Grenspomphouders mogen steun houden

Benzinepomphouders in de grensstreek hoeven hun ten onrechte ontvangen subsidie niet terug te betalen. Dat heeft minister Zalm (Financiën) laten weten aan de Bovag.

Het kort geding dat de Bovag hierover tegen de Nederlandse staat had aangespannen is daarmee van de baan. Voor de rechtbank van Den Haag zou vandaag een kort geding dienen waarin de Bovag van Zalm wilde weten of hij van plan is de subsidiegelden van de individuele pomphouders terug te vorderen. Dan hadden die beroep willen aantekenen tegen de beslissing van de Europese Commissie dat de subsidies onrechtmatig toegekend zijn. De termijn waarbinnen de pomphouders in beroep kunnen gaan loopt maandag af.

De voormalige Eurocommissaris Van Miert (Mededinging) oordeelde in juli dat de Nederlandse regering exploitanten van tankstations in de grensstreek geen subsidie had mogen toekennen als compensatie voor de gestegen accijnzen op benzine. Nederland wilde daarmee het concurrentienadeel voor de grenspomphouders ten opzichte van hun branchegenoten in België en Duitsland wegwerken. Van Miert oordeelde dat dat in strijd is met Europese regels voor vrije concurrentie. De subsidies zijn volgens hem ongeoorloofde staatssteun. Van Miert droeg minister Zalm op de verstrekte gelden terug te vorderen.

Dat de pomphouders de subsidiegelden niet terug hoeven te betalen, betekent volgens een woordvoerder van de Bovag niet dat Nederland ze niet terug hoeft te vorderen. ,,Europa zal het geld toch terug willen zien.'' Volgens de Bovag kan Zalm de oliemaatschappijen die benzine en diesel aan de pomphouders leveren daarop aanspreken. ,,Veel pomphouders hebben een contract met de oliemaatschappijen waarin staat dat die hen moeten bijstaan als in hun omgeving een prijzenslag woedt'', aldus de woordvoerder. ,,Brussel redeneert dat niet de Nederlandse staat, maar de oliemaatschappijen de pomphouders in de grensstreek te hulp hadden moeten schieten. Dat staat immers in die contracten.'' Niet alle 450 pomphouders die ten onrechte subsidie hebben ontvangen hebben overigens zo'n contract met een oliemaatschappij, dat zijn er slechts 250. De 200 andere tankstations lopen wel het risico dat hun subsidie teruggevorderd zal worden. Deze pomphouders zullen daarom wel beroep aantekenen tegen de beslissing van Brussel, aldus de Bovag-woordvoerder.

Met de subsidies aan tankstations in de grensstreek is in totaal 127 miljoen gulden gemoeid. Zalm heeft 630 popmhouders gesubsidieerd. Alleen de 450 benzinestations die meer dan 100.000 euro (ruim 220.000 gulden) subsidie hebben ontvangen, stuitten op een verbod van de Europese Commissie.