Na vrijspraak Andreotti worden de messen getrokken

Hoewel oud premier Andreotti is vrijgesproken, blijft `zijn politieke en morele verantwoordelijkheid' onuitwisbaar.

Eigenlijk geloofde bijna niemand dat Giulio Andreotti in september 1987 de voortvluchtige peetvader Totò Riina, de baas der bazen, met een kus van respect heeft begroet, zoals een spijtoptant van de mafia heeft verteld. Dat kan morfologisch niet, schreef de grand old man van de Italiaanse journalistiek, Indro Montanelli. Andreotti heeft te smalle lippen om iemand te kussen.

De vrijspraak voor Andreotti betekent kennelijk dat ook de rechtbank in Palermo de beschuldiging van de kus en een hele reeks andere, vaak zeer gedetailleerde, verklaringen over ontmoetingen tussen Andreotti en mafialeiders onbetrouwbaar vindt. In welke mate en waarom, dat moet blijken uit de motivering van het vonnis. Die wordt binnen drie maanden verwacht.

Maar het proces heeft zoveel spanningen opgeroepen dat niemand geduld had om daarop te wachten. De messen lagen klaar en ze werden meteen gebruikt. Tegen de openbare aanklagers die corruptie- en mafiaprocessen zijn begonnen. En tegen spijtoptanten van de mafia die politici ervan hebben beschuldigd onder één hoedje te spelen met de mafia.

,,Deze wedstrijd is voor mij afgelopen'', zei Andreotti na zijn vrijspraak. ,,Het beste is nu: zand erover.'' Voor zijn tegenstanders gaat dat wel erg snel. Ook critici van Andreotti geven toe dat het hebben van de verkeerde politieke vrienden niet voldoende is voor een juridische veroordeling als daar geen harde bewijzen over het veronderstelde duivelse pact met de mafia bij komen. Dat de aanklacht als onvoldoende onderbouwd werd beschouwd, betekent zwaar prestigeverlies voor magistraten die de afgelopen jaren grote successen hebben geboekt in de strijd tegen de mafia.

Maar dat hoeft niet in de weg te staan van een politiek oordeel. Dat Andreotti's politieke vrienden op Sicilië samenwerkten met de mafia, wordt niet betwist. ,,Andreotti kon dat niet níet weten'', zei de linkse europarlementariër Claudio Fava, wiens vader, een journalist, in 1984 door de mafia is vermoord. En Nando Dalla Chiesa, wiens vader prefect van Palermo was en in 1982 is vermoord, zei: ,,Zijn politieke en morele verantwoordelijkheid zijn onuitwisbaar.''

Andreotti zelf zegt dat hij de mafia mogelijk heeft onderschat, en dat hij zeker niet de enige is geweest. Voor de satiricus Michele Serra aanleiding voor het venijninge commentaar dat het een hele opluchting is te constateren dat het land niet is bestuurd door mafiose politici, maar door een groep zwakke bestuurders die de mafia haar gang heeft laten gaan.

Vraag is wie nog de moed en energie heeft Andreotti op zijn rol daarin aan te spreken. Vorige maand constateerde een rechtbank in Perugia dat de voormalige premier niet betrokken was bij de moord op een journalist, in 1979. Zijn vrijspraak in Palermo, wegens gebrek aan bewijs, is met meer vraagtekens omgeven. Maar `Mr. Italy' komt hier met opgeheven hoofd uit, ook al wegens de stoïcijnse manier waarop hij zijn lot in handen van de Palermitaanse rechters heeft gelegd. Vriend en vijand constateren dat deze houding een scherp contrast vormt met die van de voormalige socialistische leider Bettino Craxi, die in ballingschap in Tunesië is gegaan om processen te ontlopen, en van de rechtse oppositieleider Silvio Berlusconi, die voortdurend de magistratuur aanvalt.

Bovendien zien veel politieke vrienden in de vrijspraak voor Andreotti een reden om de recente politieke geschiedenis te herschrijven. In 1992 bracht het smeergeldonderzoek Schone Handen een lawine van mafia- en corruptie-onderzoeken op gang, die leidde tot de instorting van het christen-democratische bestel en de versplintering van de eens oppermachtige Democrazia Cristiana (DC).

Het negatieve beeld dat daardoor is ontstaan, moet nu worden gecorrigeerd, vinden politieke erfgenamen. ,,Als Andreotti onschuldig is, is de DC onschuldig'', zei Rocco Buttiglione, leider van een van de splinterpartijen. ,,En als de DC onschuldig is, is de moord op de DC een staatsgreep met juridische middelen die is uitgevoerd door links, met steun van de media en een deel van de magistratuur.''

De rechtse oppositie doet volop mee in dit koor van op wraak beluste politici. ,,Ik denk dat de vrijspraak voor Andreotti de definitieve veroordeling is van een aantal juridische uitgangspunten die zijn gebaseerd op het avonturisme van enkele pentiti (spijtoptanten van de mafia) en de hang naar politiek protagonisme van enkele openbare aanklagers'', zei Gianfranco Fini, leider van de Nationale Alliantie, voortgekomen uit de neofascistische partij.

Het belangrijkste weerwoord kwam van Walter Veltroni, leider van de Linkse Democraten, de grootste regeringspartij. Hij noemde het ,,onaanvaardbaar dat een lynchpartij is begonnen tegen magistraten die al jarenlang een strijd (tegen de mafia) voeren waarin uitzonderlijke resultaten zijn geboekt.''

Veltroni vreest dat ook aan de poten wordt gezaagd aan het systeem van de mafia-spijtoptanten, die een enorme impuls hebben gegeven aan de strijd tegen de georganiseerde misdaad. Andreotti heeft deze pentiti afgeschilderd als onbetrouwbare moordenaars. Ze zouden voor een flinke som geld nazeggen wat openbare aanklagers hun hebben ingefluisterd, of zelf allerlei dingen verzinnen in de hoop zo gevangenisstraf te ontkomen en met subsidie van de staat een nieuw leven te kunnen beginnen.

De groep spijtoptanten is inderdaad bijna onhandelbaar groot geworden. Bovendien is er in de gretigheid om dit effectieve wapen tegen de mafia te gebruiken, te weinig geprobeerd om het kaf van het koren te scheiden. Maar na de vrijspraak voor Andreotti wordt van veel kant gesuggereerd dat pentiti per definitie onbetrouwbaar zijn.

De eerste peetvader die de traditionele zwijgplicht doorbrak en daarna veel familieleden vermoord zag worden, Tommaso Buscetta, kijkt het vanuit de Verenigde Staten geërgerd aan. Nadat de door hem gerespecteerde mafiarechter Giovanni Falcone was vermoord, in 1992, begon hij te praten over de politieke contacten van de mafia en politiek. Ook over Andreotti. Maar dat is kennelijk nog steeds taboe, constateert hij.

,,Eerst wist ik dat ik moest zwijgen, omdat de staat daar nog niet klaar voor was'', zei Buscetta tegen La Repubblica. ,,En toen, in 1992, uit respect voor de dood van een dienaar van de staat, heb ik een fout begaan. Ik ben gaan praten over de banden van de mafia met de politiek. Het was de grootste fout van mijn leven.''