Cricket in Downing Street

et is het begin van de jaren negentig. De Britse premier John Major leidt zijn ministersploeg op minder formele voet dan zijn voorganger Margaret Thatcher gewoon was, en schiet in de kabinetsvergaderingen af en toe papieren vliegtuigjes over tafel. Van dichterbij bezien blijken het geen vliegtuigjes te zijn maar papieren verborgen in couvert. Ze worden ook niet afgeschoten maar over tafel geschoven en komen precies terecht bij enkele collega's die er kennelijk op zitten te wachten. De papieren bevatten informatie die wisselende stemmingen aan de overkant van de tafel teweegbrengt. De ene keer worden er opgewekte knipogen uitgewisseld, de andere keer maakt zich een gemeenschappelijke somberheid van de ontvangers meester.

Michael Heseltine, de vice-premier, die in de vergadering rechts van Major zit, kijkt er met verbazing naar maar weet niet wat hij ervan denken moet. Hij begrijpt er nog minder van als er telkens nieuwe papieren worden binnengebracht die Major eerst aan de aan zijn linkerzijde gezeten secretaris van de ministerraad laat zien en vervolgens weer doorschuift naar de minister van Financiën aan de overzijde.

Premier, secretaris ministerraad, minister van Financiën: Heseltine's eerste gedachte is dat de beurzen gestegen zijn maar hij wordt achterdochtiger naarmate de collega's langer zwijgen. Major geniet in stilte van Heseltine's verwarring, maar houdt zijn vice-premier niet al te lang voor de gek en toont hem ten slotte een van de papieren: het zijn de uitslagen van een van de testmatches van Engeland tegen Zuid-Afrika.

Heseltine's ogen vallen van verbazing bijna uit hun kassen.

,,Dat kan ik niet geloven'', stamelt hij, schudt zijn hoofd en steekt de uitslagen, met het oog op zijn toekomstige memoires ,,voor het nageslacht'' in zijn zak. ,,Cricket is voor Michael een mysterie'', noteert Major.

Het tafereel in 10 Downing Street is op en top Engels en kan zich nergens anders afspelen dan in het land waar de oorsprong van het cricket ligt.

Welke Nederlandse pendant zou hiervoor te bedenken zijn? Een uitdraai van de beurskoersen? Kok en Zalm raken daar niet opgewonden van. Kruiswoordpuzzel of cryptogram: daar worden zij ook niet koud of warm van. Een Nederlandse premier zou in elk geval nooit een vergadering van de ministerraad verdagen om een meerdaagse testmatch op de televisie te kunnen volgen. Het scheelt natuurlijk dat Nederlandse kabinetten nooit een bekende cricketer hebben geteld. De hoogste Nederlandse politicus die op redelijk niveau cricket speelde, was Harry Peschar, het vroegere lid van de Algemene Rekenkamer, daarvoor lid van de Tweede Kamer, die samen met zijn PvdA-collega wijlen Joop Voogd bij Bloemendaal crickette.

Wie de pantomime met de cricketuitslagen in Majors kabinet voor zich ziet, begrijpt dat John Major zich niet bedient van ironie als hij beweert dat cricket meer is dan leer op een slaghout (John Major: The Autobiography, London, 1999, blz. 402). Voor de meeste beoefenaars is het een sport die een leven meegaat. Cricket blijkt Major vooral een levensovertuiging te hebben bijgebracht. Als jongen had hij die al, dus voordat hij in de politiek ging, en tot zijn laatste snik zal hij die blijven aanhangen. Major maakt er geen geheim van dat hij het cricketspel als een hogere menselijke activiteit beschouwt; hoger dan de politiek. Het staalt het karakter, het onderdrukt slechte eigenschappen en het brengt de mens zelfbeheersing bij. Dat Major zelf geen topcricket heeft gespeeld en de moderne verharding daarvan niet aan den lijve heeft ondervonden, doet aan de geldigheid van zijn overtuiging niet af. Dat hij zijn eigen verleden op de greens van zijn jeugd (Brixton) romantiseert, is ook niet erg want hij zegt het er bij. In zijn herinneringen mochten de toeschouwers op alle cricketvelden nog altijd in het gras zitten, werden zijn favorieten the Surrey County Cricket Club altijd kampioen en scheen op the Oval altijd de zon. De herinnering dat het cricket in zijn premiersbestaan regelmatig aan het herstel van zijn geestelijk evenwicht heeft bijgedragen, zal vast en zeker niet geromantiseerd zijn. ,,Zodra ik een cricketterrein betrad, in het bijzonder the Oval en Lord's, verdwenen mijn zorgen. Zelfs op de laatste dag van mijn premierschap toen ik Downing Street voorgoed verliet, herinnerde een bezoek aan the Oval mij dat er meer in het leven is dan politiek.''

Heel zijn boek is zo van cricket doortrokken (zo veel dat ik de bespreking van enkele politieke aspecten tot een volgende keer moet bewaren) dat men thuis moet zijn in de werken van Neville Cardus – die van cricket poëzie maakte – om te begrijpen wat het geheim van premier John Major was en hoe hij opereerde. Een aardig trekje van het boek is dat Major op een tamelijk naïeve manier laat zien hoeveel moeite hij van zijn kant deed om de geheimen van zijn politieke tegenstanders op het Europese toneel te ontsluieren. Voordat hij naar de Europese top in Maastricht ging, bestudeerde John Major in het bijzonder de psychologie van Helmut Kohl en Mitterrand. Hij maakte handig gebruik van Kohls passie voor de Engelse geschiedenis door hem onder het motto ,,goede persoonlijke verhoudingen vermenselijken de diplomatie'', een replica van een van Kohls favoriete Engelse staatkundige relikwieën te schenken. De inscriptie van Kohls naam erop had het verhoopte ontwapenende effect. Volgens Major had Kohl daarna meer begrip voor het Engelse verzet tegen de sociale paragraaf van het verdrag.

Premier Lubbers miste de portee van het gebaar. Het was een goede wenk die bedoelde te zeggen: zorg er voor Helmut Kohl aan je kant te krijgen, en je bent verzekerd van je benoeming tot secretaris-generaal van de NAVO.