Bulgaarse kiezers uiten zich ontevreden

De in Bulgarije regerende centrum-rechtse partijen hebben in de tweede ronde van de gemeenteraadsverkiezingen een bittere pil te slikken gekregen: de neo-communisten hebben zich veel beter geweerd dan verwacht. Premier Kostov sprak gisteren van ,,een serieuze waarschuwing'' aan het adres van de regeringspartijen.

Kostovs Unie van Democratische Krachten (SDS) had gehoopt op een meerderheid in alle 27 provinciale hoofdsteden. Maar dat lukte slechts in elf steden. De neo-communistische BSP veroverde de meerderheid in veertien grote steden, de oppositionele sociaal-democratische partij Eurolinks kreeg de controle over twee provinciale hoofdsteden. In de 27 provinciale hoofdsteden woont 52 procent van de bevolking van Bulgarije.

De SDS en haar bondgenoten veroverden in totaal 101 gemeenteraden, de BSP 94, Eurolinks zeven en de DPS, de partij van de Turkse minderheid, veertien. In vergelijking met de gemeenteraadsverkiezingen van 1995 was dat voor de SDS geen slecht resultaat – de BSP beheerste 194 gemeenten – maar vergeleken met de parlementsverkiezingen van 1997, toen de neo-communisten werden weggevaagd, was het resultaat slecht.

President Petar Stojanov zei gisteren dat de Bulgaren ,,niet zijn teleurgesteld door de hervormingen, maar zijn teleurgesteld door ons, die de hervormingen uitvoeren, en door de manier waarop we ze uitvoeren''. De regering, zo voegde hij daaraan toe, moet onmiddellijk optreden tegen ,,corrupte, incompetente en zelfgenoegzame functionarissen, ongeacht hun verdiensten, om het openbare vertrouwen in de hervormingen te herstellen''.

Waarnemers wijten de slechte resultaten voor de SDS aan de pijnlijke gevolgen van de hervormingen in de vorm van verpaupering en werkloosheid, aan het onvermogen van de regering de corruptie uit te roeien en aan de steun van de regering voor de NAVO-luchtacties tegen Joegoslavië; die steun werd allerminst gedeeld door de Bulgaarse bevolking. (Reuters, AP, AFP)