Een gewetensvolle architect

In de openingsbeelden van de documentairefilm De man van staal, glas en hout loopt architect Hubert-Jan Henket met iets te grote passen en in rechte lijn over een prachtig groen grasveld. Hij telt hardop, 6, 7, 8,... en als hij aan het eind van zijn meetwerk is gekomen, constateert hij: ,,Dat wordt niks. Dat kunnen wij Rietveld niet aandoen.''

Het grasveld ligt in Arnhem in een parkachtige omgeving aan de Rijn en grenst aan het door Gerrit Rietveld ontworpen gebouw van de Academie voor Beeldende Kunsten dat uit 1963 stamt. Henket heeft het kwestbare, glazen academiepaviljoen onlangs gerestaureerd. In het verlengde van de restauratie kreeg hij de opdracht voor de uitbreiding van de Arnhemse Hogeschool voor de Kunsten. Voor dit nieuwe gebouw van 7.000 vierkante meter waarin de dansacademie moet komen, is het grasveld tussen statige bomen beschikbaar. De wijze waarop Henket wikt en weegt over deze moeilijke opgave, vormt een rode draad in de aantrekkelijke architectuurfilm van Niels Cornelissen.

Hubert-Jan Henket (1940) krijgt op 28 oktober de Prins Bernhard Cultuurfonds Prijs voor Toegepaste Kunst en Bouwkunst. Uit de film komt hij als een dankbare leerling van Aldo van Eyck naar voren. In bevlogen, maar steeds heldere taal leidt hij de filmmaker en de kijker langs zijn snelgroeiend oeuvre. Zijn betogen over `plekken' en `mensen die zich in die plekken moeten thuisvoelen' zijn aanstekelijk zonder ooit zwaarwichtig te worden. ,,Ons vak is gebruikskunst die balanceert tussen het utilitaire en het poëtische'', zegt hij naar aanleiding van zijn rechtbankgebouw in het oude hart van Middelburg. Rustig, met oog voor details, worden andere architectonische hoogtepunten uit zijn werk getoond: de uitbreiding van het Teylersmuseum in Haarlem en het nieuwe paviljoen voor toegepaste kunst van Boijmans van Beuningen in Rotterdam, dat vijf jaar na voltooiing een horecafunctie krijgt. Hij reageert op licht ironische toon, met teleurstelling, maar zonder enige rancume.

Tien jaar geleden richtte hij samen met de restauratie-architect Wessel De Jonge DOCOMONO op, een internationaal instituut voor documentatie en conservering van gebouwen van de Moderne Beweging. Wij zien de twee dwalen door hèt Nederlandse monument van deze beweging, het Hilversumse Sanatorium Zonnestraal, in 1928 ontworpen door Jan Duiker. Nu is het een roestige, lekkende en verzakkende ruïne die door Henket cum suis een nieuw leven wordt toegedicht. Wanneer dat nieuwe leven mag beginnen, hangt af van het geld.

De film van Cornelissen doet recht aan de gewetensvolle wijze waarop Hubert-Jan Henket het métier van de architectuur beoefent. We zien zijn inspiratiebronnen in Londense musea, in Cordoba en Siena, waar hij zijn oplossing biedt voor de uitbreiding van de Arnhemse kunstschool. Het gebouw moet onder de grond komen. Door een glazen dak kan je er van boven inkijken vanuit het Rietveldgebouw. Het klinkt opwindend, vooral als je bedenkt dat het om een balletacademie gaat.

De man van staal, glas en hout. Ned.3, 23.10-0.10u.