Codes

`Wat moet ik daar nu mee.' Verontwaardigd en hulpeloos keek de gerenommeerde spreker naar de inleider. Ik had de code gebroken. Als enige vrouw in zijn gehoor van vijftig ing's en ir's had ik gevraagd wat de spreker nu bedoelde, want hij had zich in zijn lezing enkele keren tegengesproken. Natuurlijk was het niet de bedoeling om écht te luisteren; het ging alleen om `het erbij horen' en niet om iets van elkaar op te steken.

Tijdens de borrel na afloop – het échte gebeuren – kwam ik dan ook niet in gesprek. De kringetjes sloten zich in zelfvertrouwen om elkaar heen. Toen ik dan toch met een Delftenaar in gesprek kwam, begon hij te giechelen toen een collega hem passeerde en met een rood hoofd stotterde hij: `Ik sta met een vrouw te praten, hihihi.' Hij ontsnapte door haastig met de collega mee te lopen.

Dat was vijftien jaar geleden. Van de gerenommeerde spreker horen we al jaren niets meer en voor de ing's en ir's zijn cursussen ontwikkeld om hun EQ te ontwikkelen.

`Jasses, een journalist die commercieel is', zei de hoofdredacteur die net voor een groep directeuren een lezing had gegeven à raison van ƒ 5000. Hij trok een vies gezicht toen ik hem vertelde dat ik van origine journalist was, maar nu mijn brood verdiende als commercieel directeur bij een productiebedrijf. Dat was twintig jaar geleden. Ik lees niets meer van hem.

De hotshots van het vaderlandse bedrijfsleven druppelden de statige vergaderzaal binnen. Iedereen gaf elkaar een hand. Ik werd consequent overgeslagen. Ook aan tafel werd langs mij heen gepraat. Totdat de voorzitter mij het woord gaf. Met een pokerface opperden enige uren later enkele sprekers die ideeën, die ik in mijn toespraak had gegeven, als de hunne. Voor vervolggesprekken ben ik niet meer uitgenodigd.

`Dan wil ik u niet eens als klant', blufte ik naar de man van de grote bank. Hij bleek in de raad van bestuur te zitten . Afwijzen was zijn voorrecht; niet het mijne. Dat was tien jaar geleden. De bank is gebleven. De afstand ook.

`Wat heeft ze?' vroeg de arts aan de begeleider van het invalidewagentje waar ik monter maar met pijn in zat. `Ik heb mijn knie verdraaid', antwoordde ik. `Maar er is niets met mijn verstand of mijn spraak.'

Dat was gisteren. Ik weet nog steeds niet wie het probleem heeft.