Demonen met scherpe tanden

De Japanse pad hangt in een pot met bewaarvloeistof. In de vitrine boven hem ligt de tekening die van hem is gemaakt. Beestje en beeld zijn elk op eigen wijze mooi.

Op de tentoonstelling `Museum Dejima' in Naturalis in Leiden zijn achttien- en negentiende eeuwse objecten te zien, verzameld door Hollanders op het gelijknamige eiland voor de kust van Japan. Behalve zaken van wetenschappelijk belang zijn er op deze fascinerende tentoonstelling ook talrijke voorwerpen te zien, variërend van een tandenborstel tot speelgoed en namaakmonsters.

Holland was, omdat het de Japanse machthebbers had verzekerd af te zullen zien van enige christelijke bekeringsijver, vanaf 1639 het enige Westerse land dat handel mocht drijven met het shogunaat. Eeuwenlang leefde een kleine gemeenschap Hollanders op het eilandje Dejima. Door een vijftal van hen werd tussen 1775 en 1850 een enorme verzameling aangelegd van dingen, dieren en planten afkomstig van `het merkwaardigste eiland van de wereld'.

Die aanduiding is afkomstig van een van de verzamelaars in Dejima, Philipp von Siebold, die van 1823 tot zijn verbanning in 1829 op het eiland verbleef. Hij werd weggestuurd nadat topografische kaarten van Japan in zijn bezit waren aangetroffen. Zijn dochtertje mocht niet met hem mee naar Nederland, evenmin als zijn Japanse vriendin, Otaki. Het was Japanners verboden het land te verlaten. Von Siebold vernoemde een van de planten die hij meenam naar zijn geliefde. De plant, een hortensia (hydrangea Otaksa) bloeit in het regenseizoen en naar verluidt symboliseert dat zijn tranen om haar. Naturalis toont een blad van deze hortensia, helaas zonder deze liefdesanekdote.

Volgens de conservator staat onder het borstbeeld van Von Siebold in de Leidse hortus een hydrangea Otaksa. Het was aardig geweest wanneer een foto van beeld en bloem ergens op de tentoonstelling een plaats had gekregen als klein eerbetoon aan de intiemere aspecten van de verbintenis tussen Japan en Holland.

Overigens was de Duitser Von Siebold Japan bijna niet binnen gekomen omdat hij zo beroerd Nederlands sprak. Veel Japanse rangakusha (Holland-wetenschappers) spraken beter Nederlands dan Von Siebold. Het Nederlands werd wel, omdat het de enige taal was waarin Westerse wetenschap Japan bereikte, `het latijn van het Oosten' genoemd. Interessant in dit verband is een vergeelde brief in een vitrine, in het Nederlands, geschreven door een Japanner. Nadat uiteindelijk was vastgesteld dat Von Siebold een speciale Hollander was, namelijk een `berghollander', mocht hij Dejima binnen.

Dankzij de verzamelende `Hollanders' kunnen wij ons nu verlustigen aan opgezette dieren als een Japanse schoothond, beertjes, varkentjes en de Japanse wolf – waarover wetenschappers tegenwoordig twijfelen of het wel een wolf is. Bijzonder ook is de manier waarop een opgezet hert is opgesteld. Het dier staat in een vitrine waartegen allerlei bladeren zijn geplakt van nazaten van planten die vanuit Japan hun weg naar Nederland hebben gevonden.

Van uitzonderlijk esthetische waarde zijn de aquarellen van Kawahara Keiga die wel als `de fotograaf zonder camera' is betiteld wegens de werkelijkheidsgetrouwheid van zijn waterverfschilderijen. Van veel door hem afgebeelde krabben en vissen liggen ook de verzamelde exemplaren uitgestald. Bij sommige dieren of planten staat een rode stip. Dat wil zeggen dat Westerse wetenschappers zo'n plant of dier hebben gebruikt om als eerste van zijn soort te beschrijven. Alle volgende observaties worden afgemeten aan dit `ijkbeeld' of zoals dat in de wetenschap heet: `type-exemplaar'.

Er is van groot tot klein vergaard. Aandoenlijk zijn de kleine insekten, muisjes en pluizige mossen. Maar dan zien we weer een reuzenwesp, een Japanse hoornaar, en huiveren. Huiveren moesten de Japanners weer wanneer zíj werden geconfronteerd met de bizarre `monsters' van eigen bodem. `Demonen' met getormenteerde gelaatsuitdrukkingen en scherpe tanden, opgebouwd uit organische materialen en levensecht om te zien.

Speciale aandacht waard is de gigantische prent van de baai van Nagasaki van Kawahara, met linksonder Dejima. Vergeet wanneer u daarop de Hollandse handelspost in de sneeuw heeft gezien ook niet om op de grond te kijken; Dejima ligt aan uw voeten! Ga de hoofdstraat af en kom bij het zwarte huis staan aan het water. Daar woonden de courtisanes die het bestaan van de Hollanders wat dragelijker mochten maken. Zij spraken vaak Nederlands en moesten ook verslag doen van wat de grootneuzen uit het Westen deden en zeiden. Die verslagen zou je graag willen lezen. Maar helaas; wat ze van de Hollanders dachten, dat komen we op deze tentoonstelling niet te weten.

Museum Dejima - de Leidse collecties uit Japan t/m 12 maart 2000 in Museum Naturalis, Darwinweg, Leiden. Open di t/m zo 12-18u. Schoolvakanties en feestdagen 10-18u. Kind t/m 5 gratis, 6 t/m 12 ƒ5 en vanaf 13 jr ƒ12,50. MJK gratis.