`Ik neem mijn personeel serieus'

De Marokkaanse Rahma El Mouden won de prijs voor beste zwarte zakenvrouw van Nederland. Maar de directeur van het Multicultureel Amsterdams Schoonmaakbedrijf is nog lang niet tevreden.

In een branche waar bijna alleen maar vrouwen werken maar vrouwen zelden de leiding hebben is de 40-jarige Marokkaanse Rahma El Mouden een uitzondering. Binnen enkele jaren klom ze op van schoonmaakster in loondienst tot directeur van haar eigen Multicultureel Amsterdams Schoonmaakbedrijf (MAS).

In drie jaar tijd vertienvoudigde ze de omzet, en het personeelsbestand. Juist nu er een enorm tekort is aan schoonmaakpersoneel. Het ziekteverzuim is nagenoeg nul en het verloop van het Ghanees, Portugees, Turks, Marokkaans, Surinaams, Antilliaans en Egyptisch personeel te verwaarlozen. ,,Een grote sprong voor een Noord-Afrikaanse in Nederland'', zo oordeelde de jury van de European Federation of Black Women Business Owners in Londen. De prijs voor de beste zwarte zakenvrouw van Nederland staat prominent op de kast in haar huiskamer.

Haar man was in eerste instantie niet blij, in 1978, toen El Mouden twee uurtjes per dag wilde gaan werken. Ook een beetje angstig. Ze hadden een huis en konden toch rondkomen? En de Marokkaanse gemeenschap vroeg zich af waar `die vrouw `s avonds zonodig alleen naar toe moest'. Maar met twee kinderen thuiszitten in de Bijlmer was niet het ideaal dat El Mouden voor ogen had toen ze met haar man naar Nederland vertrok. ,,Toen ik jong was dacht ik dat ik in Europa automatisch gelukkig zou zijn. Dat was niet zo. Daarom besloot ik een zelfstandige vrouw te worden.''

Schoonmaakwerk lag het meest voor de hand. Twee uurtjes in de avond als haar man thuis was en op de kinderen kon passen. En later: Nederlandse les 's avonds na het werk en twee uur schoonmaakwerk extra in de ochtend als de kinderen op school zaten. En de moedermavo. Ze viel op bij het schoonmaakbedrijf en kreeg de leiding over acht mensen. El Mouden volgde cursus na cursus tot ze assistent-manager werd. Met tachtig man personeel onder zich regelde ze bijna alles.

,,En toen hield het op.'' Omdat ze allochtoon en vrouw is denkt ze zelf. De man die ze zelf had opgeleid werd manager. Ze wilde weg. Nu is haar schoonmaakbedrijf met 65 opdrachtgevers en 70 man personeel de grootste concurrent van haar voormalige werkgever. De prijs kreeg ze ondermeer voor haar personeelsbeleid. ,,Ik heb hetzelfde product, hetzelfde personeel en dezelfde CAO als de andere bedrijven'', zegt El Mouden, ,,alleen is mijn aanpak anders. Ik luister naar mijn personeel.''

,,In de 21 jaar dat ik in de schoonmaakbranche gewerkt heb, is er niet een werkgever geweest die zijn personeel seriues nam. Het ging alleen over omzetten. Ik schat dat bijna 90 procent van het schoonmaakpersoneel in Amsterdam allochtoon is, maar in het kerstpakket zat ieder jaar wijn en varkensvlees. Bij geschillen tussen opdrachtgever en schoonmaker kreeg de klant bijvoorbaat gelijk.'' Natuurlijk spreekt bijna al het personeel slecht Nederlands, legt ze uit. ,,Als je de taal goed spreekt ga je niet schoonmaken.'' Schoonmakers die hun werk goed doen biedt ze aan om Nederlands te leren.

De bedrijven waar ze werkte betaalden salarissen te laat uit en schoonmakers werden door slechte contracten aan het lijntje gehouden. El Mouden leidt haar personeel de eerste twee weken zelf op, daarna krijgen ze een uren-contract. Of niet: ,,Ik ben geen Sinterklaas.'' En haar man? ,,Die werkt nu voor me, hij is mijn rechterhand.''

Binnenkort verhuist ze noodgedwongen naar een grotere ruimte. Maar haar idealen heeft ze nog niet gerealiseerd. MAS moet het beste schoonmaakbedrijf van Amsterdam worden. En ze is blij met de prijs voor de beste zwarte zakenvrouw, maar er is iets dat ze liever wil: de beste Néderlandse zakenvrouw zijn. ,,Ik wil een voorbeeld zijn voor andere schoonmaakbedrijven door te zeggen: zo kan je ook met je personeel omgaan.''