Vette grappen, foute pakken

Eind jaren tachtig klopte Giancarlo Parretti aan bij Crédit Lyonnais Bank Nederland. Of hij geld kon lenen voor de overname van filmproducent Cannon. Vorige week werd hij in Italië gearresteerd wegens zwendel en hangt hem uitlevering aan de VS boven het hoofd. Hoe een onbeschofte macho een filmbank uitkleedde en de reputatie van Hollywood te gronde richtte.

Zelf noemde hij het, tijdens een diner of om de spanning in een vergadering te breken, de `een-dollar club'. Wie een dollar betaalde zo luidde de grap, kon er lid van worden, een plaatsje krijgen in de Gulfstream IV privé-jet en zich op grote hoogte laten verwennen door een starlet of een van de andere betaalde meisjes die onderweg waren opgepikt. Er stond niet voor niets `69GP' op de staart van het vliegtuig: GP voor Giancarlo Parretti uiteraard en `69' refererend naar het desbetreffende seksuele standje.

Voormalig directeur van bioscoop en productiemaatschappij Cannon in Nederland Jan Bruinstroop kan zich de afloop van zo'n vlucht nog levendig herinneren. Het moet ergens begin 1988 zijn geweest, Cannon-regisseur Menahem Golan draaide in Hongarije de film Hanna's war, een van zijn dik-hout-zaagt-men-planken drama's, met Maruschka Detmers in de hoofdrol. ,,We zaten in een vergadering op het hoofdkantoor van Crédit Lyonnais Bank Nederland in Rotterdam met de banktop toen ik apart werd genomen door een secretaresse. Er waren problemen bij de douane in Rotterdam met een meisje dat die ochtend was aangekomen met Parretti vanuit Hongarije. Ze was overstuur en had geen papieren, niks. Ik heb haar opgehaald en een kamer geboekt in het Marriot. Diezelfde avond hadden we daar een diner en Parretti begon waar iedereen bijzat handtastelijk met haar te worden. De volgende ochtend toen ik haar ophaalde zat ze bont en blauw geslagen in de gang met een doos schoenen. Ze was nog geen negentien.''

Losse handen, vette grappen, foute pakken: zolang Giancarlo Parretti (57) nog rondwandelt is de mediterrane macho voor uitsterven behoed. ,,Hij droeg een brede das zoals in Toscane de carbonari, de kolenboeren gewend zijn te dragen'', herinnert partner in zaken Florio Fiorini zijn eerste ontmoeting in 1986 met Parretti. ,,Een oberkelner, iemand die snel twee kroketten en biefstuk uit zijn hoofd af kan rekenen'' oordeelde de filmfinancier en toenmalig CLBN-bankier Frans Afman na afloop van de enige keer dat hij langdurig met de Italiaan had onderhandeld. Maar ook een gevaar. ,,Deze man zal geheel op eigen kracht onze filmfinanciering om zeep brengen'', waarschuwde Afman naar eigen zeggen de banktop van CLBN.

,,Pure slechtheid'', oordeelt Peter Hoffman verbitterd. De voormalig topman van Hollywood-producent Carolco, die ondermeer met de The Terminator een grote hit scoorde, zag voor zijn ogen hoe de Italiaan een ravage achterliet in Hollywoods amusementsindustrie. Net als vele anderen verdween de onafhankelijke producent Carolco van de kaart nadat CLBN zich uit de filmfinanciering terugtrok. Geen bank waagde zich nog in het gat van de markt te stappen dat de bank achterliet. Hoffman: ,,Parretti heeft een prachtige filmbank vernietigd en de reputatie van Hollywood voor jaren zwart gemaakt.''

Koning van de Indies

Twaalf jaar geleden klopte Parretti bij de Rotterdamse bank Crédit Lyonnais Bank Nederland (CLBN) aan voor geld. Negen jaar geleden nam hij de legendarische filmstudio MGM over met behulp van de bank. Een half jaar later ging de operatie ten onder in een chaos. En vorige week werd de Italiaan gearresteerd in een boerderij nabij zijn woonplaats Orvieto waar hij een vermageringskuur aan het volgen was. Parretti's voormalige partner Florio Fiorini werd een dag later aangehouden in Milaan.

