Britse tv-kok kiepert Franse ingrediënten weg

Frankrijk, fysiek de naaste buur, is voor de Britten vanouds een boeman. Speelt dit vooroordeel mee in de nu opgelaaide rundvleesoorlog tussen beide landen?

Moet Engeland de naar Gauloises stinkende slakken- en kikkervreters aan de overkant van het Kanaal de oorlog verklaren, omdat ze `ons' vlees niet moeten, maar wel zelf hun koeien bijvoeren uit de riolering? Je zou het haast denken, bij het doorbladeren van de Britse pulppers.

,,Why oui hate 'em'', kopte de Daily Star gisteren bij een anti-Franse litanie en een foto van twee opgestoken vingers met de tekst ,,Stick it up your derrière''. Frankrijk blijft de import van Brits rundvlees verbieden, omdat het gelooft dat het nog steeds niet vrij is van de gekkekoeienziekte. In een deel van het Verenigd Koninkrijk roept dat een xenofobe reflex op.

Waren het niet de Fransen die Argentinië Exocet-raketten leverden tijdens de Falklandoorlog, memoreert meer dan één krant. Was het niet De Gaulle die zijn `non' uitsprak over Britse toetreding tot de Europese Gemeenschap, als stank voor dank dat de Britten zijn land van de Duitsers hadden bevrijd? En wat heeft Frankrijk de wereld gegeven? De 2CV, een ,,auto waarin clowns door het circus rijden en waar de deuren vanaf vallen als je op de claxon drukt''.

Voor de talrijke Britse vijanden van Brussel, Frankfurt en Parijs is de Franse vleesboycot een nieuw bewijs van hun gelijk. De korte blokkade van de Kanaaltunnel gisteren door Franse boeren is in hun ogen een oorlogsverklaring. Als het aan de boeren en de Conservatieve oppositie ligt, betaalt Londen met gelijke munt terug in een ,,totale handelsoorlog''.

Het begin is er. De provincie Kent heeft 600 scholen verboden tijdens het middageten Frans rundvlees, kip of varken te serveren. Een groep pub-uitbaters heeft de Beaujolais Primeur afbesteld. En televisiekok Anthony Worrell kieperde zijn Franse ingrediënten in de vuilnisbak. Maar of het doorzet is de vraag. Sainsbury's, de tweede Britse supermarkt, haalde gisteren Franse piepkuikens en de pâté de campagne uit de schappen. Maar in het nieuwste Londense filiaal van de keten kon de welgestelde winkelbezoeker zijn mandje nog steeds vullen met Franse delicatessen, van Dijon-mosterd tot verse geitenkaas en van individueel gemerkte appels uit de Bourgogne tot Evian-mineraalwater.

Premier Blair geeft ook gemengde signalen. Officieel is hij ,,woedend'' over de Franse boycot, die ,,verkapt protectionisme'' zou zijn en ,,hypocriet'' omdat Frankrijk zelf sjoemelt met de voedselwetten door veevoeder te mengen met rioolslib. Maar in één adem sloot hij officiële Britse represailles uit als ,,onnodig'' en ,,onwettig''. De Europese Commissie blijft de aangewezen instantie om stappen te ondernemen tegen Parijs, vindt hij.

Philip Bell gelooft evenmin dat het tot een handelsoorlog komt. ,,Ik heb grote moeite deze crisis serieus te nemen'', zegt de lector geschiedenis aan de universiteit van Liverpool en auteur van France and Britain, the Long Separation, een standaardwerk over de Frans-Britse relaties. ,,Het lijkt me typisch de storm in een kopje thee, die eens in de zoveel tijd opsteekt.''

Britten zijn gauw gebeten op de naaste buur op het continent, betoogt Bell. Maar die houding heeft een ,,schizofreen'' trekje, want ze is ,,gemengd met bewondering''. Britten zien Frankrijk óók als symbool van het goede leven. In de Dordogne is de voertaal 's zomers Engels. Peter Mayle's A Year in Province verkoopt in Londen nog steeds als warme broodjes, net als de broodjes zelf trouwens. De grootste sandwich-ketens heten Prêt à Manger en Au Bon Pain. En hoewel de duty free sinds 1 juli is afgeschaft, houdt de stroom Britten die in Calais goedkoop bulkladingen Franse wijn komen inslaan aan. En na het dodelijke treinongeluk bij Paddington, eerder deze maand, heeft menige Brit zich afgevraagd hoe het komt dat de Franse staat er een vlekkeloos functionerende TGV op nahoudt.

Omgekeerd hebben Fransen zich nog nooit zo welkom gevoeld aan de overkant van de Kanaaltunnel. Het aantal Franse werknemers is in de afgelopen tien jaar verdubbeld tot zo'n 200.000. Franse bedrijven zijn een groeiend onderdeel van de Britse economie. En het Franse rugby-team, in Wales voor een interland, eiste gisteravond zelfs Brits rundvlees op tafel. Les rosbifs, zoals de Fransen de Britten graag noemen, konden dat sportieve gebaar van the frogs wel waarderen.

Sonia Favreau moet hartelijk lachen om de gedachte dat Fransen en Britten van elkaar zouden wegdrijven in een handelsoorlog. Zij leidt een Londense vestiging van de Franse wijnketen Nicolas en heeft helemaal niets gemerkt van een boycot. ,,Integendeel, mijn klanten zeggen juist dat ze gewoon bij ons zullen blijven kopen. En ik blijf Brits rundvlees eten. We hebben niets tegen elkaar. Dit is gewoon een slecht moment dat snel zal zijn vergeten.''

Daarop gokt ook premier Blair. Hij hoopt dat de Europese Commissie Parijs streng zal aanpakken, zodra ze het Franse dossier met wetenschappelijke bezwaren tegen Brits rundvlees heeft beoordeeld. Maar het is geen recept voor succes. Brussel liet gisteren al weten daartoe weinig juridische mogelijkheden te zien. Dat maakt Labour kwetsbaar voor kritiek van de eurosceptici in de tory-partij. Ten tweede is het maar de vraag of het Britse rundvlees wel het groene licht krijgt. De 3.000 gevallen van BSE die het Verenigd Koninkrijk dit jaar verwacht zijn er nog altijd te veel en een deel daarvan blijft in de voedselcyclus terechtkomen.

,,Franrijk vult de Britse horizon'', zegt Bell, terwijl ,,het Verenigd Koninkrijk voor Frankrijk maar één van zijn buren is''. Dat verklaart iets van de Franse boeman-rol. Maar het is niet ondenkbaar dat de boeman gelijk krijgt.