Colombia ontroert niet langer

Na veertig jaar `stille burgeroorlog' maakt het geweld in Colombia weer geluid. Maar het valt niet meteen op. In de ogen van de buitenwereld is het land van García Márquez al eeuwen hetzelfde. Elke maand tienduizend mensen op de vlucht, tweehonderd mensen ontvoerd, en vijfhonderd mensen gedood. Negentig procent van de slachtoffers zijn ongewapende burgers. Dat zijn de cijfers.

,,Niets aan ons land lijkt nog te ontroeren'', zei één van de organisatoren van de Grote Mars die deze zondag het land overstroomde. Twaalf miljoen burgers in witte kleren die de guerrilla, de paramilitairen, de drugsbazen, en het nationale leger vragen op te houden met hun geweld.

De situatie in het land is explosiever dan ooit. Het conflict is over de grenzen van het land heengewandeld en een probleem voor de hele regio geworden.

Om te beginnen is er de veranderde houding van de Verenigde Staten. Sinds de grote drugskartels van Medellín en Cali in de jaren tachtig is er een directe Amerikaanse militaire bemoeienis met Colombia. Deze zomer besloot de regering Clinton dat Colombia een `vitale bedreiging van de Amerikaanse nationale veiligheid' is geworden. De strijd tegen drugs en die tegen de linkse guerrilla kon niet meer van elkaar gescheiden worden, stelden de Amerikaanse drugsautoriteiten. De marxistische guerrilla is een `narco-guerrilla', zei het hoofd van de Amerikaanse drugsbestrijding Barry Mc Caffrey. Sinds kort worden door Amerika getrainde anti-drugs eenheden openlijk tegen de linkse guerrilla ingezet.

Zowel voor de linkse guerrilla als de rechtse paramilitiaren zijn drugs al jaren de `smeerolie' van hun strijd. De linkse guerrilla beschermt cocaboeren en laboratoria in ruil voor `revolutionaire afdrachten'. De paramiltairen en ook het reguliere leger hebben banden met de drugshandel. Toch ervaren de Amerikanen vooral de linkse guerrilla als bedreigend, omdat die veertig procent van het Colombiaanse grondgebied in handen heeft. ,,Als we een drugsvliegtuig pas boven de Carraïben uit de lucht halen, is de guerrilla al betaald'', zei Mc Caffrey in juli.

Met deze boodschap begonnen Mc Caffrey en de commandant van het Amerikaanse leger in Latijns Amerika, Charles Wilhelm, deze zomer met een poging de buurlanden van Colombia ervan te overtuigen dat Colombia ook voor hen een kwestie van `nationale veiligheid' was. Even ontstond opwinding over de mogelijkheid van een militaire interventie in Colombia. Brazilië, Venezuela en Mexico beschuldigden de VS ervan de buurlanden te willen gebruiken als voorhoede voor een militaire inval. Alle omliggende landen hebben versterkingen naar hun grensgebied gestuurd, of staan op het punt dat te doen.

In Braziliaanse kranten verscheen onlangs het bericht dat Braziliaanse huurlingen door de afdeling `clandestiene operaties' van de CIA zouden worden opgeleid voor de antiguerrilla-oorlog in Colombia. En tot grote woede van de Amerikanen besloot de Venezolaanse president Chávez geen guerrilleros meer tot op Colombiaans grondgebied te achtervolgen. Chávez weigert ook om de militaire vliegtuigen die opstijgen vanaf de nieuwe Amerikaanse bases op Aruba en Curaçao over Venezolaans grondgebied te laten vliegen.

De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Van Aartsen houdt vol dat het verdrag met Amerika over de militaire bases op de Nederlandse Antillen zich ,,nadrukkelijk beperkt tot drugsbestrijding'', en de bases ,,niet bedoeld zijn voor militaire operaties in de regio.'' Maar in de huidige Colombiaanse oorlog is allang niet meer duidelijk waar drugsbestrijding ophoudt en militaire operaties beginnen.