De Amerikaanse justitie vraagt Italië om hun uitlevering in wat wordt beschouwd als de grootste fraude-zaak die ooit in Hollywood plaatsvond. Met de overneming van MGM alleen al is 2,6 miljard gulden gemoeid. Volgens cijfers van de Franse Rekenkamer zouden beide Italianen uiteindelijk voor een bedrag van tien miljard gulden aan leningen hebben ontvangen, waarvan een groot deel werd verkregen via malafide transacties.

De schade die Parretti veroorzaakte, strekt daarbij veel verder dan het filmwereldje van klatergoud. In Parijs droeg het schandaal rond de Italiaan in belangrijke mate bij aan de ondergang van de bankreus Crédit Lyonnais, ooit Europa's grootste handelsbank. In Nederland werd de internationale filmfinanciering van de toenmalige dochter CLBN – inmiddels overgenomen door De Generale Bank – volledig weggevaagd. Met een portefeuille van 1,2 miljard dollar aan filmleningen (MGM en de rest van de investeringen in het imperium van Parretti en Fiorini niet meeregrekend) was de bank begin jaren negentig verreweg de grootste financier van de onafhankelijke filmproducenten in Hollywood.

Op een terras van hotel Shutters aan het brede strand van Santa Monica, Los Angeles, zucht voormalig CLBN-bankier Frans Afman eens diep als de naam Parretti ter sprake komt. ,,Ik ben niet meer bitter over deze zaak'', bezweert hij. ,,Ik heb het inmiddels wel verwerkt.'' Frans Afman verliet de bank als directeur van van de Entertainment business division in 1988 om op verzoek van het bankbestuur als onafhankelijk adviseur de bank terzijde te staan. ,,Ik heb dat gedaan onder de uitdrukkelijk voorwaarde dat ik niets met Parretti te maken wilde hebben'', aldus de voormalige bankier. In 1991 verbrak hij definitief de banden met CLBN. Nog steeds is Afman – tegenwoordig voorzitter van het Nederlands filmfestival in Utrecht – met enige regelmaat voor zaken te vinden in Hollywood. Maar de gloriedagen van weleer, toen Afman als `de koning van de Indies', de grootste financier van de onafhankelijke filmproducenten in Hollywood, vrijwel dagelijks in de colommen van Variety en The Hollywood Reporter was terug te vinden zijn definitief voorbij.

Afman kwam in de jaren zeventig via filmproducent Dino de Laurentiis in contact met de filmwereld. Hij maakte kennis met een financieringsmethode waarbij een deel van het productierisico van een film werd afgedekt door voorschotten van de distributeurs. De bankier slaagde er in een deel van de markt te veroveren dat door de meeste banken als exotisch en gevaarlijk werd gemeden: met hun onvoorspelbare opbrengsten golden films als glad ijs voor financiers.

Afman bleek een goede neus te hebben voor filmscripts. Zijn eerste project was Three Days of the Condor, een thriller van regisseur Sydney Pollack. De film was een kassucces. Afmans superieuren binnen de bank waren tevreden. De bankier mocht doorgaan.

Steeds meer onafhankelijke producenten in Hollywood klopten aan bij de Rotterdamse Slavenburg's Bank, die inmiddels door de Franse bank Crédit Lyonnais was overgenomen. Van de Rambo-films met Sylvester Stallone, Oscar-winnaar Platoon van regisseur Oliver Stone tot Total Recall van Paul Verhoeven: de financiering werd verzorgd door Afman, wiens naam steeds vaker op de aftiteling van de films verscheen.

Financiële vraatzucht

De Franse eigenaars van de bank konden in die jaren wel een opsteker uit Rotterdam gebruiken. Met de overname in 1981 van Slavenburg's Bank had Crédit Lyonnais zich immers een onaangenaam probleem op de hals gehaald. Vlak daarna barstte een schandaal bij Slavenburg los, dat het Nederlandse financiële wereldje op zijn grondvesten deed schudden. De bank bleek te hebben meegewerkt aan het witwassen van zwart geld.

