Begeerlijke bestekjes

Bourgondiërs, reizigers, wegwerpers of gehandicapten: voor iedereen bestaat wel een bestek, zo blijkt op de tentoonstelling Posate in Bennebroek.

Hebben we in de loop van deze eeuw een minder grote mond gekregen? Ik heb het niet over brutaliteit, maar over de omvang. Staande voor een vitrine met bestekken uit de eerste helft van deze eeuw, op de tentoonstelling Posate (tafelbestek), probeer ik onwillekeurig hoe ver ik mijn mond open krijg. Zouden daar de gigantische lepels inpassen die ik voor me zie? Toch blij dat ik in de tweede helft van deze eeuw geboren ben.

Met mes en vork eten moet voor onze voorouders een hele klus zijn geweest. Het bestek uit begin deze eeuw was groot, robuust en zwaar. Wel mooi overigens. Op de bestekexpositie, die 500 verschillende voorwerpen telt en is ingericht door de Italiaanse designproducent Giorgetti bij Casanu Interieurarchitectuur in Bennebroek, is Jugendstilbestek te zien (1900) met gestileerde takjes en tulpenbestek (1903) waarbij mes, vork en lepel als bloemen uit een steel komen. Heel bijzonder is een bestek uit 1927 van ontwerper Hoffman: de heften bestaan uit niet meer dan drie metalen lijnen, de vork is zelfs niet meer dan dat.

Na de oorlog wordt bestek langzaam maar zeker speelser, lichter, smaller. Een van de meest minimalistische bestekken van na de oorlog is dat van Carl en Hanspeter Pott uit 1970: een mes, vork en lepel op een slank steeltje waar geen einde aan lijkt te komen. Je zou het even in je hand willen nemen, om te voelen of het evenwicht nog wel klopt, of de lepel niet acuut in de soep valt bijvoorbeeld. Wat ik ook graag zou willen uitproberen, is het ragfijne donkermetalen bestek van Lino Sabatini (1985): de vork is niet meer dan een plat schuifje met drie ultrakorte tandjes, van het mes is de grote vraag of het echt kan snijden en de lepel is langwerpig met een nauwelijks zichtbare holte. En hoe zou het op gereedschap lijkende bestek van Enzo Mari (1996) eten, met gekanteld mes en vork met schuin ingezette tanden?

Maar hoe prachtig en begeerlijk al deze bestekken ook zijn, de leukste vitrines zijn die met militaria, reisbestek en vliegtuigvorken en -lepels. Blij dat ik niet in dienst hoefde, denk je als je dat vieze legerbestek met enge vlekken ziet. Als je er lang genoeg naar kijkt, krijg je een metaalsmaak in je mond. Verder moet ik nodig eens in de business class van Swissair vliegen, waar je een heus designbestekje naast je bord krijgt. Het eetgerei van onze nationale trots steekt daar toch wel erg gewoontjes bij af.

Jammer dat de markt voor reisbestek zo klein is, want daar kun je je als ontwerper pas echt op uitleven, getuige de exemplaren die op de tentoonstelling te zien zijn. Dubbelgeklapt, in elkaar geschoven, opgevouwen als een Zwitsers zakmes, groot, klein, smal, in een bekertje of aan een ring aan je broekriem, het bestaat allemaal.

Wie zich nooit, maar dan ook nooit meer aan het ontwerpen van bestek moeten wagen, zijn de dames en heren uit de modewereld. Dior, Versace, Hermès, Calvin Klein: geen naam zo groot of er blijkt wel een bestek bij te horen. Het een is nog mislukter dan het andere: protserig (goud met sterretjes, Dior), nageaapt fragiel (Calvin Klein), kitscherig (met Medusakoppen, Versace). Nee, dan de plastic bestekken, die door hun fraaie vormgeving eerder collector's items zijn dan wegwerpattributen.

Maar het allerbijzonderst op deze leuke tentoonstelling, die heel overzichtelijk is ingericht en veel historische informatie (in het Engels) geeft, zijn de bestekken voor gehandicapten. Stoere handvatten, gedraaide lepels, vorken die tegelijk lepel zijn; als er niet iets treurigs aan zat, zou je het kunstzinnige ervan bewonderen.

Tentoonstelling Posate (tafelbestek), Casanu Interieurarchitectuur bv, Rijksstraatweg 8, Bennebroek. T/m 14 nov. Di t/m vr 9-18u,

za 10-17u. Toegang gratis.

Inl 023-5845141