Een tragisch leven in een te krap jekkie

Billy Brown is zo'n volwassen jongen die met opgetrokken schouders en een licht verbeten gelaatsuitdrukking door het leven gaat. In iets te krappe jekkies en een net te korte pantalon, maar wel met de kwiekste rode laarzen die je ooit hebt gezien. Billy Brown lijkt erg op Vincent Gallo, een acteur die er een kunst van heeft gemaakt om zulke herkenbare personages te spelen dat hij er zelf onzichtbaar door is geworden. Gallo speelde onder meer in The Funeral van Abel Ferrara, Emir Kusturica's Arizona Dream, Nénette et Boni van Claire Denis en nog een handvol onafhankelijke artfilms. Als het je eenmaal is gelukt om zijn ingevallen wangen, vlassige baardgroei en koortsige ogen weer voor de geest te halen, dan blijk je hem ook nog gezien te hebben in Martin Scorsese's Casino en House of the Spirits van Bille August.

Buffalo '66 is Gallo's sterk autobiografische regiedebuut. Niet alleen nam hij het merendeel van de scènes in zijn eigen ouderlijk huis in Buffalo op, de Frank Sinatra-cover artiest die door zijn filmvader wordt geplaybackt is, zo lezen we op de aftiteling, ook nog eens Gallo's vader zelf. Gecombineerd met het mistroostige milieu waarin de film zich afspeelt, zou je verwachten dat Buffalo '66 een rancuneuze afrekening van een introverte filmmaker met zijn ouders en zijn jeugd zou zijn. Niets is minder waar. Alleen al de beginsequentie waarin de zojuist uit de gevangenis ontslagen Billy zo nodig naar de plee moet en met die rare dunne benen in dat malle strakke broekje allerlei strapatsen moet uithalen om ergens te kunnen plassen is zo komisch dat hij je de slappe lach bezorgd.

De film moet het hebben van dat soort zorgvuldig uitgewerkte anekdotes, over chocolade-allergie, de Superbowl, bookmakers en stripteasetenten. Ogenschijnlijk lijken het wat toevallige herinneringen uit het treurige leven van een doorsnee Amerikaan. Maar via de anekdote en de sketch (sommige scènes, zoals voornoemde playback-act zijn zelfs belicht als het miesje toneeltje in een derderangs cabaret) brengt Gallo ordening in het tragisch-absurde leven van zijn hoofdpersoon. Door de semi-geïmproviseerde manier waarop de overige personages (met name zijn ouders, neergezet door Ben Gazzara en Anjelica Huston) om hem heen draaien, wordt alleen Billy een karakter van vlees en bloed. De anderen blijven de typetjes zoals de hoofdpersoon ze ziet. Met uitzondering van een blonde Christina Ricci, die hier meer dan ooit op Bette Davis lijkt.

In tegenstelling tot de door hemzelf vertolkte Billy moet regisseur Gallo een beetje verliefd op haar zijn geworden, want hij tast met de camera gefascineerd haar weerbarstige wangen af en speelt met haar het spelletje wie er het eerste met z'n ogen knippert, zo lang houdt hij haar in close-up frontaal in beeld. Waarbij gezegd moet worden dat de camera het altijd verliest.

Buffalo '66 is een voor weinig geld gedraaide, onopgesmukte maar persoonlijke en vormbewuste film. Dat laatste blijkt onder meer uit de gestileerde cameravoering en de discontue montage. Ook stapelt Gallo binnen zijn kader soms plaatje op plaatje om een geheugenlandschap te creëren. Dat versterkt de identificatie met zijn hoofdpersoon, want het zijn immers exclusief zijn herinneringen die we krijgen voorgeschoteld.

Dat Buffalo '66 na een succesvolle festivalgeschiedenis (hij draaide onder meer in Rotterdam) nu op video wordt uitgebracht, is winst voor de liefhebber van kleine, doordachte en vooral onafhankelijk geproduceerde films. En het bewijst wederom dat, met het eveneens onuitgebrachte The War Zone van Tim Roth en Nil by Mouth van Gary Oldman, de krenten in de filmpap steeds vaker in de videotheek gezocht moeten worden.

Buffalo '66. Regie: Vincent Gallo. Met: Vincent Gallo, Christina Ricci, Ben Gazzara, Mickey Rourke, Anjelica Huston, Rosanna Arquette. Uitgebracht op huurvideo door Columbia TriStar Homevideo.