Bewindslieden stoeien over toekomst schaarse ruimte

Over drie maanden moet minister Pronk (VROM) in een nota uit de doeken doen wat het kabinet wil met de openbare ruimte in een steeds voller Nederland.

De verlanglijstjes van de bewindslieden voor de ruimtelijke indeling van Nederland liegen er niet om. Ieder van hen zet graag een zo dik mogelijk stempel op de nieuwe kaart van Nederland die minister Pronk in februari presenteert in zijn Vijfde Nota over de ruimtelijke ordening.

Minister Jorritsma (Economische Zaken) zei deze week bij een voordracht in Eindhoven dat ze het knellende korset van de ruimtelijke ordening losser wil maken. Dan hoeven de mensen niet meer als ,,kistkalveren' op elkaar te leven en komt er ruimte voor bedrijven. ,,Er is plek zat', wist de minister. Zo'n zeventig procent van de grond bestaat uit landbouwgrond. ,,Als we één procent van die grond bestemmen voor werken en wonen, zou ons woon- en werkareaal met bijna tien procent toenemen.'

Haar collega Netelenbos (Verkeer en Waterstaat) zei tijdens een discussiebijeenkomst in Rotterdam dat ze meer armslag wil bij de uitvoering van infrastructurele megaprojecten. Staatssecretaris Faber (Natuurbeheer) daarentegen herinnerde er bij een soortgelijke discussie aan dat ze wel verwacht dat er in 2018 700.000 hectare natuurgebied zal zijn, liefst 250.000 hectare meer nu.

Staatssecretaris van der Ploeg (Cultuur) intussen, gastheer van de vier Rotterdamse discussiebijeenkomsten, kreeg de smaak van het ordenen zo te pakken dat hij in een ingezonden artikel in de Volkskrant voor zichzelf de regie opeiste op dit terrein. ,,Alleen de cultuur kan een bindende factor vormen, een concept of een communicatief idee aandragen dat uitstijgt boven de talloze specialismen en deelbelangen die over elkaar heentuimelen in de ruimtelijke ordening', oordeelde hij.

En Jan Pronk, als minister van Ruimtelijke Ordening de eerst verantwoordelijke voor de ruimtelijke indeling van Nederland? Aan hem de schier onmogelijke taak om alle dikwijls tegenstrijdige wensen op één noemer te brengen op een zodanige wijze dat er toch nog enige visie op een samenhangend geheel overblijft.

Op de laatste discussiebijeenkomst, gisteren in Rotterdam, maakte hij een gekwelde indruk. ,,Je kunt niet alles tegelijk', riep hij, ,,je moet dus kiezen.' En hij maakte in dat opzicht geen geheim van zijn voorkeuren. Het wordt tijd om af te stappen van het verlangen om almaar sneller te gaan en steeds groter te bouwen, hield hij een sceptische zaal voor. ,,Je moet niet steeds sneller willen en elke nieuwe technologie volgen.' Voor een magneetzweeftrein voelt hij niets en in nog snellere hogesnelheidstreinen ziet hij al evenmin heil.

De door Economische Zaken zo gekoesterde `mainports' Rotterdam en Schiphol deed Pronk af als ,,een waterhoofd'. ,,We zijn doorgeslagen', zei hij. De tegenwerping van sommigen dat Nederland het Jutland van Europa zou zijn geworden zonder expansie van de mainports en nieuwe technologie, wimpelde hij weg. ,,Dat is een onbewezen stelling.' In plaats daarvan beval Pronk liever aan te streven naar een samenleving met maximale culturele variëteit en minimale sociale ongelijkheid.

Alle debatten ten spijt blijft nog volkomen onduidelijk hoe Pronks Vijfde Nota voor de Ruimtelijke Ordening er in de praktijk uit gaat zien. Heel nieuwsgierig kijken vooral provincies, gemeenten en bedrijven uit naar de uitwerking van het voorschot dat Pronk al in januari van dit jaar bood. Daarin gaf hij aan dat hij streeft naar een bundeling van infrastructuur in een beperkt aantal corridors en naar concentratie van de bebouwing.

Die corridors, vooral die vanuit de Randstad richting Arnhem en Duitsland en die vanuit de Randstad naar Noord-Brabant en Limburg zijn, deels ten koste van oude binnensteden, uitgegroeid tot een spil van de Nederlandse economie. De grote vraag is hoeveel corridors Pronk wil toestaan, en waar, en ook welke regels hiervoor zullen gelden.

Doel is hierbij nieuwe woonwijken en bedrijfsterreinen zoveel mogelijk te concentreren, zodat het landschap niet te zeer versnippert. Het kabinet wil stad en platteland duidelijk van elkaar blijven scheiden. Volgens verscheidene aanwezigen in Rotterdam gisteravond is dat laatste inmiddels overigens al een illusie geworden. Pronk bestreed dat en verwees naar de Hoekse Waard, vlakbij Rotterdam, waar open ruimte bewust bewaard blijft. Veel gemeenten buiten de Randstad wensen echter niet in hun ontwikkeling te worden belemmerd in `groene musea' zoals de VVD in dit verband onlangs zei.

Pronk en het kabinet hopen echter tegelijkertijd een impuls te geven aan in verval geraakte binnensteden. Met het oog hierop willen ze zoveel mogelijk woon- en bedrijfsruimte behouden binnen de stadsgrenzen. Iemand als Jorritsma slaat dit met enige huiver gade. ,,We moeten niet concentreren tot we erbij neervallen', zei ze in een rede voor bestuurders en zakenlieden uit het zuiden des lands in Eindhoven.

Over één ding is het kabinet het echter wel eens: het schrikbeeld van lintbebouwing langs de snelweg moet zoveel mogelijk worden tegengegaan. In België komt dit al op grote schaal voor, maar ook in Nederland heeft het fenomeen de laatste jaren snel om zich heengegrepen. Heel goed te zien is dat bij plaatsen als Woerden en Bunnik. Ook Jorritsma liet er, ongetwijfeld tot opluchting van Pronk, geen misverstand over bestaan dat dat echt niet haar bedoeling was.

Grafiek

De grafiek bij het artikel Bewindslieden stoeien over toekomst schaarse ruimte (in de krant van donderdag 28 oktober, pagina 7) is onjuist afgedrukt. Hierbij de juiste weergave.