Nederland moet Antillen respecteren

De verhouding tussen Nederland en de Antillen is zo verzuurd dat er van samenwerking pas sprake kan zijn als het wederzijds vertrouwen wordt hersteld, menen Roan Lamp en Arthur Kibbelaar Ricardo.

Nederland en de Nederlandse Antillen communiceren slecht met elkaar. Er wordt geredeneerd vanuit verschillende referentiekaders. Tijdens parlementaire discussies en in artikelen in de media is duidelijk geworden hoe de interactie tussen Nederland en de Antillen verloopt: een complete afbraak van enig structureel debat, het heffen van de beschuldigende vinger over en weer, gebrek aan communicatie, wantrouwen ten opzichte van elkaar, et cetera. De paradox is dat de Antillen uiteindelijk niet geloven in de goede bedoelingen van de Nederlanders en vice versa. ,,You are damned if you do and you are damned if you don't.''

Zo ziet Nederland zichzelf als de ex-kolonisator die het beste wil met `de West'. Maar ondanks alle goedbedoelde pogingen wordt het om de oren geslagen met verwijten van inmenging en aantasting van de Antilliaanse autonomie. Als gevolg daarvan denken Nederlanders dat het niet uitmaakt hoeveel geld je in de Antillen pompt, er komt toch niets goeds uit. Ook is het voor hen onacceptabel dat kansarme Antillianen in verschillende steden van Nederland grote problemen veroorzaken. Hun geduld is op; het is hoog tijd de relatie zakelijk vorm te geven en een einde te maken aan het wanbeleid van de Antilliaanse autoriteiten, waarvan de Antilliaanse bevolking uiteindelijk het kind van de rekening is. De Antillen zouden voor een keuze moeten worden gesteld: onafhankelijkheid of een grotere bemoeienis van Nederland. Maar omdat de Antilliaanse bevolking zich tijdens het referendum in 1993 uitgesproken heeft voor het behoud van het Koninkrijk, moet de Antilliaanse overheid, desnoods met harde hand, gedwongen worden behoorlijk te besturen. De bevolking zal dan weer hoop krijgen op betere tijden en zal minder snel haar geluk willen beproeven aan de andere kant van de oceaan. Gebeurt dit niet dan zal Nederland gedwongen worden om maatregelen te nemen ter inperking van de stroom immigranten. Aldus de Nederlandse visie.

Antillianen denken er geheel anders over. Er wordt toegegeven dat het regeringsbeleid de laatste decennia moeizaam tot stand is gekomen. De Antillen wijzen er herhaaldelijk op dat het een jonge democratie is, die pas in 1954 haar formele autonomie verkreeg en pas na de opstand van 30 mei 1969 de facto haar autonomie kon verwezenlijken.

Nederland heeft altijd – heimelijk of openlijk – de onafhankelijkheid van de Antillen in het achterhoofd gehad. De Antillen beschouwen die onafhankelijkheid echter tot de dag van vandaag niet als een serieuze optie. Tegelijkertijd bestrijden ze elke aantasting van de autonomie van het Statuut.

Nederland is medeverantwoordelijk voor het jarenlange gevoerde (hulp)beleid en daarom óók voor wat er is misgegaan. Maar het wordt alleen wakker als het gaat om eigen belangen: Antilliaanse jongeren die een probleemgroep vormen en de internationale kritiek op de mensenrechtensituatie in de Koraal Spechtgevangenis op Curaçao worden een `liability'. Dat er binnen het Koninkrijk al jarenlang structurele armoede en werkloosheid heerst is niet belangrijk genoeg om aan de noodrem te trekken en is blijkbaar geen Koninkrijksprobleem. Nederland is de Antillen dan ook liever kwijt dan rijk, volgens Antillianen.

De Antillen voelen zich vaak terecht of onterecht slachtoffer van hun eigen succes. Elke economische pijler, of het nu de offshore-olieraffinage betrof die serieus werd opgebouwd, is afgeknepen. De Antillen voelen dat Nederland zich niet echt committeert om naar nieuwe economische uitwegen te zoeken. Dat is een frustatie. De Antillen roepen al tijden `trade and not aid' maar hebben de indruk dat Nederland eigenlijk liever de hulpkraan opendraait dan daadwerkelijk meedenkt over nieuwe economische pijlers. Aldus de Antilliaanse visie.

