Een Nederlandse primeur

Hilversum staat er bij zijn weten niet bij stil, maar de Haagse journalist Paul Waaijers wel. Voor de regionale zender Radio West viert hij volgende week het tachtigjarig bestaan van de radio met een rechtstreekse, twee uur durende uitzending. Zijn hoofdpersoon is de Haagse zenderbouwer ir. Hanso Schotanus à Steringa Idzerda, wiens pioniersrol in de geschiedschrijving wel wordt erkend, maar veel minder dan hij volgens Waaijers zou verdienen. ,,Ik vind het dan ook heel gek dat niemand verder iets aan die mijlpaal doet'', zegt hij. ,,Nou ja, dan doe ik het zelf maar.''

Idzerda was de man met de wereldprimeur. Al eerder was in diverse windstreken geëxperimenteerd met radio-verbindingen, maar hij begon op donderdagavond 6 november 1919 met een serie geregelde, draadloze uitzendingen voor iedereen die een ontvanger bezat. De eerste programma-aankondiging ter wereld verscheen een dag eerder als advertentie in de Nieuwe Rotterdamsche Courant. De uitzending duurde van 8 tot 11 en behelsde een Soirée-Musicale, met grammofoonplaten van de dichter-zanger J.H. Speenhoff en het komiekenduo Solser & Hesse, de militaire mars Turf in je ransel en thema's uit Rigoletto en De barbier van Sevilla. Het procédé was eenvoudig: in zijn werkplaats in de Beekstraat plaatste Idzerda de hoorn van de grammofoon voor de microfoon.

De uitzendingen, die mede ten doel hadden de verkoop van radio-ontvangers te bevorderen, vonden tweemaal per week plaats. Tot in Londen werd meegeluisterd naar deze Dutch Concerts. Idzerda adverteerde niet alleen in de NRC, maar ook in bladen van radio-amateurs. Om de hoge onkosten te bestrijden, vroeg hij de lezers om financiële hulp. Zijn slagzin: ,,Toont uw goeden wil, anders wordt de aether stil.'' Soms sprongen ook sponsors bij; de Maatschappij Zeebad Scheveningen betaalde de uitzending van een reeks concerten in het Kurhaus, de Nederlandsche Vereeniging voor Radiotelegrafie deed soms een duit in het zakje en zelfs het Engelse dagblad Daily Mail heeft hem een tijdje de helpende hand toegestoken.

Idzerda hield zijn dure liefhebberij echter niet vol. In 1924, vijf jaar na de start, ging hij failliet. Een jaar eerder was de Nederlandsche Seintoestellen Fabriek in Hilversum, een dochteronderneming van Philips, eveneens begonnen met reguliere uitzendingen. Uit dit initatief, onder leiding van verkoopchef Willem Vogt, groeide binnen enkele jaren het Nederlandse omroepbestel. Idzerda speelde daarin geen rol meer.

De pionier heeft nadien niet meer van zich laten horen. ,,Hij runde, samen met zijn vrouw, een pension aan de Nieuwe Parkweg in Voorburg'', zegt Waaijers, ,,en is eind 1944 door de Duitsers gefusilleerd.'' De oorzaak moet nog worden opgehelderd; het verhaal gaat dat Idzerda op straat enkele brokstukken van een bom opraapte en niet meteen gehoorzaamde toen hij werd gesommeerd om door te lopen. Maar dat alleen kan niet de reden voor een executie zijn geweest. Men vermoedt dat er ook iets met illegale zendactiviteiten of ander verzetswerk is geweest. Waaijers is nog doende met `het ultieme Idzerda-boek', dat volgend voorjaar verschijnt.

In zijn herdenkingsprogramma reconstrueert hij de eerste uitzending van tachtig jaar geleden, en ondervraagt getuigen die Idzerda nog hebben gekend: iemand die als negenjarige boven Idzerda woonde, iemand die als behanger in het pension heeft gewerkt, 's mans jongste zoon en enkele anderen. Ook kijkt hij terug op andere banden die Den Haag met de radio heeft gehad, zoals de piratenzenders in de jaren zeventig. ,,Een jongensdroom komt uit'', zegt hij. ,,Ik ben altijd een radiofreak geweest, maar kon door mijn spraakgebrek niet bij de radio komen. En nu mag ik een programma maken over de pionier van de radio.''

Radio West, zaterdag 6 november, 20.00-22.00u. en ook via Internet (www.rtvwest.nl)