Nieuw bankstel

Er zijn mensen die elk jaar een nieuw bankstel kopen. Ik heb dat nooit begrepen, niet zozeer uit overwegingen van zuinigheid als wel uit een overmaat aan hechting: aan spullen, en daarmee aan mensen, want spullen zijn vaak verbonden met mensen. Het opruimen van het ouderlijk huis, ooit prachtig beschreven door Nicolaas Matsier, lijkt me ook nauwelijks te doen, en ik tel dagelijks de zegening dat dit nog niet aan de orde is. Hoe mensen erin slagen hun spullen waarmee ze toch van alles meegemaakt hebben op een onthechte manier van de hand te doen, is me een raadsel. En maakt enigszins afgunstig, want de staat van opgeruimdheid die hiervan het gevolg is, is benijdenswaard; een staat waarin de spullen op orde zijn, overzichtelijk, niet te veel en wat er is in het gelid van ordner en kast. Maar ik besef tegelijkertijd dat dit hoort bij andere mensen met een daadkrachtiger omgang met spullen en hun geschiedenis. De indruk van lichte wanorde die mijn huis misschien wekt moet ik maar op de koop toenemen. Tot nu toe kan ik wat echt nodig is altijd wel op tijd vinden. Bovendien is het huis het eigen grondgebied waar de ogen van de buitenwereld niet hoeven binnen te dringen. Dat is de betekenis van huis, van thuis: een veilig gebied, beschermd tegen de monsterende blikken van buitenstaanders.

Maar het huis kan ook iets anders betekenen: iets om te tonen: hoe goed je er voor staat, je rijkdom, goede smaak, je standaarden van netheid & properheid. Met het huis, de spullen, de inrichting kun je laten zien wat je waard bent. Op dit gebied kunnen zich interessante huiselijke spanningen voordoen, nu eens niet om de taak-, maar om de smaakverdeling, of als de standaarden van netheid en properheid uiteenlopen. Als de een vindt dat je dit niet kunt vertonen en de ander makkelijk over de rommel heen stapt. Als je het over deze zaken in hoofdlijnen niet eens bent, wordt het huis een slagveld van strijdige behoeften: de behoefte om zich terug te trekken tegenover de behoefte om zich te presenteren.

Beide behoeften nemen volgens mij in deze tijd toe: zowel de behoefte zich goed te presenteren, om goed voor de dag te komen, als de behoefte aan deze druk te ontsnappen, een gebied te hebben waarin men zich met goed fatsoen en ongestraft kan laten gaan.

Nu oude sociale scheidslijnen vervaagd zijn en de vroegere klassetekens hun geldigheid hebben verloren, zijn andere tekenen belangrijker geworden. Mensen kunnen zich niet meer beroepen op hun achtergrond, maar moeten het voor een belangrijk deel hebben van de manier waarop ze zich presenteren. Ze kunnen minder ontlenen aan de groep waaruit ze afkomstig zijn, maar moeten het zelf maken. Ze moeten hun eigen netwerk opbouwen, en het is daarbij belangrijk wat voor indruk ze wekken.

Bij de `presentation of self' gaat het om houding en optreden, om zelfvertrouwen in blik en tred, om taal en manieren. Maar het gaat ook om de goede spullen. Kleren maken de man (m/v), maar dat kan ook voor huis en inrichting gelden: deze maken deel uit van dit zelf. Huis en inrichting zijn een manier om te laten zien wie je bent en bij wie je hoort en niet hoort. Huis en inrichting zijn belangrijke statuswijzers.

Maar deze behoefte om goed voor de dag te komen stimuleert ook die andere behoefte: aan ontspanning en ontsnapping. Bij kleren valt hier eenvoudig in te voorzien: van maat- en mantelpak kan men zich na thuiskomst snel ontdoen, het soepel zittende niet-beknellende huispak is zo aangetrokken. Maar valt het huis op een vergelijkbare manier in behoefte-zones te verdelen? De hobbyruimte kan hiertoe wellicht dienen, of de verdekt opgestelde flipperkast. De keuken kan zo'n backstage plek zijn waar men vrij kan hangen, maar ook deze wordt vaak al aangetast door de designdrang van de bezitters, alsof het huis steeds meer een toonzaal moet worden, een sociaal visitekaartje.

De bankstelkopers uit het begin laten nog iets anders zien: naast koopkracht ook daadkracht. Nieuw, energiek: wij zijn geen mensen die bij oude pakken neerzitten. Ook dat hoort bij de tijd. En maakt mijn verlangen sterker om het oude toch nog even te bewaren.