Allochtonenonderwijs vraagt om parlementair onderzoek

Ondanks een enorme extra kapitaalinjectie nemen de achterstanden van allochtone leerlingen in het basisonderwijs alleen maar toe. Zeki Arslan meent dat de huidige situatie schokkend en alarmerend is. Alleen als de overheid een aantal drastische maatregelen neemt kan het tij worden gekeerd. De Tweede Kamer moet hierbij het voortouw nemen en het gevoerde beleid van de afgelopen twintig jaar onder de loep nemen.

Bij het lezen van het rapport `Minderheden 1999' van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) zijn velen geschrokken van het feit dat de onderwijsprestaties van allochtone kinderen in groep 6 van het basisonderwijs vergelijkbaar zijn met het niveau van autochtone kinderen in groep 4. Het is een bedroevende constatering.

De vraag komt nu op hoe het mogelijk is geweest dat de resultaten van het jarenlange geploeter om de achterstand van allochtone leerlingen in het onderwijs weg te werken zo mager zijn. Vooral als je bedenkt dat de overheid jaarlijks gemiddeld 600 miljoen gulden extra investeert om achterstanden van hoofdzakelijk Turkse en Marokkaanse kinderen in het onderwijs terug te dringen.

Voor degenen die het onderwijsbeleid op dit punt nauwlettend volgen, komen de bevindingen van het Sociaal en Cultureel Planbureau niet als een verrassing. Schokkend zijn ze wel. Want uit het rapport blijkt dat de situatie rond de onderwijsprestaties van allochtone kinderen in het basisonderwijs zorgelijk en alarmerend is. Zeker als je weet dat het probleem ook in het voortgezet onderwijs speelt. Zo verlaat bijvoorbeeld – ondanks dat er ook verbeteringen te vermelden zijn – nog steeds ongeveer 25 procent van de Turkse en Marokkaanse leerlingen het voortgezet onderwijs zonder diploma.

De bijdrage die het onderwijs had moeten leveren aan de emancipatie en de kansverbetering van allochtone kinderen is lang niet altijd in voldoende mate van de grond gekomen. De pluriformiteit in het onderwijs neemt alleen maar toe – denk alleen maar aan de kinderen van vluchtelingen. Als we er nu al niet in slagen om de huidige groepen allochtone kinderen goed onderwijs aan te bieden, dan zullen de problemen in de toekomst alleen maar toenemen.

Wat is er mis in de huidige situatie? De kwaliteit van scholen met veel leerlingen van allochtone afkomst is onder de maat. Een consequente voorschoolse aanpak, waarin allochtone kinderen worden voorbereid op het basisonderwijs, is er niet. Evenmin heeft de specifieke professionaliteit van leerkrachten op scholen met een meerderheid van niet-Nederlandse kinderen ooit de aandacht gekregen die zij verdient. Daarbij komt nog dat de invloed van minderheden op het onderwijsbeleid miniem is. De rol die ze hadden moeten spelen, hebben ze niet kunnen oppakken.

Ook het parlement heeft zich nooit grondig met de materie beziggehouden. Het bleef doorgaans bij wat vlotte gedachtewisselingen met bewindslieden van OC&W over het achterstandsbeleid in het onderwijs.

Toch ontbreekt het niet aan ideeën over oplossingen. Wel is er gebrek aan politieke durf om onorthodoxe maatregelen te nemen. Maatregelen die nodig zijn om te voorkomen dat de tweedeling, die nu al zichtbaar is in een groot aantal steden, verergert en van blijvende aard wordt.

Drie jaar geleden heb ik gesuggereerd om een parlementair onderzoek in te stellen naar het achterstandsbeleid in het onderwijs en naar de effectiviteit van dat beleid. Dit voorstel is toen door geen enkele fractie overgenomen. Het is verheugend dat de VVD op dit punt nu wakker is geworden, zoals het pleidooi van het Tweede-Kamerlid Rijpstra voor de instelling van een parlementaire werkgroep laat zien.

Niet alleen het rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau geeft voldoende aanleiding voor een parlementair onderzoek. Ook het jaarverslag 1999 van de Onderwijsinspectie en diverse recente adviezen van de Onderwijsraad dwingen de Tweede Kamer tot bezinning op het huidige en toekomstige onderwijsbeleid.

De Tweede Kamer zal vooral moeten kijken waar het goed gegaan is, waar fouten zijn gemaakt en wie de politieke verantwoordelijkheid draagt voor het falend beleid ten aanzien van de achterstanden in het onderwijs. Daarna kunnen effectieve maatregelen worden genomen. Hiervoor moeten misschien wel een paar taboes worden doorbroken.

Ik wil een voorzet geven. Binnen een nieuwe aanpak moet ruimte komen voor een gestructureerde voorschoolse educatie, waarin kinderen tussen de tweeëneenhalf en vier jaar al spelenderwijs op het basisonderwijs worden voorbereid. Ook moet er gekeken worden naar de kwaliteit en deskundigheid van leerkrachten die met veel allochtone leerlingen werken.

Verder zou het management van scholen die slecht of onder de maat presteren onder toezicht moeten komen te staan van bijvoorbeeld de Onderwijsinspectie. Tevens moet het sluiten van scholen die structureel slecht presteren mogelijk worden gemaakt.

Leerkrachten die zich laten bijscholen en het prestatieniveau van de leerlingen verbeteren, moeten een extra toeslag krijgen. Minderheden moeten uitgedaagd worden om aan te geven welke kennis zij zelf kunnen aanbieden aan scholen en hoe ze hun kinderen kunnen voorbereiden op een goede start binnen het basis- en voortgezet onderwijs. De voorstellen van de Onderwijsraad om kinderen in groep 4 en groep 8 te toetsen, kunnen in ieder geval getest worden in scholen met veel allochtone leerlingen.

De onderwijsvakbonden moeten niet alleen voor de belangen van hun leden opkomen, maar zich ook solidair tonen met kansarme leerlingen. Voor zover CAO-bepalingen dat in de weg staan, zouden die moeten worden aangepast.

De Tweede Kamer heeft een zware verantwoordelijkheid. Gezien de uitkomsten van het rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau zou het mij verbazen wanneer de Tweede Kamer het nalaat om via een parlementair onderzoek het gevoerde onderwijsbeleid van de afgelopen twintig jaar onder de loep te nemen. Daarmee zou de Kamer een kans laten lopen om een nieuwe richting te geven aan het achterstandsbeleid in het onderwijs.

Sommige noodzakelijke stappen kunnen niet worden gezet als het politieke draagvlak en de politieke besluitvorming ontbreken. Zullen de politieke partijen de uitdaging durven aangaan en alle betrokkenen en belanghebbenden op hun verantwoordelijkheid aanspreken? Het gaat tenslotte om de onderwijskansen voor zeer veel jonge kinderen. Hun toekomst is in het geding.

Zeki Arslan is onderwijsdeskundige en verbonden aan FORUM, Instituut voor Multiculturele Ontwikkeling