New Age-klanken worden spannend bij Peter Eötvös

Het verst van de dirigent af bevindt zich de slagwerker, maar menige slagwerker belandt uiteindelijk vóór het orkest. Niemand denkt er meer aan dat Neeme Jarvi eens als slagwerker actief was voor de radio en televisie van Estland. Ook is allang vergeten dat Simon Rattle, de toekomstige dirigent van de Berliner Philharmoniker, al op zijn vijftiende slagwerk speelde in een Engels orkest. En ook ritmisch ongenaakbare dirigenten als Ricardo Chailly en Peter Eötvös zijn van huis uit slagwerkers.

Zaterdag hebben we het geweten! Het programma in de Matinee mondde uit in Eötvös' groots opgezette Atlantis (1995) voor jongenssopraan, bariton, cymbalom, synthesizer en orkest. Tien slagwerkers beneden en bovenin de Grote Zaal van het Concertgebouw bespeelden naast de gebruikelijke pauken, trommels, gongs en bekkens ook ratels, steeldrums en kameelklokken. Als een schrille schreeuw uit het niets stortte het exotische geruis van de balkons de diepte in, om in het schuim van de synthesizer weg te zinken met een virtueel koor, als de vergeten stemmen van het verdwenen Atlantis.

Daarnaast riepen `aquariumklanken' in traag en temerig verglijdende slierten oppervlakkig beluisterd associaties op met de typische eendimensionale New Age-sound. Maar Eötvös, die van 1967 tot 1979 in de elektronische studio van de WDR in Keulen werkte, benadert de klank oneindig veel spannender en geschakeerder. Pas in de kwintolen van de klarinet herken je een duidelijk instrumentaal geluid, zó rijk en complex is zijn componeren. Kort daarop verwijst een strijkkwintet, kwijnend lijzig, naar de verdwijnende muziekcultuur van Transsylvanië.

Kwintolen en kwintet: het is niet toevallig dat het getal 5 een belangrijke rol speelt. Eötvös verwijst ermee naar de vijf tweelingen van Poseidon en Kleito, die volgens de overlevering Atlantis regeerden. Een schitterende orkestrale klankkleur, kennis van slagwerk en elektronica, getalsconstructies en een gevoel voor theater (de jongenssopraan die, strak en glaszuiver, zong vanaf de orgelbank) zijn de pijlers waarop Eötvös' kunst berust. Soms weet hij een zekere oeverloosheid niet te onderdrukken, maar hier hield de dirigent, zeker in het eerste deel, de vormopbouw knap onder controle.

Oeverloosheid wist Harrison Birtwistle in Exody voor groot orkest helaas niet te vermijden. De ondertitel Sequences for 23:59:59 verwijst naar het tijdstip kort voor middernacht, bij het einde van het millennium. Een klokachtig mechanisme brengt het werk op gang. Waar spannende ritmiek ontbreekt, zoals in de niet minder dicht gecomponeerde Earth Dances, is de emotionele impact gering. Aan de uitvoerenden lag het niet: wat een opzwepend professionalisme!

Concert: Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Peter Eötvös. Gehoord 23/10 Concertgebouw Amsterdam. Radio 4: 27/10, 20.02 uur.