Indonesië gaat pad van decentralisatie op

Onder president Abdurrahman Wahid zal Indonesië – ,,een grote natie van 210 miljoen mensen'' – zich zelfbewust opstellen tegenover de buitenwereld. Wahid kondigde dit weekeinde hervormingen aan die ingrijpend zijn, maar geleidelijk zullen worden doorgevoerd. De staat zal verregaand worden gedecentraliseerd: Wahid repte van een ,,min of meer federaal bestel''.

Sinds zijn verkiezing, vorige week woensdag, heeft Wahid bij verschillende gelegenheden zijn plannen ontvouwd. Vrijdag ontving hij ambassadeurs, onder wie de Amerikaan Robert S. Gelbard, zaterdag bezocht hij het Oost-Javaanse Jombang, waar hij bloemen strooide over de graven van zijn vader en grootvader, en gisteren sprak hij – geheel uit het hoofd en in vlekkeloos Engels – een internationale studieconferentie op Bali toe.

In Jombang zei Wahid dat vice-president Megawati Soekarnoputri en hij de taken voorlopig hebben verdeeld. Megawati ontfermt zich over Ambon, dat wordt geteisterd door bloedige botsingen tussen moslims en christenen, en over Irian Jaya, waar het separatisme de kop weer heeft opgestoken. ,,Zij doet de moeilijke dingen'', aldus Wahid met een grijns.

De president zal zich in eerste instantie buigen over het eveneens opstandige Atjeh in het uiterste noorden van Sumatra, economische ontwikkeling, en de voedselvoorziening. Wahid beklemtoonde dat Indonesië moet concurreren in een open wereldeconomie en sprak zich uit voor een marktgeoriënteerd beleid, waarin particulier initiatief het voortouw neemt. Voor economisch herstel acht de president buitenlandse investeringen onontbeerlijk en dat veronderstelt binnenlandse stabiliteit, bestuurders met schone handen en rechtszekerheid. Hij kondigde aan dat er een nieuw departement komt voor de ontwikkeling van de omringende zeëen. Indonesië, 's werelds grootste archipel, bestaat voor driekwart uit zee. ,,Onze wateren'', aldus Wahid, ,,zijn rijk, maar onze vissers zijn arm en onze marine is zwak, zodat anderen onze zeëen leegroven''.

Wahid zei dat in het economische beleid inkomensverbetering voor de bevolking voorop zal staan. ,,Het is onzin over democratisering, vrede, demilitarisering en andere grote kwesties te praten als de mensen zich zelfs geen eerste levensbehoeften kunnen veroorloven.'' De president schreef 's lands problemen toe aan het onvermogen van vorige regeringen om de kloof tussen arm en rijk te dichten, de wet te handhaven en taken over te laten aan de provincies.

Hij toonde begrip voor de wens in brede kring om de militaire bemoeienis met het landsbestuur te beëindigen, maar, aldus Wahid, ,,ik kan ze niet simpelweg terugsturen naar hun barakken zonder eerst hun problemen op te lossen''. Naar verluidt krijgt de stafchef van de strijdkrachten, generaal Wiranto – onder de vorige president B.J. Habibie tevens minister van Defensie – een andere kabinetspost, gaat Defensie naar een burger en klimt Wiranto's plaatsvervanger, admiraal Widodo A.S., op naar de positie van bevelhebber.

Wahid zal zijn buitenlandse politiek afstemmen op de noodzaak de levensomstandigheden van de Indonesiërs te verbeteren. ,,Toen Indonesië arm was, net als nu, hadden andere landen immers geen respect voor ons''. Zijn eerste buitenlandse reis gaat naar de buren, lidstaten van de Associatie van Zuid-Oostaziatische landen (ASEAN). Daarna wil hij naar China, Japan en India. De president zei dat hij ook graag naar Israel wil, een land waarmee Indonesië geen diplomatieke betrekkingen onderhoudt. ,,Sommige Arabische landen'', aldus Wahid, ,,hebben wel relaties. Van Israel kunnen we veel leren over economie en democratie''. Bij ambassadeur Gelbard verontschuldigde hij zich dat hij niet meteen naar Washington gaat. De Amerikaan had zijn reisplannen geprezen, maar, aldus Wahid, die slecht ziet: ,,Mijn dochter zei me dat zijn gezicht betrok''.