Op zoek naar een tafel

Tegenover haast elke kerk in Brabant staat een café. Na de zondagse Hoogmis begaf een deel van de mannelijke kerkgangers zich vroeger naar die kroeg. Steevast. Om onder het genot van een glas bier aan de tap te `ouwehoeren'. Of om te kaarten. Biljarten was óók razend populair. Aan bijna elke gevel van zo'n etablissement hing wel een bord met de woorden `café billard' en binnen stonden soms wel twéé tafels, met groene lakens. `Piqueren en masseren verboden' en `niet roken boven het biljart' smeekte de kastelein, maar gezien de gaten in het kostbare laken trokken de biljarters zich daar niet al te veel van aan.

Snooker en poolbiljarten bestonden in Nederland nog niet, het ging alleen om de caramboles. Eén speelbal was rood, de andere twee wit waarvan één met stip. De meeste biljarters beperkten zich tot `libre'. Anderen waagden zich aan het veel moeilijkere driebanden, maar ook `tien over rood' was geliefd.

Waalwijk is van oudsher een biljartstadje. Grootheden van weleer als Kees en Henny de Ruyter komen er vandaan, net als de latere coryfee Rini van Bracht. Er zijn kroegen genoeg in Waalwijk, maar wie op een gewone maandagmiddag `een potje' wil biljarten, moet lang zoeken. Café billard gevraagd! Goed, er is een biljartcentrum: St. Jan, bestierd door driebander Wim van Cromvoirt. Maar alle zes tafels blijken die middag bezet door een club van mannen en een enkele vrouw. ,,De meeste biljartkroegen gaan pas 's avonds open'', zegt Van Cromvoirt. ,,De kans bestaat wél dat de tafels ook dan in gebruik zijn, want er zijn veel clubs.''

Cees van Oosterhout, directeur van biljartfabriek Wilhelmina, vertelt dat ,,het carambolebiljarten zich verplaatst naar grotere lokaliteiten aan de rand van de steden, vanwege de parkeerproblemen in het centrum''.

Van Oosterhout zegt dat zijn bedrijf de laatste 25 jaar wel honderd biljarts heeft ,,weggesleept'' uit Amsterdamse horecagelegenheden als Krasnapolsky, Américain en Suisse, die ooit over grote biljartzalen beschikten.

,,Daar speelden Amsterdammers die bijvoorbeeld op de beurs werkten. Nu wonen die mensen in `t Gooi. De nieuwe inwoners van Amsterdam, veelal allochtonen, biljarten niet. Ze spelen darts of tafelvoetbal.''

Vroeger kwamen jongeren ,,automatisch'' met het biljart in aanraking, aldus Van Oosterhout. ,,Via het patronaat of het militaire tehuis. Die tijd is voorbij, maar toch is het carambolebiljarten niet minder in trek.''

Het aantal cafébiljarts loopt weliswaar terug, maar er zijn veel clubs ,,met een eigen home'', aldus Van Oosterhout. ,,Bovendien laat een toenemend aantal particulieren thuis een tafel plaatsen.''

Internationaal is het vertrouwde carambolebiljarten even populair als snooker, dat zo'n twintig jaar geleden uit Engeland kwam overwaaien. Het veel gemakkelijker poolbiljarten (met één speelbal stoot de speler vijftien genummerde ballen in grote gaten) is in opmars.

,,Wereldwijd speelt tachtig procent van de biljarters pool'', weet Van Oosterhout. ,,Maar Nederland en België zijn daarop uitzonderingen. Hier is de verhouding carambolebiljarten-pool-snooker naar mijn gevoel ongeveer 65-25-10.''

De Nederlandse biljartbond heeft 45.000 leden die in wedstrijdverband caramboles pogen te maken, 5.000 snookerspelers en 3.000 poolers.