Onderzoek verhuisplicht pedofielen

Het ministerie van Justitie zal onderzoeken of pedoseksuelen naast een gevangenisstraf ook veroordeeld kunnen worden tot verhuizing na afloop van hun detentie. Dat heeft minister Korthals gisteren gezegd.

De bewindsman deed zijn toezegging in de Tweede Kamer in antwoord op vragen van D66-woordvoerder Dittrich. Aanleiding vormde het recente initiatief van de Stichting Registratie Opgespoorde Pedofielen (Strop), die vanaf half november op Internet een website wil openen, waarop de bezoeker kan nagaan of er in een straal van 2.500 meter rond zijn woning een veroordeelde pedoseksueel woont. Eerder al werd bekend dat Scouting Nederland een register bijhoudt van jeugdleiders die zijn veroordeeld wegens seksueel misbruik.

Dittrich signaleert dat steeds meer burgers het recht in eigen hand lijken te nemen – `eigenrichting' – zoals is gebeurd in Urk, waar bij een pedoseksueel de ruiten werden ingegooid, in Haaksbergen en in Rotterdam waar pamfletten zijn verspreid en het meest recent in de wijk Ypenburg (bij Den Haag) waar een vermeend pedofiele man met zijn gezin zijn koopwoning moest verlaten. Vorig jaar al was er de affaire rond `Henkie' in het Gelderse Ochten, die na het bereiken van de 21-jarige leeftijd tot woede van de buurt weer thuis kwam wonen. Eerder had hij in de buurt ontucht met kinderen gepleegd. Volgens Dittrich zijn het allemaal signalen die aangeven dat de samenleving minder vertrouwen heeft in politie en justitie. Korthals zei gisteren deze signalen `serieus' te nemen en dat hij het openbaar ministerie nog eens wil voorhouden alert te zijn op gevallen van eigenrichting. Bovendien wil hij daartoe aangewezen overheidsinstanties wel op de hoogte brengen van het ontslag van tbs-gestelden. Maar – zoals hij al eerder zei – hij voelt er niets voor dat ook in buurten bekend te maken.

De dwang tot verhuizing na de detentie wil Korthals overwegen, maar hij wees er gisteren op dat in zo'n geval wel een andere buurt wordt opgezadeld met de komst van een pedoseksueel. Dittrich meent dat zo'n gedwongen verhuizing toch de voorkeur verdient boven de `gedwongen' verhuizing van een gezin waarvan één of meer kinderen zijn misbruikt.

Bij dwang tot verhuizing ná de detentie blijft het echter de vraag of zo'n uitspraak zich verdraagt met de Grondwet, waarvan artikel 15, lid 4 alleen toestaat dat gedetineerden kunnen worden beperkt in de uitoefening van hun grondrechten. Ex-gedetineerden hebben eenzelfde recht op privacy als alle burgers. Bovendien hebben ze volgens de Penitentiaire beginselenwet recht op reclassering. Dat is volgens een internationaal verdrag ook een grondrecht. De minister van Justitie dient volgens dat verdrag te waken voor schendingen daarvan.