Lonen en prijzen bijten in elkaars staart

Het gaat goed met de economie en de werknemer wil, gesteund door de krappe arbeidsmarkt, meedelen. Hoe groot is het gevaar voor een loon-prijsspiraal?

Nee, het kabinet zal zich niet bemoeien met de loononderhandelingen van volgend jaar, zo verzekerde minister De Vries (Sociale Zaken) gisteren na het najaarsoverleg tussen werkgevers, werknemers en het kabinet. Maar een punt van zorg zijn de lonen wel aan het worden.

De werkgelegenheid stijgt fors, het aantal vacatures bevindt zich op recordhoogte en de officiële werkloosheid is gedaald tot vlak boven de 3 procent.

Het Internationale Monetaire Fonds zei gisteren te verwachten dat de Nederlandse economie dit en volgend jaar met 3 procent groeit. Onder die omstandigheden onstaat bij werknemers de stemming dat ze nu onderhand wel eens mogen meeprofiteren van de economische voorspoed. De vakcentrale FNV zette oorspronkelijk in op 3 procent meer loon in de CAO's voor volgend jaar. Maar veel aangesloten bonden willen méér, en dus past de FNV zijn eis aan. De Bouw- en Houtbond FNV noemt 3,5 procent, ambtenarenbond AbvaKabo 4 procent.

N. Klene, van het economisch bureau van ABN Amro, ziet een overeenkomst met begin jaren negentig: ,,Ook toen wilden werknemers eindelijk eens meedelen.'' Dat liep destijds slecht af: na de voorspoed van 1989, 1990 en 1991 raakte de Europese conjunctuur in 1992 in een dal. Oplopende loonkosten en dalende winsten zorgden voor een schaarbeweging, zodat het aandeel van lonen in de economie, de arbeidsinkomensquote (aiq), opliep naar 84,8 procent.

Sindsdien is de aiq weliswaar gedaald tot vlakbij de wenselijke 80 procent, maar hij loopt nu weer op. In de jongste macro-economische verkenningen van het Centraal Planbureau prijkt een cijfer van 83,7 voor volgend jaar. En het Planbureau hanteert een zeer gematigd scenario voor de loonontwikkeling.

Hoe erg is een looneis van 4 procent volgend jaar? In reële termen erger dan begin jaren negentig, constateert P. van der Ven van de stafgroep economisch onderzoek van de Rabo. Destijds stegen de contractlonen met zo'n 4 procent, bij 3 procent inflatie. Voor volgend jaar gaan de meeste ramingen uit van 2 tot 2,5 procent inflatie.

Dan zijn daar nog de incidentele loonstijgingen. Bij de krappe arbeidsmarkt van nu, ziet Klene, veranderen werknemers vaker van baan, en maken daarbij een inkomensverbetering door. Of bedrijven laten werknemers sneller door de loonschalen lopen om ze in godsnaam maar te behouden, leggen nieuwe loonschalen aan of geven toeslagen. Officieel wordt verwacht dat die incidentele loonstijging dit en volgend jaar een half procent zal bedragen. Klene zelf zit op 0,6 procent volgend jaar, maar tekent aan dat het een moeilijk in te schatten cijfer is.

Dat is te zien aan het Nationaal Beloningsonderzoek dat wordt uitgevoerd door het adviesbureau Ned Worx en ADP, dat voor 7.000 Nederlandse bedrijven de salarisadministratie verzorgt. Uit een analyse van 140 functies, van hoog tot laag, in het bedrijfsleven blijkt desgevraagd dat het brutoloon van 1998 op 1999 is gestegen met gemiddeld meer dan 5 procent. Dat verhoudt zich moeilijk met de `officieel' geregistreerde contractloonstijging van 2,5 procent en de geschatte incidentele loonstijging van een half procent.

Zo is er alle reden om beducht te zijn voor de loon-prijsspiraal die president Wellink van de Nederlandsche Bank vorige maand zei te vrezen. Een scenario van 4 procent CAO-loonstijging, 0,6 procent incidentele loonstijging en een blijvend hoge banengroei levert volgens ABN Amro's Klene op dat de loonkosten volgend jaar 1,2 procentpunt, ongeveer de helft, zullen bijdragen aan de verwachte inflatie. En dat is een voor Nederlandse begrippen hoog cijfer.

Mocht de loonmatiging inderdaad niet lukken volgend jaar, dan rest het bedrijfsleven weinig anders dan het zodanig verhogen van de productiviteit dat de loonkosten per eenheid product niet te snel gaan stijgen. Zo kan het gevaar van een loon-prijsspiraal worden afgewend. ,,In het verleden hebben we in Nederland de productiviteit vooral verhoogd met kostenbesparende maatregelen'', zegt Van der Ven. ,,Straks zullen we het eerder moeten zoeken in het anders organiseren van werk.''

Naarmate de arbeidsmarkt krapper wordt, zullen bedrijven harder moeten nadenken hoe ze verder vooruit kunnen met de mensen die ze hebben. Want dat de lonen, officeel via de CAO's of informeel via onderhandelingen tussen individuele werknemer en bedrijf, verder gaan stijgen lijkt onontkoombaar.