Roman Glastra van Loon bekroond

Het was dubbelliefde die Karel Glastra van Loon gistermiddag ten deel viel. Voor zijn romandebuut De passievrucht kreeg hij niet alleen de Generale Bank Literatuurprijs à 100 duizend gulden, maar ook de prijs van de jongerenjury (een kunstwerk van Joost Veerkamp). De drie Vlaamse en drie Nederlandse scholieren prezen de plot en de originaliteit van Glastra's roman, waarin een onvruchtbare man op zoek gaat naar de vader van het kind dat hij dertien jaar lang als het zijne heeft opgevoed. De voorzitter van de volwassenenjury, ex-staatssecretaris Aad Nuis, roemde onder meer Glastra's `superieure persoonlijke stijl' en `psychologische fijnzinnigheid'.

De bekroning van De passievrucht, tijdens een rechtstreekse uitzending van het VPRO-televisieprogramma De Plantage, kwam voor velen niet als verrassing. Zelfs drie van Glastra's medegenomineerden Henk van Woerden (Een mond vol glas), Maria Stahlie (Zondagskinderen) en Frank Westerman (De graanrepubliek) wisten al een uur vantevoren te vertellen naar wie de prijs zou gaan. Immers, vanaf zijn binnenkomst op de afternoon tea in het Amsterdamse B&W-café werd Glastra van Loon gevolgd door een cameraploeg. Puur toeval, stelde de winnaar na de uitzending met nadruk: ,,Uit mijn tijd als journalist ken ik iemand bij Middageditie, en ook Barend & Van Dorp wilde me volgen. Maar ze hadden hun reportages ook uitgezonden als ik verloren had.''

Speculaties over het `lek' domineerden na de prijsuitreiking het lopend buffet van de best gecaterde literaire prijs van Nederland. Misschien ook omdat het live uitgezonden rondetafelgesprek met de zes genomineerde schrijvers weinig stof tot napraten gaf. ,,Wij blinken nooit uit in diepgang,'' had presentatrice Hanneke Groenteman al gewaarschuwd. En dus ging ze voorbij aan de de vraag of de GBL-nominés zich, vergeleken met oude en gepasseerde rotten als Mulisch en Nooteboom, beschouwden als een nieuwe generatie in de Nederlandse literatuur (`het literaire middenkader' noemde Arnold Heumakers hen afgelopen vrijdag in deze krant). Nu mochten de vijf Nederlanders en één Vlaming (Joris Note, genomineerd voor Kindergezang) alleen iets vertellen over hun lievelingsboek, en toen Oscar van den Boogaard (genomineerd voor Liefdesdood) een ode bracht aan Gombrowicz' Ferdydurke, achtte Groenteman dat een `nogal hermetisch betoog'. Waarop hij antwoordde: ,,Ik dacht dat je daar wel tegen kon.''

Niet dat het ongezellig werd in De Plantage. Evenals de presentatrice achtte iedereen zich `gelukkig' of ten minste `vereerd' om met zoveel goede schrijvers van mooie boeken aan tafel te zitten. `Blij' was het sleutelwoord, en er was pas plaats voor `teleurgesteld' toen de prijs eenmaal definitief was uitgereikt. Van den Boogaard, die voor de vierde keer vergeefs voor een grote literaire prijs was genomineerd, zei dapper dat hij het `rouwproces' al ingecalculeerd had; Henk van Woerden, die ook al eerder een ton aan zijn neus voorbij heeft zien gaan, concludeerde: ,,Jammer van de poen.''

Winnaar Glastra van Loon, die actief is in de Socialistische Partij, werd bij wijze van felicitatie door Groenteman getypeerd als ,,de enige dubbele naam met een ton in de SP.'' Natuurlijk werd hem vervolgens door iedereen gevraagd of hij het prijzengeld in de partijkas zou storten. Zijn antwoord was een variatie op het sofisme dat Oscar Lafontaine onlangs te berde bracht toen hem werd verweten dat hij het kapitale voorschot voor zijn boek Das Herz schlägt links niet aan een goed doel had geschonken. De Duitse socialist onderstreepte dat ,,sociale rechtvaardigheid niet betekent dat je van je persoonlijke inkomen afziet, maar dat je pleit voor hogere belastingen''; de Nederlandse SP'er was nog kernachtiger: ,,Geen sprake van; ik ben niet eens partijlid.''