`De Knecht' is kluchtig en wrang

Truffaldino heeft honger. Één hompje brood draagt hij op zak maar van dat brood mag hij niet eten. Hij heeft het nodig om er, aangelengd met wat speeksel, een per abuis geopende brief mee dicht te plakken.

Aus Greidanus speelt Truffaldino aandoenlijk. Zijn ogen kijken naïef de wereld in maar zijn kruin heeft kale plekken: deze Truffaldino is een door het leven getekend kind, een domme arme sloeber die dolgraag slim wil zijn. Sinds Truffaldino besloot twee meesters tegelijk te dienen, gaat er van alles mis en uit de benarde situaties waarin hij zichzelf manoeuvreert, die met de door de verkeerde meester geopende brief bijvoorbeeld, redt hij zich alleen dankzij een hardnekkige levenswil en tomeloze vindingrijkheid.

De levenswil van Aus Greidanus uit zich in zijn speeldrift. Zijn vindingrijkheid uit zich in zijn regie. Het is slim van hem dat zijn Knecht van twee meesters haast steeds alleen opkomt: zijn gebaren vangen daardoor alle aandacht. Stáát hij, dan is hij een eenzame held; zit hij, dan is hij zielig en klein, en in beide gevallen maakt hij indruk. Truffaldino is ook de enige die zich uitsluitend vóór het decor bevindt. Dat bestaat uit een paneel beschilderd met de suggestie van oeroude toneelgordijnen. Net als toneelgordijnen kan het open en dicht maar het kan nog meer. Het kan de bijfiguren dragen, het kan hen van zich af werpen, het kan hen verleiden tot acrobatiek: op de richel bovenlangs of op de ladders langszij. Ook aan de achterkant, voor het publiek onzichtbaar, staat soms een ladder, en wanneer een acteur die beklimt steekt er plotsklaps een hoofd boven het wandje uit, als bij een poppenkast. Toneelknechten dragen de ladders aan en ook zij lijken op poppen: op lappenpoppen uit de oude doos.

Greidanus speelt met de traditie zoals Goldoni, de schrijver van De knecht van twee meesters, ook al met de traditie speelde. In de achttiende eeuw. Goldoni friste de tot kijkdoostoneel verstarde commedia dell'arte op door een deel van de acteurs zonder masker te laten spelen; Greidanus frist Goldoni op door een deel van de acteurs de maskers terug te geven. In de vorm van grimassen, gesneden onder malle kapsels. Kuiven of vuurrode lokken, al naar gelang het typetje. Er is een schrieperige Pantalone (sterk gespeeld door Robert Prager) en een betweterige Dottore (zwak gespeeld door Herman Verbeeck). Er zijn heetgebakerde jongemannen (Marcel Ott en Hugo Maerten, beiden aardig sterk) en liefdeszieke jonge vrouwen, één van hen als man vermomd: Beatrice (Carline Brouwer) is een dweperig meisje en speelt een heerszuchtige meester. En het trieste is: de jonge meesters rennen zo hectisch achter de liefde aan dat zij vergeten hun knecht te eten te geven.

Toneelgroep De Appel houdt als geen ander Nederlands gezelschap van hectiek en kunstenmakerij, van felle kleuren, schelle deuntjes, circus, clowns en pistes, kortom commedia dell'arte à la De Appel. Trilogie van het zomerverblijf, ook van Goldoni, was kluchtig; De knecht van twee meesters is kluchtig en een beetje wrang. En dat is een grote vooruitgang.

Voorstelling: De knecht van twee meesters, van Carlo Goldoni, door Toneelgroep De Appel. Vertaling: Erik Vos. Decor: André Joosten. Regie: Aus Greidanus. Gezien: 23/10 Appeltheater, Den Haag; t/m 12/12 aldaar. Res. (070) 350 22 00.