Gat in wet voorkwam tbs voor zware delicten

Ten minste 55 verdachten van onder meer levens- en zedendelicten zijn tussen '88 en '94 ontkomen aan veroordeling tot dwangverpleging in tbs door een lacune in wetgeving.

Volgens een woordvoerder van het ministerie van Justitie gaat het om ,,zeer zware delicten' en is ,,nog niet duidelijk' of deze personen ,,inmiddels vrijgelaten zijn of nog in de gevangenis verblijven'. Het betreft verdachten in de zogenoemde ernstigste categorie die van 1988 tot en met 1993 door justitie ter observatie in het Pieter Baan Centrum in Utrecht zijn geplaatst. Dit centrum adviseert de rechter over een noodzaak tot tbs.

Deze week werd bekend dat de hoofdverdachte in de zaak van Sybine Jansons, het 13-jarige meisje uit Maarn dat begin dit jaar is misbruikt en vermoord, eerder door de mazen van een oude wet aan tbs is ontkomen. De man was begin jaren negentig veroordeeld tot drie jaar cel met tbs wegens verkrachting. Het Pieter Baan Centrum had daartoe een rapport met een positief advies opgesteld. De man ging evenwel op advies van zijn raadsman en tbs-specialist C. Korvinus in cassatie. Door deze procedure verstreek de termijn dat het tbs-advies wettelijk geldig was. De man stemde niet opnieuw toe in een psychiatrisch onderzoek en mocht daarom volgens de wetgeving van destijds niet meer worden veroordeeld tot tbs. Hij is uiteindelijk veroordeeld tot 9 jaar celstraf en kwam na de gebruikelijke strafvermindering bij goed gedrag vorig jaar vrij.

Desgevraagd is het Pieter Baan Centrum gisteren in de eigen administratie nagegaan hoeveel personen destijds om vergelijkbare redenen aan een tbs-advies ontkwamen. Tussen 1988, toen een tijdelijke wettelijke regeling van kracht werd die de rechtspositie van ter beschikking gestelden beschermde, en januari 1994, toen een `reparatiewet' van kracht werd, was het voor rechters onmogelijk om zware delinquenten die weigerden mee te werken aan een psychiatrisch onderzoek in het Pieter Baan Centrum tot tbs te veroordelen. Nog steeds is bij wet bepaald dat niemand gedwongen kan worden mee te werken aan zijn eigen veroordeling, in casu een psychiatrische rapportage voor tbs. Zes jaar lang was er voor een rechter evenwel geen enkel alternatief om in dat geval toch tbs te kunnen opleggen.

In drie van die zes jaren heeft het Pieter Baan Centrum een geanonimiseerde telling bijgehouden waaruit nu blijkt dat zeker 55 verdachten toen iedere medewerking aan een rapportage hebben geweigerd. Voor de drie jaar waaruit geen gegevens beschikbaar zijn gaat het ministerie van Justitie nu uit van ,,een gemiddelde van 17 `weigeraars' per jaar', waarmee het totaal aantal weigeraars dat voor de rechter kwam op ruim honderd komt.

Andere vormen van dwangbehandeling kon de rechter een `weigeraar' destijds evenmin opleggen. De zogenoemde `bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel', die inhoudt dat een deel van de celstraf voorwaardelijk is zolang een veroordeelde een therapie volgt, geldt alleen bij gevangenisstraffen van maximaal 3 jaar. Een advies en veroordeling tot tbs is alleen mogelijk bij delicten waar ten minste vier jaar op staat.

Sinds de wet is `gerepareerd' is een officieel rapport waarin gedragsdeskundigen meedelen dat een verdachte medewerking aan een onderzoek weigert in principe ook voldoende voor een tbs-vonnis, mits aan de overige wettelijke voorwaarden is voldaan. Een verband tussen een geestelijke stoornis en het delict is daarvan de voornaamste.

Omdat de tellingen van het Pieter Baan Centrum zijn geanonimiseerd is nog onduidelijk hoeveel van de `weigeraars' zijn veroordeeld tot een celstraf, aan welk delict ze schuldig zijn bevonden en hoeveel er inmiddels zonder enige vorm van gedwongen behandeling zijn vrijgekomen.

Volgens prof. H.J.C. van Marle, destijds directeur van het Pieter Baan Centrum, krijgt gemiddeld de helft van de verdachten die er ter observatie worden geplaatst uiteindelijk een tbs-advies. De categorie die hieraan ontkwam omschrijft hij als ,,over het algemeen zware jongens die zodoende reden hadden tbs te ontlopen'.

Sinds de moord op de zevenjarige Chanel Naomi Eleveld uit Assen in juli, door een ex-zedendelinquent die eerder evenmin tot tbs was veroordeeld, beraadt minister Korthals (Justitie) zich op een systeem om ex-zedendelinquenten na hun vrijlating te blijven volgen. Dinsdag kondigde minister Korthals aan te onderzoeken of de rechter ze tot verhuizing kan dwingen.

Desgevraagd bevestigt een woordvoerder van het ministerie van Justitie dat van de `weigeraars' uit het Pieter Baan Centrum van destijds geen gegevens meer zijn te vinden ,,over wie of waar zij zijn'.