Sloop in de hoofdstad

In de nacht van zaterdag 28 februari 1996 werden de bewoners van de Molensteeg in Amsterdam opgeschrikt door lawaai dat aan een overval deed denken. Dat was het ook. Een grote politiemacht was uitgerukt om deze steeg (vlakbij het Oudekerksplein) op de onderwereld te heroveren. Zo spectaculair was het, dat gesproken werd van een `mediashow'. Maar wat is, en was toen al, geen show? De operatie leek geslaagd, de steeg weer voor gewone neringdoenden toegankelijk.

Op 15 oktober 1999 opende Het Parool met een artikel Miljoenen gewit op de Wallen. Daarin wordt gemeld dat criminelen 150 tot 200 miljoen gulden in het gebied hebben geïnvesteerd. Er is een wet in voorbereiding, genaamd de wet Bevordering Integere Besluitvorming Openbaar Bestuur (Bibob), maar dat schiet niet op. Amsterdam heeft een `Wallenmanager', de heer F. Salm. Die doet wat hij kan, en soms helpt het, ,,maar het is niet genoeg''. Want door het ontbreken van instrumenten zijn criminele organisaties nauwelijks aan te pakken. ,,Binnen een paar weken zijn de Urka's, Zwolsmannen en Hakkelaars weer op vrije voeten, en vragen onder andere naam een nieuwe vergunning aan, nogal eens met medewerking van ambtenaren. Niemand die ze weigert.''

Wie de moeite neemt eens een wandeling te maken in het treurige buurtje, begrijpt de klacht van de heer Salm. Het ontbreekt hem aan instrumenten. Het is in zijn geheel nog altijd een gebied van opdringerige smeerlapparij. De gemeente heeft een adviesbureau – Andersson, Elffers, Felix – in de arm genomen om de resultaten van de strijd tegen de onderwereld te evalueren. ,,Vervolg van het Wallenproject is noodzakelijk'', concludeert het bureau niet verrassend. ,,Er zijn positieve effecten. De overheid is weer zichtbaar in het Wallengebied.'' Maar het blijkt nog `experimenteel' te zijn. ,,Als het Wallenproject nu wordt gestaakt, betekent dat kapitaalvernietiging.'' Anders gezegd: als de gemeente niet verder experimenteert, wordt in minder dan geen tijd het nog steeds betwiste gebied door de onderwereld teruggeëxperimenteerd. Drieëneenhalf jaar na de herovering van de Molensteeg is de witwasserij nog in volle gang. Wallenmanager Salm en adviesbureau AEF geloven dat de hoofdstad op de goede weg is. Er zal nu het een en ander worden gereorganiseerd en dan, meldt een fax van de gemeente, ,,zal in januari 2000 een driejarig actieplan worden voorgelegd over de bestuurlijke aanpak van de (georganiseerde) criminaliteit van het nieuwe stedelijke projectteam Van Traa.'' Als we het goed begrijpen rekent de gemeente op de eindoverwinning in 2003, zes jaar na de opening van de vijandelijkheden in de Molensteeg.

Het andere ongerief dat het centrum van de hoofdstad al jaren hindert, ligt in de ontwikkeling van het gebied grenzend aan de Walletjes, tussen Warmoesstraat en Singel. Onlangs is een proefschrift verschenen, Publieke ruimte, parochiale plekken en passantenopenbaarheid, waarin, voorzover ik weet, dit onderwerp voor het eerst wetenschappelijk wordt aangesneden. Dr. Jos Gadet, als stadsgeograaf in dienst van de gemeente, noemt twee bedreigingen: de `gentrification', dat wil zeggen de trek van mensen met meer en veel geld naar oude stadsbuurten waar eens de mensen met weinig en nog minder geld woonden. Dat is een economisch modeverschijnsel dat iedere grote stad met enige internationale allure overkomt. Sommige buurten krijgen, onvoorspelbaar, langzamerhand meer sociaal prestige. Of dat een bedreiging is, weet ik niet. Je zou een vergelijking moeten maken met andere, vergelijkbare buurten die dat niet is overkomen, maar waar, door verandering van de stadseconomie, het verval toeneemt. En dan, ,,de tweede belangrijke bedreiging voor de stedelijke openbaarheid'', schrijft Gadet, ,,is het succes van Amsterdam als leisure and fun city: Amsterdam als themapark.'' Hij noemt onder meer het Museumkwartier, en de Red Light District.

Het valt op dat de Walletjes en de Museumbuurt onder één noemer kunnen worden gebracht. Het Museumplein is deze zomer na een renovatie van jaren heropend, het Van Gogh Museum heeft er een compleet gebouw bijgekregen en het geheel is, naar de smaak van schrijver dezes, mooier dan ooit: een werkelijke herovering op de gevorderde verslonzing. De Wallen en de `Rode loper' – bijnaam voor het Damrak, de enige openbare stadsruimte in Nederland die een boulevard zou kunnen zijn – is een langzamerhand klassiek voorbeeld van wanbeheer dat zich voortzet tot en met het Rembrandtplein. Gadet citeert J.Nijman, die schrijft over een ,,platvloerse vorm van thematisering''. Hij bedoelt de reeks van pornoshopjes, souvenirswinkeltjes, wisselkantoortjes, enz. die zich uitstrekt langs het Damrak, via het Rokin en de Reguliersbreestraat tot dit plein, waar op stapavonden de ME waakt. Daardoor voelt een groeiende groep toeristen zich aangetrokken. Ze komen niet voor het ,,tolerante klimaat maar to let it all hang out''. Je kunt het die toeristen niet kwalijk nemen. Ze geloven wat ze over de stad lezen en ze komen niet bedrogen uit.

Op 1 februari van dit jaar hebben de ministeries van VROM en OC&W de hele Amsterdamse binnenstad uitgeroepen tot beschermd stadsgezicht. Niet alleen afzonderlijke monumenten, maar het hele beeld van de historische stad, van de Wallen tot de Prinsengracht en verder, moet tegen sloop en verminking worden bewaard. Dat is goed gezien van de ministeries. Amsterdam is één zeldzaam geheel van stedenbouw. Wie aan een deel komt, beschadigt het totaal. Zo gaat het niet alleen met het uiterlijk. Het bederf van de Wallen waaiert uit naar de periferie van de pretboulevard en de pretpleinen. Het is een inwendige sloop die na jaren in het uiterlijk zichtbaar wordt. Dat gebeurt nu. Amsterdam sloopt zijn centrum van binnen uit; dat wil zeggen Nederland laat het historisch deel van zijn hoofdstad slopen.