`Océ heeft niet zitten slapen'

Rokus van Iperen is na het mysterieuze vertrek van Jan Hovers de nieuwe sterke man bij Océ. Na meer dan 25 kwartalen met winstgroei heeft het kopieerconcern plotseling de wind tegen. ,,Maar de lijn gaat spoedig weer omhoog.''

Hij ziet er uitgeslapen uit voor iemand die meer dan anderhalf jaar heeft zitten dommelen. De enorme voorsprong van Océ op de concurrentie werd volgens critici tijdens die rustpauze uit handen gegegeven, waardoor nu maar liefst duizend banen moeten worden geschrapt. ,,Dat soort verwijten vind ik een belediging voor de 20.000 mensen die hier keihard werken. Voor de buitenwereld kwamen de aangekondigde maatregelen misschien als een verrassing, maar voor ons niet. Iedereen weet dat de concurrentie tussen de kopieerproducenten keihard is. Deze hele industrietak heeft er een tandje bij moeten zetten'', aldus Van Iperen.

Begin vorige maand maakte Oce een voorziening van 121 miljoen gulden bekend waaruit de noodzakelijke maatregelen moeten worden betaald. Aan zes jaar van voortdurende hogere kwartaalwinsten kwam plotseling een einde. Eén van de Océ's verklaringen is dat de kantorenmarkt - in Europa en Amerika goed voor 80 miljard gulden aan kopiers en printers - sneller dan verwacht de nieuwste generatie (digitale) apparaten wil hebben. Dat suggereert toch een verrassing? ,,Als dat zo naar buiten is gekomen, dan zou ik dat een communicatiefout willen noemen. Bij de presentatie van de eerste- en tweede kwartaalcijfers was al duidelijk dat er maatregelen zouden komen.''

Van Iperen haat de suggestie dat zijn bedrijf achter de feiten aan loopt. Dat het, in tegenstelling tot concurrenten als Xerox en Canon, nog niet klaar is voor de digitale periode. ,,Als je naar onze producten en services kijkt, gaat het bij nog maar eenderde om analoge apparatuur. Het verwijt dat we te laat zijn met digitale apparaten is dan ook onterecht.''

Van Iperen, al twintig jaar bij Océ in dienst en sinds september als voorzitter van de raad van bestuur, zit in een lastige positie. Bijvoorbeeld omdat hij niets wil zeggen over het vertrek van zijn voorganger, Jan Hovers, die het slechts anderhalf jaar in Venlo uithield. Niet echt een schoolvoorbeeld van transparantie? ,,Dat kan wel zijn, maar er zijn tussen Hovers en de commissarissen afspraken gemaakt en die wil ik niet schenden. Ik kan wel zeggen dat er over de nu genomen stappen geen enkel verschil van mening heeft bestaan tussen het bestuur en de commissarissen'', antwoordt hij op de vraag of de sanering ook onder Hovers zou hebben plaatsgevonden.

Ook voorganger Harrie Pennings, voorzitter gedurende acht jaar, maakt voor Van Iperen de verdediging moeizamer. In een interview verklaarde Pennings, tegenwoordig commissaris van Océ, dat zijn bedrijf een onbezorgde toekomst had.,,Concurrentie van buiten? Dat kan niet', stelde `Mister Océ' nog maar anderhalf jaar geleden. Ook de veel te vroege presentatie van een razendsnelle kleuren-copier kan Pennings worden verweten: in 1996 liet het apparaat tijdens een persconferentie zijn (inderdaad verrassende) kunstjes zien, maar het apparaat zal niet voor 2001 van de band rollen. ,,De massaproductie was een stap die we nog moesten afleggen'', zegt Van Iperen. ,,Achteraf hebben we allemaal gelijk. Nee, ik ben net zo enthousiast als Pennings, maar misschien alleen wat onderkoelder'', stelt Van Iperen. En over die plotselinge concurrentie die Pennings niet zag aankomen? ,,Ik denk dat zijn woorden een beetje uit zijn verband zijn gerukt: de markt is heel turbulent. In één jaar is verschrikkelijk veel gebeurd.''

Minder ongemakkelijk praat de 46-jarige ingenieur over de huidige en toekomstige situatie bij Océ. Alle commotie van de laatste maanden ten spijt staat het bedrijf er volgens hem prima bij. ,,Als we de voorziening van 121 miljoen gulden niet meetellen evenaren we de recordwinst van 285 miljoen van vorig jaar. Zo slecht gaat het dus helemaal niet.''

Door de overgang naar digitale printers en copiers (die steeds meer eigenschappen van computers in zich dragen) kan Océ onder meer in het service-apparaat snijden. De digitale apparaten vragen minder en vooral andersoortig onderhoud. ,,De printer krijgt altijd de schuld omdat die achterin het netwerk zit. Maar bij problemen kan de fout net zo goed in het computernetwerk zitten. Onze service moet dus steeds meer op een help desk gaan lijken, in plaats van dat er een monteur langskomt.''

Doordat Venlo direct aan buitenlandse klanten gaat leveren wordt ook een aantal distributiecentra buiten de eigen landsgrenzen overbodig. ,,En verder kijken we ook naar de overhead: na zes jaar winstgroei is het onvermijdelijk dat daar naar wordt gekeken.''

Op het vlak van investeringen wil Océ niet bezuinigen. ,,Zowel in de tekenkamer [architecten, reclamebureaus] als in het zogeheten hoog-volume printsegment [huisdrukkerij van grote instellingen] zijn en blijven we marktleider met een aandeel van meer dan 30 procent. In die sectoren zijn de marges ook overeindgebleven en ik twijfel er niet aan dat we dankzij enkele nieuwe producten de eerste in de wereld blijven. Daar hebben we technologisch wel degelijk nog een voorsprong.''

De problemen spitsen zich vooral toe op de kantorenmarkt (bijna de helft van de omzet) waar kopieerapparaten en printers een minder centrale rol spelen dan bij de professionals. ,,Ook daar zien we vooruitgang. Het helpt natuurlijk dat onze Amerikaanse distributeur Ikon weer bestellingen plaats, want die hebben in het derde kwartaal de voorraden afgebouwd. Verder hebben we twee nieuwe machines gelanceerd waar we veel groei van verwachten.''

De belegger heeft er nog weinig vertrouwen in. Ruim een jaar geleden noteerde het aandeel Océ nog 40 euro, tegen minder dan 15 euro nu. Commentaar geven op de beurskoersen doet Van Iperen niet, maar de lage koers maakt het doen van acquisities wel moeilijker. ,,Al onze maatregelen moeten de strategische doelstellingen ondersteunen. Dat staat centraal. De waarde voor de aandeelhouder is een onderdeel van ons beleid, maar beslist niet het enige.''