Prijs van pillen

NEDERLANDERS SLIKKEN relatief weinig pillen. In vergelijking met de buurlanden zijn de artsen hier terughoudend met recepten. Waar elders een keelontsteking wordt bestreden met antibiotica, neemt de Nederlander eerst een glas verse sinaasappelsap. Maar deze betrekkelijke soberheid neemt niet weg dat de kosten voor geneesmiddelen ook in Nederland onbeheersbaar zijn geworden, mede door de onvermijdelijke vergrijzing en een groeiend aantal migranten die een dokter pas vertrouwen als die een recept meegeeft. Omdat ziekenfondsen en andere verzekeraars toch wel betalen, is er amper een rem op het medicijnengebruik. Het gevolg is dat er geen sprake is van een vrije markt noch van een collectieve sector. Grof samengevat komt het neer op: publieke lasten en private lusten.

In de ruim vijf jaar dat Borst nu minister van Volksgezondheid is, heeft zij weinig vorderingen gemaakt om de kosten van deze hybride structuur terug te dringen. Pas recent heeft zij, na jarenlang gesteggel, overeenstemming bereikt met de apothekersorganisatie KNMP over een aanpassing van de bonussen en kortingen waarmee de farmaceutische industrie de markt bewerkt. Dit systeem illustreert het probleem. Een arts pleegt op zijn recept geen merknaam (valium) uit te schrijven maar de werkzame stof (diazepam) ervan. Omdat er nauwelijks op kwaliteit valt te concurreren, proberen farmaceutische bedrijven de apothekers met bonussen te stimuleren hun preparaten te verstrekken en niet die van de concurrent. De patiënt respectievelijk verzekering blijft intussen het volle pond betalen.

Maar ondanks het akkoord met de KNMP is de groei van de geneesmiddelenkosten in de kern niet veranderd. De farmaceutische markt blijft ondoorgrondelijk. Op verzoek van Borst heeft een commissie, onder voorzitterschap van ex-minister Bert de Vries (Sociale Zaken), nu voorstellen gedaan om nog meer duidelijkheid te scheppen. De Vries is daarin geslaagd. Zijn suggesties zijn helder. Het aantal geneesmiddelen dat het ziekenfonds vergoedt, moet worden ingekrompen. In onderling overleg moeten artsen, apothekers en verzekeraars bepalen welke medicijn wel en welke niet meer wordt vergoed. Kortom, als het om dezelfde werkzame stof gaat, wordt het ene slaapmiddel nog wel en het andere merk niet meer betaald. Het effect hiervan is dat de farmaceutische industrie moet concurreren op de prijs van haar producten.

De Vries legt een belangrijke taak bij de zorgverzekeraars, omdat zij betalen en zo groot zijn dat ze een geduchte gesprekspartner zijn voor de industrie. Bovendien biedt het de mogelijkheid voor meer variatie in de polis die de individuele burger wordt aangeboden. Wie het basispakket voldoende vindt, is goedkoper uit. Wie wil kunnen kiezen tussen bijvoorbeeld valium of een andere vergelijkbare tranquillizer moet meer premie betalen.

MEN ZOU ALOM waardering verwachten voor deze suggesties om echte marktwerking te introduceren. Maar zo eenvoudig blijkt het toch niet te zijn. Behalve bij een Kamermeerderheid van VVD, CDA en D66 zijn de plannen sceptisch of afwijzend ontvangen. De verzekeraars doen er zelfs het zwijgen toe. De meeste critici hebben medische argumenten. Volgens hen wordt de dokter uitgeschakeld. Daarvan kan de patiënt de dupe worden, omdat niet iedereen op identieke wijze reageert op de (contra-)indicaties die elke medicijn heeft. Gevreesd wordt dat arts en burger hun keuzevrijheid verliezen, hetgeen de zorg zou kunnen uithollen. Ook worden er kanttekeningen geplaatst bij de verwachting dat de verzekeraars daadwerkelijk willen concurreren. Als zij één front vormen ter beperking van hun risico's, wordt het basispakket klein en de slagroompolis ruim en duur, is de redenering van onder meer de PvdA.

Deze kanttekeningen snijden hout. Maar ze bieden onvoldoende perspectief. In haar ambtsperiode is minister Borst er niet in geslaagd een doorbraak te forceren. Zij heeft zich, als kleine `regisseur', steeds verlaten op het poldermodel in de zorgsector waar medemenselijkheid helaas wel eens een alibi lijkt om alles bij het oude te laten.

Openhartige meningsvorming over de voorstellen van De Vries is dan ook geboden. Alleen zo kunnen de werkelijke motieven open en bloot op tafel komen, kunnen medische bezwaren gescheiden worden van institutionele belangen.