De Fransen waren woedend. De toenmalige president van Crédit Lyonnais noemde de voormalige Nederlandse leiding van zijn nieuwe filiaal ,,een bende criminelen''. Tot overmaat van ramp bleek de bank bleek vol verborgen verliezen op de financiering van onroerend goed.

Georges Vigon was door Parijs in Rotterdam benoemd als bestuursvoorzitter om het puin te ruimen. Vigon – een voormalige paratrooper in het vreemdelingenlegioen van wie het verhaal de ronde deed dat hij met zijn blote handen een man zou hebben gedood tijdens de Algerijnse oorlog – zag de mogelijkheden voor filmfinanciering en richtte een aparte bankdivisie op onder leiding van Afman, die de schandalen binnen de bank had overleefd. De Fransen in de banktop kregen steeds meer belangstelling om zelf in de filmfinanciering te stappen.

Die financiering kwam pas goed op gang toen Crédit Lyonnais onder president Jean-Yves Haberer snelle expansie als prioriteit aanmerkte. Haberer, die in 1988 door de socialistische minister Pierre Bérégovoy benoemd werd, wilde dat de bank zich zou ontwikkelen tot een speler op wereldschaal. Klaargestoomd in de beroemde École Nationale d'Administration, bleek de nieuwe president te beschikken over wat door waarnemers werd omschreven als ,,een dodelijke combinatie van overwelmende ambitie en gierende incompetentie''.

De financiële vraatzucht van Crédit Lyonnais zou resulteren in de massale aankoop van dubieus onroerend goed en wilde avonturen met zakenlieden als de Brit Robert Maxwell en de voorzitter van Olympique Marseille, Bernard Tapie. De investeringen bleken vrijwel zonder uitzondering desastreus. Crédit Lyonnais moest de afgelopen jaren voor 120 miljard franc, 40 miljard gulden, door de Franse staat gesteund worden om een totale ondergang te voorkomen.

Een megalomane bankpresident die de bestuurder van zijn filiaal de vrije hand gaf: Parretti had zich geen beter decor kunnen wensen toen hij in 1987 samen met Florio Fiorini zijn debuut maakte bij de Nederlandse CLBN. Beiden waren gepokt en gemazeld in de corruptie en politieke vriendjespolitiek die Italië in de jaren ervoor in zijn greep hadden. In zijn vaderland had Parretti een spoor achtergelaten van de berooide en geplunderde boedels van een voetbalclub en een krantenuitgeverij. Zijn conduitestaat meldde twee gevangenisstraffen wegens geknoei met boekhoudingen en aanklachten wegens geweldpleging en fraude.

Nadat hij min of meer Italië was ontvlucht vestigde Parretti zich in Frankrijk. Dankzij oude vriendschapsbanden met de Italiaanse socialistische minister van Buitenlandse Zaken Gianni de Michelis ontwikkelde hij er een nering als zakenman en zelfbenoemd manusje van alles voor de Italiaanse socialistische partij. Fiorini, een briljante goochelaar met cijfers en bedrijfsconstructies, had voortijdig zijn carrière moeten staken als internationaal financieel directeur van de Italiaanse staats-chemiereus ENI. Zijn positie werd onhoudbaar nadat hij tot over zijn oren verwikkeld was geraakt in het politiek-financiële schandaal rond de Banco Ambrosiano en de P-2 loge.

Na zijn ontslag bij ENI week Fiorini uit naar Zwitserland waar hij een leeg bedrijfje van het Vaticaan, Sasea, met behulp van een aantal Europese financiers uitbouwde tot een omvangrijke houdstermaatschappij. Samen met Parretti stond hij klaar om zijn jarenlange ervaring op een nieuw terrein aan te wenden.

Onbeschoft

Het was opmerkelijk genoeg de Franse film Bernadette over het leven van de gelijknamige Maagd van Lourdes, die Parretti en Fiorini in contact bracht met het Nederlandse Crédit Lyonnais. De paus kwam met tranen in zijn ogen uit de audiëntie in zijn privé-theatertje waar hij in het bijzijn van Parretti de film zag bij wijze van voorpremiere. Buiten het Vaticaan liepen de emoties echter minder hoog op; afgezien van in Lourdes zelf had Parretti als producent de grootste moeite om zijn productie af te zetten. Via zijn Franse distributeur kwam hij in contact met de Israelische regisseur Menachem Golan en diens neef Yoram Globus: als iemand raad wist met dit soort films dan waren zij het wel.

