Geld voor Ecclestone bijzaak

Met de gedeeltelijke verkoop van zijn Formule I-racebedrijf probeert Engelsman Bernie Ecclestone via een omweg met zijn bedrijf naar de beurs te gaan. Maar de Europese Commissie zit hem op de hielen.

Morgen wordt Charles Bernhard Ecclestone, de `peetvader' van de autorensport in de Formule I, zeventig jaar. Een leeftijd waarop een man in bonus als Ecclestone het eigenlijk wat rustiger aan zou moeten doen. Maar Ecclestone is nog steeds als een soort jonge hond in gevecht met de Europese Commissie, die al tot twee keer toe een beursgang van zijn bedrijf Formula One Administration (FOA) heeft geblokkeerd. Ecclestone wordt door de Europese Commissie (Mededinging) belangenverstrengeling en kartelvorming verweten. Het grootste struikelblok vormen in de ogen van Brussel de televisierechten voor Formule I-races, die tot 2020 bij Ecclestone berusten en de financiële kurk vormen waar het racebedrijf op drijft.

Vrijwel uit het niets heeft Ecclestone een zakenimperium opgetrokken dat in de sport zijn gelijke nauwelijks kent. Vanuit zijn kantoor bij Hyde Park in Londen bestuurt Bernie met harde hand een race-imperium dat is onderverdeeld in een aantal werkmaatschappijen waarvan de financiële belangen grotendeels zijn ondergebracht op de fiscaal vriendelijke Kanaaleilanden maar die ook gedeeltelijk in het eveneens voor bedrijven fiscaal vriendelijke Nederland zijn geregistreerd. Op de racebanen resideert Ecclestone in een luxueus motorhome met geblindeerde ramen dat door coureurs en teambazen met respect `het Pentagon' wordt genoemd.

Aan de vooravond van de Britse Grand Prix twee jaar geleden opperde Ecclestone voor de BBC-televisie al dat het hoog tijd zou worden dat hij een deel van zijn macht zou inleveren. Hij beseft dat hij niet het eeuwige leven heeft maar zou bij zijn dood een boel geheimen mee in het graf nemen. ,,Ik handel daarom met een beursgang niet uit hebzucht. Maar als we niet naar de beurs gaan komt de Formule I in handen van mijn vrouw en twee kinderen. Dat zou pas werkelijk een ramp voor deze sport betekenen.''

Het heeft nog anderhalf jaar geduurd voordat Ecclestone een oplossing voor dat probleem heeft gevonden. Gisteren werd bekend dat hij de helft van zijn bedrijf Formula One Administration voor ongeveer 2,7 miljard gulden heeft verkocht aan Morgan Grenfell, de investeringsbank van Deutsche Bank. Edizioni holding, de overkoepelende houdstermaatschappij van Benetton, zou eveneens belangstelling hebben tot FOA toe te treden. Morgan Grenfell krijgt voor een bedrag van 325 miljoen gulden 12,5 procent van de aandelen van Formula One Administration in handen. Tevens neemt het bedrijf een optie op nog eens 37,5 procent van de aandelen.

Ecclestone, volgens de jaarlijst van de Sunday Times toch al een van de rijkste 500 Britten, treedt financieel daardoor in de voetsporen van die andere Britse zakenman-avonturier Richard Branson. Maar nog belangrijker is dat deelname van Morgan Grenfell en eventueel ook Benetton in zijn bedrijf de opmaat kan vormen tot een beursgang van FOA, mits de Europese Commissie niet opnieuw bezwaren maakt.

Ondanks de gedeeltelijke verkoop van zijn bedrijf blijft de dominantie van Ecclestone in de Formule I enorm en is er alom bewondering voor de manier waarop hij de lange weg naar de top heeft afgelegd. De zoon van een trawlerkapitein verdiende zijn eerste geld met de handel in motoren en tweedehands auto's, was een blauwe maandag zelf coureur, voordat hij het Formule I-team van Brabham kocht. Daarmee behaalde hij verschillende constructeurstitels en beschikte hij met de Braziliaan Piquet over een eigen wereldkampioen.

Maar de ambities van Ecclestone reikten verder. Hij zag zijn kans schoon door in het zakelijke gat te duiken dat de Formula One Constructors Association (FOCA) – door Ecclestone aangeduid als `een stelletje Engelse garagehouders' – liet vallen. Het begon simpel met collectieve verzekeringen voor de oversteek van de dure racewagens en materieel voor wedstrijden op andere continenten. Daarna begon Ecclestone als voorzitter van de FOCA circuitdirecteuren onder druk te zetten. Kostte de organisatie van een Grand Prix begin jaren zeventig hooguit 500.000 gulden, in de jaren negentig moesten Zuid-Afrika en Hongarije al zes en zeven miljoen dollar voor het evenement betalen. Maar zijn grootste klapper maakte Ecclestone toen hij in 1981 de televisierechten van de Formule I in handen kreeg. Die kreeg hij van de autosportfederarie FIA, waarvan zijn juridische rechterhand en vriend Max Mosley voorzitter is. Ecclestone zelf is vice-voorzitter van de FIA. Voormalig Euro-commissaris Mededinging Karel van Miert bij de EU noemde die belangenverstrengeling van Ecclestone op zijn zachtst uitgedrukt `onfris'.