IJzeren kaas/zoet-regel roest

Zo'n negen miljard boterhammen per jaar. Het lijkt onbegrijpelijk veel, maar omgerekend valt het nog wel mee: ruim anderhalve boterham per Nederlander per dag. Wat smeren, leggen en strooien we daar allemaal op?

Grof verdeeld: drie miljard boterhammen met kaas, drie miljard met vleeswaren en drie miljard met `zoet' beleg. De cijfers zijn afkomstig van onderzoeksbureau Nielsen, Albert Heijn en Koninklijke De Ruijter. ,,De verdeling verschuift langzaam in de richting van meer zoet beleg'', zegt Monique Forschelen, productmanager bij De Ruijter.

Vroeger gold de ijzeren regel: eerst een boterham met hartig beleg, dan pas een boterham met zoet beleg. Als kind moest je met tegenzin een stugge boterham met kaas wegwerken, om eindelijk een boterham met hagelslag en echte boter te mogen eten. ,,Aan dat principe wordt minder strak vastgehouden'', zegt Forschelen. ,,Uit ons focus-onderzoek blijkt dat de vrije moeders, zoals wij ze noemen, hun kinderen vaker zelf laten bepalen wat ze eten, zeker als de kinderen iets ouder zijn. Als ze maar eten, die gedachte. De voedingswaarde wordt minder belangrijk gevonden.'' De categorie `bezorgde moeders' houdt nog wel vast aan de `eerst hartig dan zoet'-regel.

Er is strooibaar en smeerbaar zoet beleg. Ongeveer twee miljard boterhammen worden besmeerd (jam, pindakaas, honing) en één miljard wordt bestrooid met hagelslag, vlokken, muisjes, vruchtenhagel en alle andere leuke variaties die de afgelopen jaren zijn bedacht, zoals banaanhagelslag en caramelhagel.

Onder het zoete broodbeleg is jam het populairst: 690 miljoen boterhammen per jaar. ,,Jam wordt vooral door ouderen gegeten'', zegt Ton van Haarlem, category manager broodbeleg bij Albert Heijn. Hagelslag is een goede tweede: 625 miljoen boterhammen. Hoe is het zo ver gekomen? De Amsterdammer Hendrik de Vries begon eind vorige eeuw chocola en suikerwerk te verkopen. Na een tijdje kwam zoon Gerard in de zaak. De Vries en Zonen wordt, inderdaad, Venz. Het bedrijf groeit, er worden repen en bonbons verkocht, Gerard opent een fabriek en heeft in 1936 een lumineus idee. Hoe hij er precies toe gekomen is hagelslag te gaan maken, vertelt de overlevering niet. Zeker is dat Venz de eerste hagelslagproducent was.

De Ruijter komt, ondanks het authentieke imago, pas in 1957 met hagelslag op de markt. Tegenwoordig is Venz onderdeel van Koninklijke De Ruijter. De hagelslag wordt in dezelfde fabriek gemaakt. Cacaopoeder, cacaoboter en suiker worden vermengd en door een grote plaat met gaatjes geperst. De lange spaghetti-achtige draden breken vanzelf en de korrels komen in grote ketels. Laagje suiker eromheen en voilà: hagelslag.

Iedereen eet het. ,,Maar de heavy users zijn toch de gezinnen met kinderen'', zegt Van Haarlem. ,,Volwassenen eten hagelslag vaak in het weekend. Een beetje verwennerij, lekker, niet zo rationeel doen.''

Onder kinderen eet de groep 13 tot 17 jaar het meeste brood, en dus ook veel hagelslag. Maar voor De Ruijter zijn de kinderen (Venz!) van 6 tot 12 jaar ,,een hele belangrijke groep'', zegt Forschelen. Venz is met 35 procent marktleider in hagelslag. Oh ja, in een pak hagelslag zitten zo'n 40.000 korreltjes.