Wat moet er volgens de Nederlandse regering gebeuren? De overheidsfinanciën moeten op orde worden gebracht door stringente bezuinigingen met name in het ambtenarencorps; de economie moet geliberaliseerd worden zowel ten aanzien van personen (in casu Nederlanders) als goederen (het wegnemen van protectionistische maatregelen); de red tape die de Antilliaanse bureaucratie meebrengt moet drastisch verminderd worden; de situatie in Koraal Specht moet worden opgelost, het onderwijs verbeterd en de immigratiegolf naar Nederland moet worden stopgezet. En dit allemaal op korte termijn.

Het uitzonderlijke is dat er op deze punten in hoofdlijnen geen meningsverschil bestaat tussen Nederland en het merendeel van de Antillen. Ook de Antillen zijn zich ervan bewust dat hard ingegrepen moet worden. Maar bij de uitvoering van de plannen gaat de communicatie weer volledig mis. En dat komt door het wantrouwen en het gebrek aan begrip voor de positie van de ander.

Een nuance is volgens ons dringend gewenst. Wij beseffen dat er geen makkelijke oplossing voor de huidige communicatiestoornis en onderliggende problemen voor het oprapen ligt. Antilliaanse politici gaan ontegenzeggelijk een moeilijke tijd tegemoet om zich te committeren aan de uitvoering van het Antilliaanse Nationaal Herstel Plan. Nederlandse politici krijgen te vaak en onterecht het verwijt zich te bemoeien met de autonome bevoegdheden. Hoe aantrekkelijk de autonomie en hoe verwerpelijk misplaatste bevoogding ook is, het neemt niet weg dat het Koninkrijk een grote rol zal moeten spelen. Wij pleiten voor structurele mechanismen en geen symptoombestrijding. Niet in de laatste plaats omdat de positie van Antillianen hier alleen kan verbeteren als het product Antillen verbetert.

Van de Antillen mag verwacht worden dat zij op korte termijn de overheidsfinanciën verbeteren. Daarnaast moet de lokale marktbescherming en de toelatingsregeling worden versoepeld. Het vasthouden aan het huidige economische model is in deze tijd niet langer verdedigbaar. Hoe moeilijk het ook is voor kleine kwetsbare economieën, er zit een te hoog prijskaartje aan het tegenhouden van economische liberalisatie.

Ook mag van de Antillen worden verwacht dat zij serieus proberen de immigratie van kansarme Antillianen in Nederland in te perken, alhoewel dat een zeer moeilijke opgave is. De werkelijke oorzaken van de migratie zijn immers rechtstreeks verbonden aan de economische situatie. De Antillen moeten echter accepteren dat de Koninkrijksband consequenties heeft. Er zal op meer terreinen intensiever moeten worden samengewerkt – zoals op het gebied van de cultuur, milieu, universitaire programma's, gezondheidszorg – om invulling te geven aan een moderne open relatie van Koninkrijkspartners. Een goedlopende samenwerkingsformule zoals met de rechterlijke macht zal moeten worden bestudeerd als voorbeeld. Er zal ook een Sociaal Herstelplan moeten worden geschreven en geïmplementeerd.

Maar van Nederland mag ook het een en ander worden verwacht. Ten eerste is een houding van `ik haal mijn handen ervan af' onacceptabel. Net als de Antillen zal Nederland het feit van een gezamenlijk Koninkrijk moeten respecteren en positiever invullen. Dit mag niet alleen gebeuren enkel en alleen vanwege rechtshandhaving en als het imago van het Koninkrijk in het geding is. Ook toen het vorig kabinet-Pourier de financiële herstructurering hoog in het vaandel droeg kon het op cruciale momenten niet rekenen op voldoende steun. Nederland moet in tijden van aanwijsbare goodwill van Antilliaanse zijde ook daadwerkelijk steun verlenen. Het mag zo zijn dat Nederland aan donormoeheid lijdt, zonder een financiële injectie bij de uitvoering van het Nationaal Herstelplan zal het erg veel moeite kosten de vicieuze cirkel te doorbreken (vaandel van het demissionair kabinet-Römer). Deze financiële injectie is echter onvermijdelijk om een verdergaande tweedeling in het Koninkrijk te voorkomen.

Er mag in geen geval een muur worden gebouwd binnen het Koninkrijk. Antillianen in Nederland kijken met grote zorg naar de oneigenlijke koppeling die wordt gemaakt tussen problemen van hopelijk tijdelijke aard enerzijds en een ondeelbare Koninkrijksstatus anderzijds. Een toelatingsregeling zal een onvermijdelijk permanent karakter krijgen en belemmert de invulling van een eigentijds en open Koninkrijk.

Mr. Roan Lamp en mr. Arthur Kibbelaar Ricardo zijn lid van het Antilliaans Netwerk.

Er mag in geen geval een muur worden gebouwd binnen het Koninkrijk