IJzeren kanselier op afstand

Indrukwekkend zijn de tv-beelden waarop Jorien van den Herik probeert een snelle manier van communiceren aan te smeren. Zoals hij met zachte, maar heldere stem deze handelswaar aanprijst, terwijl we hem van de ene wereld naar de andere wereld zien reizen, dat is hem ten voeten uit. Zo schijnt hij nu te zijn. Zo bedaard, zo bescheiden, zo flexibel, zo weloverwogen pratend en zo helder kijkend. Zo was hij vroeger – pakweg vijf jaar geleden – niet.

Misschien is het zijn leeftijd (56), komt het door zijn rol als grootvader of heeft hij het eenvoudigweg niet meer nodig hoog van de toren te blazen. Feyenoord, de club die hij door schade en schande heen heeft proberen te loodsen, blijft ook zonder zijn straatvechtersuitingen de club die ze altijd is geweest. Van het nerveuze gedrag waarmee hij zich in de beginjaren van zijn voorzitterschap van het ene verbale geweld naar het andere spoedde, in de hoop zichzelf en Feyenoord aanzien te geven, rest weinig meer.

Van den Herik lijkt tegenwoordig de verwikkelingen rondom Feyenoord te bezien met pas verworven filosofisch inzicht. Vanuit de hoogte kijkt hij patriarchaal neer op de terugkerende mechanismen die tussen mensen in de voetbalwereld ontstaan. Vanuit een hotelkamer in den vreemde, waar hij een van zijn vele zaken doet, volgt hij de club die een beetje van hem is. Wanneer hij weer eens terug is in de turbulente atmosfeer van de enige echte stadionclub die Nederland kent, dringt hij zich niet meer op. Overdreven publiek vertoon is voor de armen van geest. Van den Herik als dubbelgebruinde quizmaster boter-, kaas- en eierenspelletjes of als overgecoiffeerde presentator van lief- en leedshows op de tv? Nee, niet meer.

De Feyenoord-organisatie heeft poten gekregen, de identiteit heeft bij de fanatieke aanhang aan duidelijkheid gewonnen. Herkenbare helden met een Feyenoord-signatuur. Soms heeft het er schijn van dat Van den Herik met een gerust hart Feyenoord zijn gang laat gaan. Maar soms vragen we ons toch af of hij toch niet even dat markante hoofd om de hoek zou moeten steken. Als de voormalige ijzeren kanselier die ofschoon op leeftijd nog niets ontgaat. Want eerlijk gezegd: veel supporters van Feyenoord zijn steeds vijandig gezind en van oogstrelend voetbal is ondanks de landstitel van vorig jaar sporadisch sprake. Misschien moet hij toch eens het verweesde Argentijnse voetbalkind Julio Cruz op zijn zeejacht meenemen en hem op het nut van sportiviteit en sociale omgang wijzen. Misschien moet hij ook eens trainer Beenhakker duidelijk maken dat een dominee met een chagrijnig en verbitterd gezicht geen zieltjes wint. Integendeel, hij doet de mensen, moe van dat vermoeide gezicht en dat vermoeiende oudemannengeblaas, de kerk de rug toekeren.

Wanneer deze week Feyenoord naar Dortmund gaat in de hoop nog enige glans aan het verblijf in de Champions League te geven, houdt heel Westfalen zijn hart vast. Van den Herik mag dan in zijn wijsheid hebben besloten dat veiligheidshalve geen supporters met de club mogen meereizen, veel effect zal zijn besluit waarschijnlijk niet sorteren. De Duitse politie is zich aan het voorbereiden op een afschrikwekkende straatoorlog met Feyenoord-volgelingen. Het mag niemand verbazen als Van den Herik voor even uit het zachte cocon van filosoof en grootvader stapt, zich als vanouds in het strijdgewoel mengt en als een zoon van een baggeraarsgeslacht schreeuwt, moe van alle domheid: ,,En nu is het afgelopen, ik ben het zat, Feyenoord heeft zich vandaag opgeheven.''