procent tot 2,5 procent. Maar naarmate de economie van de euro-landen zich steeds veelbelovender ontwikkelde en de sterk stijgende prijs van vooral ruwe olie begon door te sijpelen in het algemene prijspeil, was het een kwestie van tijd voordat de ECB die renteverlaging - of een deel daarvan - zou moeten terugnemen.

Maar wanneer? Veel analisten gingen er van uit dat dit al drie weken geleden zou gebeuren, maar Duisenberg zei toen na de tweewekelijkse vergadering van het ECB-bestuur dat de rente ongewijzigd bleef. Vorige week donderdag deed de ECB ook niets. Sinds gisteren is de kans evenwel sterk toegenomen dat volgende week de stap wél zal worden gezet.

President Duisenberg, die de vergaderingen van de ECB-bestuursraad voorzit, vermijdt polarisatie en neemt het liefst besluiten bij consensus. Maar de economische groei in de afzonderlijke euro-landen loopt op dit moment nogal uiteen. Duitsland en Italië lopen achter, de kleinere landen liggen vóór en Frankrijk bekleedt een middenpositie. Alleen bij afdoende bewijs dat een renteverhoging `euro-breed' te rechtvaardigen is, zal het ECB-bestuur bij consensus de rente kunnen verhogen.

Die rechtvaardiging is er sinds gisteren. Toen bleek dat de geldgroei in de eurozone in september verder versneld is, tot een tempo van 6,1 procent op jaarbasis.

De groei van de geldhoeveelheid is een belangrijke leidraad voor de ECB. De theorie is dat, als de hoeveelheid geld in omloop in de economie sneller toeneemt dan de waarde van de goederen en diensten die worden geproduceerd, er te veel geld circuleert tegenover te weinig goederen en diensten. In dat geval zal inflatie optreden - goederen en diensten worden zoveel duurder dat hun totale waarde weer past bij de hoeveelheid geld in omloop. Voor dit jaar hanteerde de ECB een `referentiewaarde' voor de geldgroei van 4,5 procent. Zo'n groei zou consistent zijn met de prijsstabiliteit die de ECB nastreeft. Maar al sinds begin dit jaar groeit de geldhoeveelheid sneller dan dat. Met de 6,1 procent geldgroei van gisteren is de stijgende lijn voortgezet, en dat kan op zijn minst dienen als rechtvaardiging om de rente volgende week op te schroeven.

De obligatiemarkt vertoonde gisteren het gedrag waarop Issing maandag duidde: direct na de publicatie van de geldgroeicijfers stegen de koersen fors, en de lange-termijnrente daalde daarmee van 5,6 procent naar 5,44 procent vanmorgen. De kans dat de ECB volgende week de rente verhoogt is sterk toegenomen, de centrale bank lijkt weer bij de les.

Dat moet natuurlijk volgende week nog blijken als het besluit tot een renteverhoging daadwerkelijk wordt genomen. In de euro-landen waar het economisch nog niet zó goed gaat zal de ECB dan kunnen rekenen op kritische geluiden. Maar Duisenberg en de zijnen weten gezien de koersreactie van obligaties gisteren wel dat een besluit om de rente op te schroeven de goedkeuring draagt van de financiële markten.