Van der Ploeg wil cultuurondernemers

Staatssecretaris Van der Ploeg van Cultuur wil dat er een `participatiemaatschappij' komt die investeert in kunst- en cultuurprojecten. Dat schrijft hij in de nota Een ondernemende cultuur, die hij gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Organisatoren van culturele activiteiten die rendabel kunnen zijn, hebben vaak moeite financiers te vinden die bereid zijn risico te lopen, constateert de staatssecretaris. Dat komt volgens hem doordat de financiële wereld onbekend is met de cultuursector. Van der Ploeg overlegt daarom met zijn collega Ybema van Economische Zaken over de oprichting van een participatiemaatschappij voor zowel groot- als kleinschalige cultuurproducties. ABN Amro en de Nationale Investeringsbank (NIB) hebben zich al bereid verklaard deel te nemen. Daarnaast zou de overheid moeten zorgen voor `een eenmalige injectie'.

Het plan voor een participatiemaatschappij is een van de voorstellen die Van der Ploeg in zijn nieuwe nota doet om het `cultureel ondernemerschap' te stimuleren. Kunstenaars zijn niet meer puur afhankelijk van subsidies, vindt de staatssecretaris. Vroeger betekende vrijheid voor een kunstenaar dat hij niet afhankelijk was van de markt.

Tegenwoordig beschouwen kunstenaars zich ook vrij wanneer ze in staat zijn van de inkomsten van hun werk te leven, zonder afhankelijk te zijn van de overheid. Juist die sectoren bloeien die niet of nauwelijks gesubsideerd worden, zoals mode, design en popmuziek, constateert Van der Ploeg. ,,Cultuurbeleid dat daarop wil inspelen, kan niet exclusief op de gesubsideerde cultuur zijn gericht, maar moet ook oog hebben voor wat zich daarbuiten afspeelt.''

Om de ondernemingsgeest bij kunstenaars te bevorderen wil Van der Ploeg bijvoorbeeld het geven van opdrachten aan componisten stimuleren. ,,Orkesten, ensembles of operahuizen die een opdracht verstrekken en daarin investeren, wil ik een deel van de kosten vergoeden.'' Een deel van de subsidies aan beeldende kunstenaars moet niet, zoals nu, `lump sum' worden toegekend als werkbeurs of startstipendium, maar `projectmatiger', ,,dat wil zeggen op basis van een plan, met specifieke begroting en verantwoording achteraf.''