Geen opties voor enkelen, maar aandelen voor iedereen

De belangstelling voor aandelenplannen onder werknemers neemt toe. Er is alle reden om die plannen hoog op de agenda te plaatsen, meent Henk Kool. Maar bedacht moet worden dat het hebben of krijgen van aandelen géén beloningsinstrument is.

Bonden eisen aandelen bij Philips op'. Deze of dergelijke koppen sierden de afgelopen tijd menig dagblad. Het Financieele Dagblad opende er zelfs de krant mee. Opmerkelijk is het inderdaad. Niet zozeer dat werknemers in toenemende mate participatie opeisen in het kapitaal van de onderneming waar zij werkzaam zijn, maar dat zij daarbij nu breed worden ondersteund door de vakbeweging. Dat is wel eens anders geweest.

Tot voor kort werd in de vakbeweging, en in de top van de vakcentrale FNV nog steeds, het verstrekken van aandelen aan werknemers verketterd onder het mom van verwerpelijk `arbeiderskapitalisme'. Dubbele moraal is hier niet vreemd aan. Want menig miljoentje uit de stakingskas van de bij de FNV aangesloten bonden is en wordt even zo vrolijk via de beurs in aandelen belegd.

Is het verspreiden van aandelen onder werknemers de laatste stap in ons poldermodel en de definitieve opheffing van de tegenstelling kapitaal en arbeid in onze kapitalistisch georganiseerde samenleving?

Vaststaat in ieder geval dat de belangstelling voor aandelenplannen onder werknemers toeneemt. Bij het Nederlands Participatie Instituut (NPI) komen dagelijks aanvragen binnen voor hulp en advies bij het opzetten van aandelenplannen voor het eigen personeel. Deze aanvragen zijn ongeveer in gelijke mate afkomstig van ondernemingsraden en van directeur-eigenaren van ondernemingen. Vooral in de IT-sector wordt het verstrekken van aandelen aan het eigen personeel niet ten onrechte door werkgevers gezien als een instrument voor het binnenhalen en vasthouden van goed personeel. In deze periode van krapte op de arbeidsmarkt geen slechte gedachte. Ook veel familiebedrijven met opvolgingsproblemen kiezen in toenemende mate voor gehele of gedeeltelijke verkoop van het bedrijf aan het eigen personeel. De motivatie vanuit de ondernemingsraden ligt vaak meer op het terrein van het verkrijgen van (extra) medezeggenschap via deelname in het aandelenpakket van de eigen onderneming.

Toch is het verschijnsel van aandelenplannen in Nederland ten opzichte van de ons omringende landen en in de Verenigde Staten nog slecht ontwikkeld. Het laatste wetenschappelijk onderzoek dat in opdracht van het NPI in 1996 werd uitgevoerd, leert dat slechts vier procent van alle bedrijven in Nederland een regeling kent uiteenlopend van een winstdelingsregeling tot een compleet aandelenplan. In een ruwe vergelijking met Engeland en Frankrijk – respectievelijk 40 procent en 50 procent – en de Verenigde Staten – zelfs 60 procent – steekt Nederland daar povertjes bij af. Maar de stroom rijst al meer en meer.

Er is alle reden om financiële participatie door werknemers hoog op de agenda te plaatsen. Na de tijdelijke oprisping in de jaren zestig en zeventig, toen het ging om slecht onderbouwde en al te revolutionaire kreten als arbeiderszelfbestuur en vermogensaanwasdeling, is het stil geworden rond dit thema. Heel af en toe duikt de arbeiderscommissaris nog eens op, maar zodra deze figuur zijn kop boven het maaiveld steekt, wordt hij alweer onthoofd. En dan is er natuurlijk nog het rapport van de commissie-Peters over corporate governance, maar dat handelt uitsluitend en alleen over de versterking van de rol en betekenis van de aandeelhouder en spreekt zich in het geheel niet uit over de rol van de werknemers in deze.

Buitenlandse ondernemingen kijken verbaasd naar het ontbreken van dergelijke financiële regelingen voor werknemers in ondernemingen en mijden vestigingen in Nederland wegens onbegrijpelijke fiscale belemmeringen. De aanstaande belastingherziening zou daar wat aan kunnen doen door aftrekbaarheid van vermogensverlies mogelijk te maken en enige prikkels op te nemen die het verspreiden van aandelen onder de eigen werknemers stimuleren. Wil Nederland zijn internationale (concurrentie)positie blijven behouden, dan zal op dit punt echt iets moeten gebeuren.

Maar bredere personeelsregelingen in de vorm van aandelen kunnen ook het antwoord zijn op de terecht door FNV-voorman Lodewijk de Waal omschreven `kleptocratie' van de managers van grote multinationale ondernemingen. Geen opties voor enkelen, maar aandelen voor iedereen. Het komt er niet op aan tegen opties te zijn, maar voor aandelen te pleiten.

Het zou Lodewijk de Waal sieren ook deze stap te zetten en het niet te laten bij het veroordelen alleen. Premier Wim Kok doet met het doen van uitspraken al niet voor De Waal onder en had het over `exhibitionistische zelfverrijking', maar doet er verder eveneens het zwijgen toe.

Tot nu toe hebben de FNV en de politiek niets tegenover het werkstukje van de VNO-NCW met een vrij machteloze gedragscode voor managers met optieregelingen in de plaats kunnen zetten. Brede aandelenregelingen voor werknemers in het eigen bedrijf zijn wel een antwoord met bovendien gunstige macro-economische effecten. Bijvoorbeeld het terugdringen van het consumptief gedrag en daarmee het beteugelen van inflatie. Méér geld voor investeringen en groei van de werkgelegenheid is een ander effect.

Terug naar Philips. Bij het toepassen van aandelenregelingen moet worden bedacht dat het hebben of krijgen van aandelen géén beloningsinstrument is. Het beschikbaar stellen van aandelen moet altijd naast de bestaande belonings- en salarisstructuur worden geplaatst. Doe je dat niet, dan gaat de beloning al snel de richting uit van het onwenselijke stukloon. De meeste aandelenplannen in Nederland gaan uit van het kopen van aandelen door de werknemers. Het verhuren of verkopen van je arbeidskracht is heel iets anders en moet dus ook niet worden vermengd met het participeren van werknemers in het kapitaal van de onderneming. Hopelijk zullen de vakbonden aan de onderhandelingstafel bij Philips dit onderscheid strikt handhaven.

Met het hebben van aandelen loopt de individuele werknemer risico. De koers kan omlaag gaan en in het ergste geval gaat het bedrijf failliet. Maar het is juist dit risico dat maakt dat de betrokkenheid van de werknemers bij het eigen bedrijf wordt vergroot. Niet alleen met het eigen directe werk, maar ook met het beleid van de onderneming als geheel. En dat sluit aan op de maatschappelijke ontwikkeling van goed opgeleide, mondige, zelfstandige en betrokken medewerkers.

Henk Kool is directeur van het Nederlands Participatie Instituut.