Ik kan een schroef losdraaien

Het is een geniaal systeem, de schroefverbinding. De spiraalvormige groeven in een bout of schroef zijn in staat twee voorwerpen of materialen stevig op elkaar te klemmen. Dankzij de wrijving tussen materiaal en groeven gaat die verbinding niet vanzelf los. Alleen met het gereedschap dat ook voor het vastzetten is gebruikt gaat de schroef weer los: met de schroevendraaier dus.

Dat is de theorie. In de praktijk kan een vervelend probleem optreden: de schroef gaat niet meer los.

Daar is meestal wel wat op te verzinnen. Het belangrijkste is het hoofd koel te houden en het gebruik van grof geweld zo lang mogelijk uit te stellen.

We beginnen met het geval van de vastzittende houtschroef. Het gebeurt nogal eens dat in ouder houtwerk de schroef dichtgeschilderd is. Een bekend voorbeeld zijn de schroeven die in het scharnier van een deur zitten. Generaties huisschilders en hobbyisten hebben er fijn op losgekwast en het resultaat is een schroef waarin de gleuf (of het kruis) vol zit met verf. De schroevendraaier vindt geen grip, schiet er een paar keer uit en de gleuf die toch al weinig houvast gaf, doet dat nu nog minder. Beter was het daarom geweest de gleuf eerst eens open te hakken. Een oude schroevendraaier is voor dat doel heel geschikt. Wie alleen maar nieuwe schroevendraaiers heeft hoeft niet te wanhopen: ten eerste gaat het met een nieuwe nog beter dan met een oude, en daar komt dan nog bij dat men na dit werkje de beschikking heeft over een eersteklas oude schroevendraaier. In ieder geval: zet de schroevendraaier schuin op de gleuf, tik met een hamer op het heft en bik de verf uit de groef. Als de gleuf gerestaureerd is, kan het zijn dat de schroef er nu wel uitgaat, maar het kan ook nodig zijn de randen rondom de schroef van verf te ontdoen. Lukt het nog steeds niet – het meest waarschijnlijke is dan dat de schroef in het hout aan het roesten is geslagen – dan wordt het tijd voor de volgende ronde: hitte. Het beste lukt het met zo'n föhn die wordt gebruikt voor het afbranden van verf, maar het gaat ook met een soldeerbrander. Richt de hitte op de schroef, wacht even, en de schroef gaat er in negen van de tien keer nu gewillig uit.

Voor die tiende keer kan eventueel een wapen in stelling worden gebracht dat menige sleutelaar in zijn gereedschapskist heeft liggen (of anders voor verbluffend weinig geld bij de ijzerhandel te koop is): de slagschroevendraaier. Het is een schroevendraaier van zwaar metaal die na een slag met de hamer een draaiende beweging maakt. Meestal wordt ie verkocht samen met een aantal losse schroefbitjes. Zet het passende bitje in de gleuf en geef een klap met een zware hamer op de achterkant. Als de schroef nu nog niet van wijken weet, kan uitboren worden overwogen. Sla met een stalen centerpunt een putje in het midden van de schroef, zet een flinke dikke boor in de boormachine, zet de boor op dat putje en boor de kop van de schroef tot metaalgruis. Het scharnier gaat er nu zeker af en als wraak is dat wegboren ook heel tevredenstellend. Het nadeel van deze methode is echter evident: het grootste deel van de schroef blijft in het kozijn achter.

Vastzittende schroefverbindingen in de fiets- en autosfeer komen ook nogal eens voor. We spreken hier overigens niet van schroeven, maar van bouten. De meest waarschijnlijk oorzaak is hier roest. Kruipolie! roept nu iedere huisvader. Inderdaad kan dat goedje uitkomst bieden, maar het is zeker geen wondermiddel. Belangrijk is de omgeving van de bout goed schoon te borstelen, en vooral ook niet de moer te vergeten waarin het andere eind van de bout vastdraait. Spuit de kruipolie op de bout en de moer, wacht een paar uur en probeer het nog eens. Lukt het niet, herhaal de behandeling en wacht een dag. Gaat het nog steeds niet, hanteer dan de hierboven genoemde instrumenten: de föhn en de slagschroevendraaier en uiteindelijk de boor.

Tot slot nog een tip voor schroeven die uit een muur zijn gehaald. Meestal lukt dat goed, maar de operatie is pas voltooid als ook de pluggen waarin ze zaten zijn verwijderd. Dat gaat heel gemakkelijk door een niet te dikke schroef een centimeter of wat in de plug te draaien en die er dan met een flinke tang weer uit te rukken. De plug komt dan vrijwel altijd mee.