Golan en Globus hadden een reputatie hoog te houden bij het regisseren, produceren en verkopen van onwaarschijnlijke pulp-films. In 1979 hadden de Israeliërs de productiemaatschappij Cannon opgekocht om een voet aan de grond te krijgen in de VS. De koop was rondgekomen met behulp van een bescheiden lening van Slavenburg's Bank. De filmproducties van het Cannon van Golan en Globus werden doorgaans neergesabeld als `A1-stinkers' of `banale kitsch'. Maar soms waren er successen, zoals Runaway Train of Fons Rademakers' De Aanslag, waarop de studio weer een tijd op vooruit kon.

Met het sein vanuit Parijs onvoorwaardelijk op groen gaf bestuursvoorzitter Georges Vigon bovendien steeds ruimer baan aan de financiering van het Israelische duo. Cannon groeide onmiskenbaar, maar financiële discipline was niet de sterkste kant van Golan en Globus. Bankier Frans Afman trachtte tevergeefs enige orde in Cannon te brengen, maar raakte als gevolg van de boekhoudkundige achterstanden verwikkeld in een onderzoeksprocedure die de Amerikaanse beurstoezichthouder naar de onafhankelijke producent had ingesteld.

Terwijl Golan het aantal producties stevig wilde opvoeren, wilde Afman naar eigen zeggen dat Cannon eerst enige tijd pas op de plaats maakte. Op dat moment meldde Parretti zich om de gehavende studio op te kopen.

Tijdens het filmfestival van Cannes, 1987, in de zakensuite van het Carlton hotel die Cannon traditioneel afhuurde, werd Afman door Golan en Globus voorgesteld aan Parretti. In een nauwelijks te begrijpen mengelmoesje van talen bood Parretti aan Cannon over te nemen. Gaandeweg werd evenwel duidelijk dat de Italiaan niet bereid was enig eigen geld in de transactie te stoppen. ,,Eerst snapte ik het niet door dat vreselijke Frans van hem. Maar later begreep ik dat hij me probeerde om te kopen'', herinnert de bankier zich. `Afman, wat verdien je bij de bank', zou de Italiaan luidkeels hebben gevraagd.

Parretti bood aan desnoods drie keer zo veel te betalen als de bankier de overname van Cannon zou financieren. `Ik ben bang dat ik niets voor u kan betekenen', zo maakte Afman de Italiaan uiteindelijk duidelijk.

Parretti ontstak in woede. De volgende morgen, dreigde de Italiaan, zou hij naar Rotterdam vliegen en zorgen dat Afman ontslagen werd. Hij kon zich de reis besparen, reageerde Afman koeltjes. Georges Vigon was juist die ochtend gearriveerd in zijn buitenhuis in Nice. De volgende dag had Vigon een ontmoeting met de Italiaan. Er werden zaken gedaan. Voortaan zou Vigon – voor het uitvoerende werk bijgestaan door bestuurslid Jaques Griffault – Cannon onder zijn hoede nemen.

Wat volgde was een financiële schelmenroman, een parodie op de fusie- en overname-gekte van de jaren tachtig en negentig. Parretti en zijn zakenpartner Fiorini kochten Cannon, probeerden tevergeefs het Franse Pathé Cinema over te nemen en slaagden er uiteindelijk in de Amerikaanse filmstudio MGM/UA op te kopen. CLBN betaalde uiteindelijk voor dat alles en voor veel meer: voor de twee privé-vliegtuigen die de Italianen er op na hielden, de 18 miljoen gulden kostende villa van Parretti in Beverly Hills, het bijbehorende wagenpark, waaronder de donkerbruine Rolls Royce, voor een eigen restaurant en een eigen discotheek.

