BV Nederland ziet kansen in Cuba

Een handelsdelegatie onder leiding van staatssecretaris Ybema vertrekt morgenochtend naar Cuba. Hoe staan de meereizende bedrijven tegenover Cuba?

Het kostte wat tijd en moeite, maar afgelopen maandag werd dan toch duidelijk dat de geplande Nederlandse handelsmissie naar Cuba doorgaat. Minister Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) stemde er onder voorwaarden mee in. Vanavond pakt staatssecretaris Ybema van Economische Zaken zijn koffers om morgen als minister van Buitenlandse Handel met vertegenwoordigers van 28 bedrijven te vertrekken.

Vanwaar de belangstelling van het Nederlandse bedrijfsleven in het communistische Cuba? De totale Nederlandse export naar Midden- en Zuid-Amerika bedraagt, met een kleine zes miljard gulden, slechts 1,5 procent van het totaal (bijna 400 miljard gulden). Cuba alleen is met honderd miljoen gulden toch slechts een kruimeltje voor de Nederlandse exporteurs?

Daar komt nog bij dat Cuba nog altijd een totalitaire staat is. Alle lonen moeten bijvoorbeeld in dollars worden betaald via het staatsarbeidsbureau, dat op zijn beurt een deel van de winst afroomt en de werknemers in lokale valuta (de peso) betaalt. Samenwerkingsverbanden zijn alleen mogelijk in de vorm van joint ventures met staatsbedrijven.

Hans de Jong is senior area manager van Rabobank International. De bank doet al jaren zaken met de Cubanen, voornamelijk in de agro-industrie. ,,Financiering van de import van pootaardappelen en die dan weer compenseren met de export van suiker'', legt De Jong uit. Volgens De Jong is Cuba langzamerhand toegankelijker geworden voor buitenlandse bedrijven. ,,De Cubanen komen hun afspraken beter na, de peso is ten opzichte van de dollar aardig hersteld de afgelopen vijf jaar. Cuba is niet moeilijker dan Iran of Irak.''

Volgens het ministerie van Economische Zaken moet Nederland er dan ook snel bij zijn in Cuba. ,,De Cubaanse markt is bezig zich te openen, het is wat ons betreft een opkomende markt. Daarnaast, en dat is eigenlijk belangrijker, hebben de bedrijven er zelf om gevraagd'', zegt een woordvoerder van EZ. Opmerkelijk is dat Cuba niet voorkomt op de lijst met potentiële opkomende markten die in juni dit jaar door het ministerie werd uitgegeven.

Ruim drie jaar geleden kondigden de VS in de zogeheten Helms-Burton-wet nog een mogelijke boycot af van alle internationale bedrijven die zaken doen met Cuba. De ongeveer dertig Nederlandse bedrijven die toen al in Cuba actief waren – zoals Castrol (olieproducten), Lippoel Leaf (tabak), Damen Shipyards, Martinair, ING Bank, Golden Tulip (hotelmanagement) en Unilever (Omo-waspoeder) – zijn echter geen van alle vertrokken.

De ING, al sinds augustus 1994 actief in Cuba, heeft toen de wet van kracht werd wel de financiering van suiker gestaakt. ,,De suiker werd verbouwd op genationaliseerde grond, dat was een te groot risico'', aldus een woordvoerder van de bank. Hoewel de boycot nog steeds officieel van kracht is, lijken zelfs de Amerikanen niet meer zo anti-Cuba als drie jaar terug. Toch heeft de ING de financiering van suiker nog steeds niet hervat. ,,We wachten gewoon totdat de wet wordt ingetrokken'', zegt de woordvoerder.

Interjute BV uit Kapellebrug is al eerder in Cuba geweest om zaken te doen. Het verpakkingsconcern is echter al meerdere malen stukgelopen op de ondoorgrondelijke regels en wetten in Cuba. ,,Het is een lastige markt daar, er zijn moeilijk afspraken te maken over handelsverdragen en samenwerkingsverbanden. In eerste instantie willen we gewoon exporteren, maar we sluiten samenwerkingsverbanden met Cubaanse bedrijven niet uit'', zegt M. Fischer.

Voor veel bedrijven is het een teken aan de wand dat een officiële Nederlandse regeringsdelegatie nu de openingen in het Cubaanse regime gaat zoeken. ,,Als de BV Nederland zegt dat we klaar zijn om zaken te doen met Cuba, dan gaan we daar graag in mee'', zegt Koos Huurdeman van Stork NV. De industriële technologie-onderneming is vooral geïnteresseerd in de markt voor de primaire levensbehoeften zoals voedsel en kleding.

De mensenrechtensituatie is voor geen van de participerende bedrijven een sta-in-de-weg, zo blijkt. De Jong van de Rabobank: ,,Door handelsrelaties aan te gaan met Cuba help je de mensen daar ook: ze krijgen meer voedsel en de economie in zijn geheel wordt er beter van, ook de arbeidsomstandigheden.''

Omdat de rechten van de arbeiders in Cuba toch nog niet helemaal voldoen aan de internationale eisen – er is maar één officiële vakbond en de rest wordt niet erkend – gaat voor het eerst ook een delegatie van Nederlandse vakbondsmensen mee met de missie van Ybema. Dat tekent de politieke gevoeligheid van de missie. ,,De onofficiële vakbond CUTC heeft ons specifiek gevraagd om langs te komen'', zegt G. Pruim, secretaris buitenland van de vakcentrale CNV. Samen met zijn voorzitter D. Terpstra zal hij gesprekken voeren met zowel de officiële als de onofficiële vakbonden.

Over de participerende bedrijven wil de CNV geen oordeel vellen. Ook de vakbond zegt dat als de Nederlandse regering besluit naar Cuba te gaan, het voor bedrijven geen belemmering meer hoeft te zijn zaken te doen met de Cubanen. ,,Zolang er consensus heerst over de gespreksonderwerpen, en die is er, vinden wij het geen probleem'', aldus Pruim.