Een welkome aanvulling

Veel hedendaagse beeldende kunst is zelfs voor de ervaren museumbezoeker moeilijk te doorgronden. Probeer maar eens aan een `ongeletterde' vriend uit te leggen wat de artistieke waarde is van een op de museumvloer omgekieperde stofzuigerzak of met spelden aan de muur geprikte vakantiekiekjes?

Op dat soort momenten is het een verademing om te weten dat er nieuw tijdschrift is opgericht dat de hedendaagse beeldende kunst op een begrijpelijke manier uitlegt. The Dummy Speaks is weliswaar een kunstblad voor jongeren, maar vormt een welkome aanvulling op de soms droge besprekingen in tijdschriften als De Witte Raaf en Metropolis M. Glossy, full-colour en prachtig geïllustreerd met paginagrote afbeeldingen is The Dummy Speaks bovendien een lekker bladerblad.

Na het originele nulnummer over nullen – dat zowel over het cijfer 0 als over sukkels ging – is het eerste nummer van The Dummy Speaks geheel gewijd aan `animals en aliens'. Het is een luchthartig en vooral handig thema, want monsters, buitenaardse wezens en dieren komen veelvuldig voor in de beeldende kunst. Het aardige is dat de redactie niet alleen voor de grote namen gekozen heeft, maar ook minder bekende kunstwerken aan bod laat komen, zoals de zelfportretten met opgezette beesten van de Franse kunstenares Sophie Calle en de getatoeëerde varkens van de Belg Wim Delvoye. Zo steek je er ook als kunstliefhebber nog wat van op.

Een nadeel is dat het brede thema `dieren' in dit nummer vooral dient als een vergaarbak voor wel heel uiteenlopende kunstwerken. De beeldbijdrages van kunstenaars als Matthew Monahan, Aernout Mik en Rob Birza worden zonder enige uitleg geplaatst en afgewisseld met teksten over popmuziek, film en mode. Maar wat is in deze context de relevantie van een essay over de huismijt? En wie is die mysterieuze kunstenaar Jan van der Hoeven die zo uitgebreid aan het woord gelaten wordt?

Sommige artikelen zijn in een wel erg popie-jopie-taaltje geschreven, maar wanneer je tussen de hippe formuleringen door leest, ontdek je dat de vragen die gesteld worden wel degelijk zinnig zijn. Wat maakt dit werk tot kunst, of, hoe zet dit kunstwerk aan tot nadenken? Auteur Rob de Jong komt naar aanleiding van een werk van Jannis Kounellis, die in de jaren zestig twaalf paarden in een Italiaanse galerie onderbracht, tot de conclusie ,,dat iets kunst is wanneer je iets verwacht wat er dan niet blijkt te komen, omdat het in een andere versie, op een ander moment en op een andere plek komt waar je zelf nooit op zou komen.''

Dominic van den Boogerd is een stuk concreter in zijn beschouwing op het werk van de Engelse schilder Chris Ofili. Hij vergelijkt de zwarte Madonna op het schilderij The Holy Virgin Mary – onlangs nog in het nieuws vanwege de opschudding die het op een tentoonstelling in New York veroorzaakte - met het beroemde middeleeuwse paneel van Jan van Eyck, waarop Maria `een beetje sexy' haar borst ontbloot. Ofili plaatste op de plek van de blanke borst een forse olifantendrol, een gebaar dat Van den Boogerd vergelijkt met de grove taal van ,,gangsta rappers die alle vrouwen `bitches' noemen.''

The Dummy Speaks zou een mooie aanvulling kunnen zijn op het vak Culturele en Kunstzinnige Vorming (CKV) dat sinds vorig jaar op middelbare scholen gegeven wordt. Met de speelse, associatieve stijl van de artikelen heeft het blad de juiste toon te pakken om jongeren warm te maken voor beeldende kunst. Misschien zou het een goed idee zijn om iedere kunstcriticus eens een stukje voor The Dummy Speaks te laten schrijven, om zo te ontdekken dat het ook mogelijk is om in eenvoudige bewoordingen aanstekelijk over hedendaagse beeldende kunst te schrijven.

The Dummy Speaks nr 1, 1999. Fl 11,-