Parretti gedroeg zich daarbij of niet híj diep in de schulden zat bij CLBN, maar de bank bij hèm. Ex-Cannon-directeur Jan Bruinstroop: ,,Parretti was zich altijd extreem onbeschoft als hij op de Coolsingel was. Dan ging hij achter het bureau van Vigon zitten, trok gewoon de laden open en pakte er wat dossiers uit waar hij dan in begon te bladeren. `Krijgt die ook krediet van jullie', riep hij dan. `Dan kan ik ook wel wat meer krijgen'.''

Nepschilderij

Na jaren iedere verantwoordelijkheid categorisch van de hand te hebben gewezen, erkende de inmiddels geprivatiseerde bank Crédit Lyonnais vorige week officieel dat drie niet met name genoemde bankiers met de Franse nationaliteit – een in het hoofdkantoor in Parijs, twee bij CLBN in Rotterdam – door Parretti en Fiorini werden omgekocht. De verdenkingen gaan daarbij vooral in de richting van Georges Vigon en CLBN-bestuurslid Jacques Griffault, die beide vanaf het begin het nauwst bij de financiering van de Italianen betrokken waren.

De omkoping vond plaats tijdens het groots opgezette kerstfeest in 1988, in de villa van Parretti te Beverly Hills. Georges Vigon bekende eerder in een verhoor dat hij en zijn familie — op doorreis naar het eiland Bora Bora, Tahiti — met de privé-jet van Parretti werden overgevlogen naar Los Angeles. Eerdere publikaties in het Amerikaanse weekblad Fortune suggereren dat Vigon en Griffault tijdens het Kerstfeest pakketten aandelen hebben gekregen. Ook kreeg Vigon een schilderij dat volgens Parretti een Picasso was. Waarschijnlijk betrof het een vervalsing.

Niet iedereen is even tevreden met de verklaring dat het omkopen van de bankiers met wat aandelen, een nepschilderij en vliegtuigreisjes de meest zwaarwegende oorzaak is geweest van de miljardenstroom aan leningen uit de kassen van CLBN. Voormalig Carolco-topman Peter Hoffman vermoedt dat vanuit Parijs de opdracht werd gegeven om de geldkraan open te zetten. ,,Vigon was altijd een keiharde bankier. Het is de corrupte socialistische top van de bank geweest die er achter zit en de boel kapot heeft gemaakt.''

De leningen zouden aan de Italianen zijn verstrekt als wisselgeld voor opdrachten van Crédit Lyonnais van de Italiaanse overheid, zo luidt een van de beweringen. De voormalige minister Gianni DeMichelis, goed bevriend met Parretti, zou daarbij als intermediair hebben gefungeerd. DeMichelis zou overigens later voor soortgelijke karweitjes in de gevangenis belanden. En dan is er nog de lang-sluimerende verdenking dat de hele affaire een dekmantel is geweest voor een omvangrijke witwas-operatie van zwart geld afkomstig van de georganiseerde misdaad.

Beide Italianen gingen uiteindelijk nog sneller ten onder dan ze waren opgekomen. Halverwege 1991 werd Parretti door het Franse Crédit Lyonnais uit zijn filmimperium ontzet wegens omvangrijk wanbeleid. Fiorini bracht drie jaar door in de Geneefse Champ-Dollon gevangenis wegens fraude bij het faillissement van zijn Geneefse houdstermaatschappij.

Parretti kwam na zijn arrestatie van vorige week afgelopen woensdag weer op vrije voeten. Justitiële kringen in Italië betwijfelen of hij ooit aan de Verenigde Staten zal worden uitgewezen. Net als in de afgelopen decennia lopen er immers nog een aantal rechtzaken tegen hem in Italië. Zolang die niet zijn afgewikkeld, zo is de redenering, kan Parretti niet worden uitgewezen. Het juridische gerommel heeft de Italiaan er overigens niet van weerhouden een aantal nieuwe projecten op stapel te zetten. Naar verluidt doet hij zaken in de Oekraïne. En daarnaast is het het plan voor een grandioos thema-pretpark nabij zijn woonplaats Orvieto waarbij het oude Rome nagebouwd moet worden.

Dit is het tweede en laatste deel van een korte serie. Deel een verscheen gisteren in het Economie-katern