Coup

Monumenten voor democratische heldenfeiten zijn schaars en bescheiden, zelfs in Lissabon. Op het Largo do Carmo, een mooi oud pleintje, herinnert enkel nog een simpele ronde steen in het plaveisel aan de historische scène die hier in 1974 plaatsvond: de overgave van Salazars opvolger Caetano aan de rebellerende pantserwagens en de juichende menigte. Lang zaten er ook nog een paar kogelgaten in de gevel van de politiekazerne, maar die zijn onlangs weggepoetst.

Fernando Rosas (52), nu hoogleraar hedendaagse geschiedenis, toen opgejaagd wild voor de geheime politie, vertelt: ,,Ik was nogal actief in een maoïstische groep, de MAPP. Twee keer had ik ruim een jaar gevangen gezeten, ze hadden me in '71 drie keer gemarteld met een week zonder slaap, en daarna was ik ondergronds gegaan. Op die 25ste april maakten vrienden me wakker: kom naar de radio, er is wat gaande. Iedereen wist dat er wat op til was in het leger. Niemand wist alleen wanneer het zou gebeuren, en hoe, en door wie. Voor ons waren die eerste uren dus heel spannend: wordt dit een extreemrechtse coup, of een meer progressieve? Pas rond 11 uur kregen we door wie wie was, de menigte begon de rebellerende soldaten toe te juichen, regeringssoldaten weigerden hun officieren nog langer te gehoorzamen, na jaren was het opeens niet meer denken, maar handelen. En zo belandden we uiteindelijk allemaal op dat Largo do Carmo.'' Ik zeg: ,,Dus zo maakte u dus dat historische moment mee, toen Caetano verslagen vertrok.'' ,,Welnee'', zegt hij, ,,ik moest weg, we moesten resoluties schrijven, posities vastleggen, vergaderen.''