Tsjetsjeens dilemma

DE BOMMEN bereiken nu ook het centrum van de Tsjetsjeense hoofdstad Grozny. Bij een aanval op een markt zijn donderdag honderden burgers gedood of gewond geraakt. Rusland ontkende aanvankelijk categorisch elke verantwoordelijkheid. Maar gisteren gaf de generale staf toe dat er, in het kader van de geprogrammeerde vernietiging van de rebellen, een ,,speciale operatie'' was uitgevoerd tegen een ,,markt'' waar tussen de meloenen ook wapens werden verhandeld. De staatsveiligheidsdienst FSB en premier Poetin ontkenden die verklaring vervolgens weer. Volgens hen zou het gaan om een lokale criminele afrekening, dan wel om een provocatie om de Russen in een kwaad daglicht te stellen. Intussen werd de Tsjetsjeense gezant in Moskou gearresteerd omdat hij een pistool, islamitische documenten en een stafkaart van Tsjetsjenië in bezit zou hebben. En even later ontplofte een flat in Kaspisk, een stad in de naburige republiek Dagestan. Een dagje Rusland eindigde, zoals vaker, in complete verwarring.

De oorlog om Tsjetsjenië is een politiek-economische conflict. Het draait om financiële belangen, macht en rancune. De Kaukasus, altijd al de zieke onderbuik van het Russische Rijk, vervult net als begin deze eeuw een sleutelrol in de winning en distributie van olie uit de rijke bronnen in de Kaspische Zee. Rusland kan het zich niet veroorloven dit gebied op te geven. Op het internationale vlak schurken de Russen daarom meer en meer tegen de Iraniërs aan, die evenmin willen dat de lokale en buitenlandse olieconcerns rond deze binnenzee de kaarten vrijelijk kunnen schudden. In het eigen Russische huis is een onafhankelijk Tsjetsjenië helemaal ondenkbaar. Er loopt al een pijpleiding van Azerbajdzjan naar Roemenië, zonder dat Rusland daarop greep heeft. Bij een eventueel verlies van Tsjetsjenië blijft Moskou met lege handen achter. Als deze dominosteen valt, kan de rest van het gebied ook gaan wankelen. Want Tsjetsjenië is niet alleen een paradijs voor `outlaws', maar ook voor die radicale islamieten die in het centrum van de moslimwereld de laatste jaren successievelijk zijn uitgerangeerd en nu hun kansen in de periferie beproeven. Dat de gewapende strijd in Tsjetsjenië het publieke imago opvijzelt van premier Poetin, de tot voor kort onbekende KGB'er die door president Jeltsin is uitverkoren als zijn opvolger, is ook nog eens mooi meegenomen.

Behalve op macht lijkt Moskou ook uit op wraak. De generaals hebben hun les van de desastreuze oorlog van 1994-96 geleerd en daarom besloten Tsjetsjenië eerst vanuit de lucht murw te bombarderen of uit te roken. Want op de bijna honderdduizend soldaten, die de weerbarstige republiek hebben omsingeld, kunnen ze niet vertrouwen. Tweemaal per dag een bord pap is onvoldoende om de vechtlust op te peppen.

DE TSJETSJEENSE oorlog plaatst Rusland én het Westen voor ingewikkelde dilemma's. Rusland omdat de interventie een schending is van het akkoord dat Jeltsin in 1996 zelf heeft gesloten met de toenmalige Tsjetsjeense leiding. Het verdrag van Chasav Joert uit dat jaar voorzag niet in onafhankelijkheid van Tsjetsjenië (die kwestie werd tot 2001 opgeschort). Maar het voorzag wel in een wapenstilstand, het terugtrekken van de Russische troepen, de vorming van een coalitieregering in Grozny en een soort van herstelbetalingen om de verwoeste Tsjetsjeense economie weer een beetje vlot te trekken. Er is niets van terecht gekomen, mede door toedoen van Moskou. Bovendien heeft Rusland geen geld in kas voor een langdurige strijd. Poetin wil in de begroting extra middelen reserveren voor de strijdkrachten. Die moeten worden opgebracht door de belastingbetaler (een onbekend fenomeen in Rusland) óf monetair gefinancierd, met alle inflatoire gevolgen van dien.

Voor het Westen is de strijd in de Kaukasus net zo gecompliceerd. De feitelijke zelfstandigheid, die Tsjetsjenië in 1996 bevocht, heeft het nooit erkend. De territoriale integriteit van de Russische Federatie is het uitgangspunt gebleven.

Nu de oorlog uit de hand loopt, begint de buitenwereld in het openbaar bezorgd te spreken. Secretaris-generaal Annan van de VN heeft zich gisteren in dat koor gevoegd. In Helsinki maande de Europese Unie, die ruim 2,5 miljoen gulden ter beschikking heeft gesteld voor de opvang van de 200.000 vluchtelingen, de Russische regering bij monde van de Finse premier Lipponen dat ze een ,,dialoog'' moet beginnen met ,,alle gelegitimeerde leiders'' in de Kaukasus. Vooral die laatste toevoeging was koren op de molen van Poetin, die niet wenst te praten met Maschadov, de nominale president van Tsjetsjenië die in Russische ogen ,,bloed aan zijn handen'' heeft.

EEN ECHTE vuist kan de EU derhalve niet maken. Dat blijkt alleen al uit het feit dat Moskou niet naar Brussel hoeft te komen, maar Brussel de tenten in Helsinki opslaat voor een gesprek met Moskou. Elke directe poging om Tsjetsjenië in de Veiligheidsraad op de agenda te krijgen, zal getroffen worden door een veto, althans zolang Moskou nog optimistisch is over een militaire oplossing van deze ,,binnenlandse aangelegenheid''. In die zin gaat een vergelijking met Kosovo niet op. En indirecte financiële sancties tegen Rusland kunnen alleen via het IMF gestalte krijgen en zullen dus gefiatteerd moeten worden door de Amerikaanse regering.

Slechts de Raad van Europa en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), waarvan Rusland lid is, resteren. Dat Moskou de orde in de Kaukasus wil herstellen, kan de toets der kritiek wellicht doorstaan. Maar dat daarbij de mensenrechten worden geschonden, biedt deze multilaterale fora een handvat. Veel moeten we daarvan niet verwachten. Het gebrek aan realiteitszin en coherentie in het Rusland-beleid van de EU wreekt zich weer eens.