Borst: Inenting artsen verplicht

Minister Borst (Volksgezondheid) wil medisch personeel verplichten zich te laten inenten tegen de ziekte hepatitis-B. Vorige week bleek uit een onderzoek door de Inspectie voor de gezondheidszorg dat een chirurg van het Sint Joseph Ziekenhuis in Veghel 29 patiënten met het virus heeft besmet. Een van hen heeft het virus overgedragen aan zijn partner, die aan de gevolgen van de infectie is overleden.

De Amsterdamse epidemioloog R. Coutinho schat dat in Nederland een op de tweehonderd snijdende specialisten drager is van het hepatitis B-virus. Dit zou neerkomen op ongeveer tien specialisten. Coutinho vindt dat zij moeten stoppen met opereren als uit onderzoek blijkt dat het risico van overdracht op een patiënt te groot is, zo zei hij zaterdag in het dagblad Trouw. Evenals minister Borst is Coutinho voorstander van een wettelijke vaccinatieplicht voor de omstreeks tweeduizend snijdende specialisten. Nu is volgens hem slechts de helft van alle specialisten ingeënt.

Hepatitis-B, een vorm van geelzucht, kan worden overgebracht door bloedvermenging en niet-steriele injectienaalden. Behalve de snijdende specialisten loopt daarom ook ander personeel in de gezondheidszorg een verhoogd risico het virus op te lopen en over te dragen. In juli besloten minister Borst en staatssecretaris Hoogervorst (Sociale Zaken) al werkgevers te verplichten hun personeel de mogelijkheid te bieden zich te laten inenten. De Algemene Nederlandse Politievereniging (ANPV) drong onlangs aan op de mogelijkheid van inenting voor politiemensen.

Een woordvoerder van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam zegt niet tegen een wettelijke verplichting te zijn, maar het niet echt nodig te vinden. ,,Wij hebben de afgelopen tien jaar geen enkele besmetting gehad. We adviseren iedereen al bij zijn aanstelling dringend zich te laten inenten. Niet alleen de chirurgen en verpleegkundigen, maar ook bijvoorbeeld het schoonmaakpersoneel en het laboratoriumpersoneel. Een hoog percentage doet dat ook.''

De inenting slaat echter niet altijd aan. Volgens Coutinho werkt hij niet in drie tot vier procent van de gevallen, zelfs niet bij herhaling. In het AMC wordt daarom ook zeven maanden na een inenting gecontroleerd of men voldoende antistoffen tegen het virus heeft ontwikkeld. De woordvoerder van het ziekenhuis kan niet zeggen wat er gebeurt als dit niet zo is.

De chirurg uit Veghel was in 1985 ook ingeënt, maar had het virus vermoedelijk daarvoor al opgelopen. De ziekte had zich nooit bij hem geopenbaard. De man is sinds februari met ziekteverlof.

Overdracht van het hepatitis-B-virus door chirurgen heeft naar alle waarschijnlijkheid plaats via snijwondjes in de handen. Overigens komt besmetting in de `omgekeerde richting'', van chirurgen en ander medisch personeel door patiënten, volgens de AMC-woordvoerder vaker voor. Hepatitis-B is goed met medicijnen te behandelen, maar lijdt soms tot een chronische leveraandoening.

Onderzocht wordt of nog meer patiënten zijn besmet door de chirurg uit Veghel, die ook opereerde in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam, het Academisch Ziekenhuis in Groningen en een ziekenhuis in het Duitse Kleef. Geopereerde patiënten zullen worden opgeroepen voor een bloedonderzoek.