Monty Python's Holy Grail

Nutteloos stukje wordt dit. Wie Monty Python kent, hoef ik niks meer te vertellen over The Holy Grail. Zeg tegen een fan: `You have no arms left', dan antwoordt die: `Just a fleshwound'. Of zeg: `I am your king', en het antwoord is: `Well, I didn't vote for you'. Het is als met twee mensen die een mop delen, ze beginnen al te lachen bij de openingszin.

En hoe maak je aan iemand die Monty Python niet kent, duidelijk wat de lol van The Holy Grail is? De aard ervan beschrijven? Dat is zoiets als vantevoren zeggen dat een mop ècht leuk is (je ziet het aan de recensies uit 1975, toen de film uitkwam. Allemaal `kostelijk', `knotsgek' en `dolkomisch' – alsof het de nieuwste film van Louis de Funès was).

Voorbeelden geven? Dat is schamel. Monty Python is zo nadrukkelijk product van Graham Chapman, John Cleese, Terry Gilliam, Eric Idle, Terry Jones en Michael Palin – dat elke beschrijving van één enkele scène de andere scènes tekort doet.

Maar goed, bij gebrek aan beter, toch maar twee voorbeelden. Koning Arthur – The Holy Grail vertelt de legende van Arthur van Camelot en zijn ridders van de Ronde Tafel – zoekt dappere ridders die zich bij hem willen aansluiten. Hij rijdt door een bos en ziet hoe een grote, zwarte ridder een ander bevecht. Kloeke slagenwisseling met veel blikken geluiden erbij.

Arthur – Graham Chapman, van wie we pas jaren later hoorden dat hij destijds een alcoholist was die geen twee zinnen achtermekaar kon onthouden – ziet het aan en kijkt af en toe met een goedkeurende blik in de camera. De zwarte ridder (John Cleese) zwiept ten slotte zijn zwaard door het vizier van de ander, bloed spuit eruit, victorie. Bravo, zegt Arthur, goed gevochten. Sluit u zich bij mij aan? Grote stilte. Goed, denkt Arthur, dan trekken mijn schildknaap en ik verder. Halt, zegt de zwarte ridder. Niemand passeert deze brug. Dus vechten ze erom.

Na een paar slagen zie je Arthur zelfverzekerd worden. En hak, daar slaat hij een arm van de zwarte ridder af, straaltje bloed spuit eruit.

Aha, zegt Arthur, ik heb gewonnen. Hoezo, zegt de ridder. Dit is maar een schrammetje. En hij valt weer aan. Hak, tweede arm eraf. `It's just a fleshwound', roept de ridder en hij schopt Arthur, tot die zijn beide benen afhakt. Maar dan nog: `Kom terug of ik bijt je'.

Zwarte humor. Een Arthur-film vol zwarte humor zou al leuk zijn, maar die had Rowan Atkinson ook kunnen maken, of desnoods Steve Martin.

Ander voorbeeld. Arthur komt langs een akker vol boeren (de middeleeuwen volgens Monty Python lijken verdacht veel op de middeleeuwen volgens Jos Stelling – met door de modder kruipende boeren, in rafels en lompen. Maar dan geestig: in elk dorpje slaat wel een vrouw een kat tegen de muur, als een kleedje dat ze uitklopt).

Arthur vraagt de boeren wie hun heer is, waarna blijkt dat dit radicale democraten zijn, die stellen dat de soevereiniteit alleen kan voortkomen uit een mandaat van de bevolking. Er volgt een verhitte discussie met Arthur: `I am your king' `Well, I didn't vote for you.'

Met The Holy Grail sloten de leden van Monty Python een periode van mooie tv-samenwerking af. Met hun Life of Brian – zelfde aanpak als de Arthur-legende, nu losgelaten op de Evangeliën – is het de allergrappigste film ooit gemaakt. Maar dat is ook een nutteloze opmerking.

Monty Python and The Holy Grail (Terry Jones, UK, 1974), Net5, 20.45-22.30u.