`Den Uyl voorkwam zware crisis'

Toenmalig staatssecretaris Marcel van Dam van Volkshuisvesting heeft nog voor de presentatie van het rapport van de Commissie van Drie over de zogeheten `Lockheed-affaire' zijn ontslag ingediend.

Premier Den Uyl heeft Van Dam daarvan alleen door zware persoonlijke druk en op de valreep alsnog weten te weerhouden.

Het ontslag van Van Dam en zijn terugtocht zijn indertijd nooit bekend geworden uit vrees voor politieke en mogelijke zelfs constitutionele repercussies, zo blijkt uit het vandaag verschenen boek De verbeelding aan de macht van de journalist Willem Breedveld en de politicoloog Peter Bootsma.

Op 12 augustus 1976 ontving premier Den Uyl het rapport van het driemanschap Donner, Holtrop en Peschar over de relaties tussen prins Bernhard en de vliegtuigfabrikant Lockheed die smeergeld zou hebben betaald om invloed uit te oefenen op het aankoopbeleid van de Nederlandse regering. Op de wekelijkse ministerraad van 20 augustus besloot het kabinet geen strafvervolging tegen prins Bernhard te entameren, mede op advies van de Hoge Raad.

Cruciaal daarbij was dat de Commissie van Drie, die weliswaar zware kritiek had geuit op de wijze waarop de prins zijn contacten met Lockheed had onderhouden, geen bewijzen had gevonden dat de echtgenoot van koningin Juliana daadwerkelijk geld van de Amerikaanse vliegtuigfabrikant had ontvangen. Het spoor was doodgelopen op een cheque die was uitgeschreven op een vermoedelijke fictieve naam: Victor Baarn.

De ministers uit het kabinet-Den Uyl hadden het rapport niet aan derden mogen laten lezen. Maar staatssecretaris Van Dam had er toch lucht van gekregen. Omdat hij geen zitting had in de ministerraad achtte hij zich niet gebonden aan de besluitvorming in het kabinet. Hij belde Den Uyl met de mededeling dat hij ontslag nam. De premier reed vervolgens spoorslag naar diens huis en deed daar een emotioneel en persoonlijk beroep op hem.

Den Uyl was bang dat een eventueel vertrek van Van Dam, wiens politieke status veel hoger was dan zijn formele functie, een constitutionele discussie zou uitlokken en zo grote schade zou berokkenen. Van Dam retireerde. ,,Achteraf denk ik dat hij [Den Uyl] daarin gelijk heeft gehad'', aldus Van Dam nu.

Ruim een half jaar later viel het kabinet-Den Uyl. De formele reden voor de breuk in het was een meningsverschil over de grondpolitiek. Op de achtergrond speelde echter vice-premier Van Agt een belangrijke rol. Van Agt voelde zich met name door de PvdA beschadigd. Breedveld en Bootsma onthullen in De verbeelding aan de macht dat de PvdA doelbewust de aanval op Van Agt had ingezet.