Amersfoort wil leerlingen gaan spreiden

Basisscholen in de gemeente Amersfoort willen allochtone en autochtone leerlingen onderling verdelen om segregatie te voorkomen.

Dit plan hebben de wethouder van onderwijs, M. Fränzel, de katholieke, christelijke en islamitische schoolbesturen gisteren gepresenteerd. Scholen en ouders worden geacht eraan mee te werken maar zijn dat niet verplicht.

Amersfoort heeft 44 basisscholen waarvan zeven `witte', met overwegend autochtone leerlingen, en vier `zwarte' scholen, met vooral allochtone leerlingen. Driekwart van de scholen is nog etnisch gemengd en dat wil de gemeente zo houden.

Het gemeentebestuur vindt segregatie ,,maatschappelijk onwenselijk'', omdat het vindt dat kinderen uit verschillende culturen met elkaar moeten leren omgaan. Ook zouden allochtone leerlingen de Nederlandse taal beter beheersen als ze met veel Nederlandse leeftijdgenoten naar school gaan. Zo'n 13 procent van de Amersfoortse bevolking is allochtoon.

In bijna alle steden zijn Nederlandse ouders in de loop der jaren scholen gaan mijden als zij vinden dat er te veel allochtone leerlingen op zitten. Dit heet in de volksmond de `witte vlucht'. Die vlucht heeft ertoe geleid dat er in etnisch gemengde wijken toch veel scholen zijn waar alleen allochtone leerlingen op zitten.

Op kosten van de gemeente Amersfoort (70.000 gulden per jaar) zal een verbindingsofficier in bepaalde wijken samen met scholen proberen de schoolkeuze van ouders te beïnvloeden. Het gaat erom allochtone ouders voor een witte school te laten kiezen en autochtone ouders niet te laten vertrekken bij gemengde scholen.

De oud-rector van het Utrechtse Niels Stensencollege, M. Sjamaar, pleitte anderhalf jaar geleden voor verplichte spreiding van middelbare scholieren om te voorkomen dat bepaalde etnische groepen zich concentreren op bepaalde scholen. Hij kreeg kritiek van politici en vakbonden voor zijn pleidooi maar ook steun van schoolleiders.

Spreidingsbeleid is moeilijk uit te voeren in Nederland wegens de grondwettelijke vrijheid van onderwijs (artikel 23). Die houdt in dat ouders vrij zijn om een school te kiezen en op te richten. Het schoolbestuur bepaalt dan de inrichting van het onderwijs en heeft het recht leerlingen te weigeren die een ander geloof – of geen geloof – aanhangen. Alleen openbare scholen, die onder verantwoordelijkheid van de gemeenteraad vallen, mogen geen leerlingen weigeren. In de praktijk hebben zij als gevolg daarvan gemiddeld de meeste allochtone leerlingen.

De gemeente Gouda heeft vijftien jaar lang een spreidingsbeleid gevoerd om de overwegend Marokkaanse leerlingen te verdelen over alle basisscholen. Dat beleid is in 1996 gestrand doordat de christelijke en katholieke scholen weigerden meer allochtone leerlingen op te nemen dan vijftien procent per school. Bovendien hadden de steeds verder ingeburgerde Marokkaanse gezinnen geen zin meer om hun kinderen ver weg naar school te brengen op grond van het feit dat ze allochtoon waren.