VROEGE INTERVENTIE HEEFT 20 JAAR LATER NOG ALTIJD EFFECT

Ook twintig jaar later profiteren kinderen uit problematische milieus nog altijd van een intensief educatief hulpprogramma dat zij in hun vroege jeugd hebben gevolgd. Dit blijkt uit een follow-upstudie van het Abecedarian Project door onderzoekers van de universiteit van North Carolina te Chapel Hill. Het onderzoek werd gedaan in opdracht van het Amerikaanse ministerie van Onderwijs dat de studie afgelopen donderdag vrijgaf (zie www.fpg.unc.edu/bc). Het is voor het eerst dat het effect van voorschoolse educatie na zoveel jaar is geëvalueerd. Nederlandse evaluaties van vergelijkbare interventieprogramma's liepen altijd veel korter.

In 1972 werden voor het Abecedarian project 111 baby's geselecteerd uit arme, meest zwarte gezinnen uit de buurt van het Frank Porter Graham Child Development Center in Chapel Hill, North Carolina. Een willekeurige helft van de groep kreeg intensieve begeleiding in het tweede tot en met vijfde levensjaar. Het ging om een aan de individuele behoeften aangepast programma, gericht op stimulering van sociale, emotionele en cognitieve ontwikkeling – veelal in de vorm van spelletjes. De andere helft kreeg `gewone' kinderopvang. Na 20 jaar deden nog altijd 104 van de kinderen mee aan het onderzoek.

De kinderen werden getest op 12-, 15- en 21-jarige leeftijd. De vroeg-gestimuleerden scoorden daarbij consequent hoger op cognitieve testen, rekenen en taal dan de andere kinderen. Ook op 21-jarige leeftijd blijken ze op een groot aantal criteria beter te scoren dan hun `gewone' tegenhangers. Van de eerste groep heeft 35 % een universitaire opleiding voltooid of is er nog mee bezig, van de ongestimuleerden is dat

14 %. Van de gestimuleerden heeft 65 % een baan, bij de anderen is

dat 50 %.

Er zijn overigens geen significante verschillen in het behalen van een middelbare-schooldiploma en in misdaadpercentage. Wel krijgen de gestimuleerden gemiddeld twee jaar later een kind dan de anderen, pas op hun 19e in plaats van op hun 17e. Een opmerkelijk bijeffect is dat de moeders van de gestimuleerde kinderen (vooral als deze moeders erg jong waren) ook profiteerden van het hulpprogramma: ze hebben nu een hoger onderwijsniveau en vaker werk dan de andere moeders.