Struikelend door het leven

Het lijkt wel of Remco Campert geen schrijver is. Hij schrijft al meer dan vijftig jaar, dus hij kan zichzelf met recht een schrijver noemen. Maar als hij zich in het openbaar vertoont, geïnterviewd wordt of voorleest, denk je niet meteen: dat is een schrijver. En dat komt zelden voor, bij de schrijver. Die neemt zichzelf vaak zo serieus dat zijn schrijversschap even onmiskenbaar moet zijn als de rook van zijn pijp.

,,Het heeft tien jaar geduurd voordat ik besefte dat ik een schrijver was'' zegt Campert in de documentaire Remco Campert, een Zondagskind, gemaakt door Tom Rooduijn ter gelegenheid van Camperts zeventigste verjaardag (28 juli). Het was genetisch bepaald dat hij er een zou worden, met een grootvader en een vader die schrijver waren. Toch zat zijn vader, die in 1943 in een concentratiekamp werd vermoord, zijn carrière in de weg: ,,Toen ik vrij jong begon te publiceren werd hier en daar gefluisterd: dat is omdat hij het zoontje van Jan Campert is.''

Van zijn vader heeft hij zijn onrust en slordigheid, vertelt Campert. Aan zijn moeder, de actrice Joekie Broedelet, heeft hij zijn nuchterheid te danken. ,,Die nuchterheid behoedt je voor allerlei onzinnige ideeën over de geroepenheid van de kunstenaar.''

Een buitenstaander, een verlegen man, een melancholicus – dat zijn Camperts karakteristieken die steevast opduiken in interviews.

Ook in de jongensclub van kunstenaars die later de Vijftigers zou gaan heten – toen evenzeer onderschat als nu overschat – ging Campert zijn eigen weg. ,,Een fijne, woeste tijd'', zegt hij in een opname uit 1965, ,,maar de experimentele theorieën hebben niet echt invloed op me gehad. Ik heb ze ook niet echt begrepen.'' Elburg, Schierbeek en Kouwenaar bewonderden de surrealisten en dadaïsten. Campert hield meer van `poëzie die gewoon klinkt', en van de Amerikaanse short story-schrijvers in The New Yorker. Het poëtisch-revolutionaire pathos dat hij in die dagen uitdroeg kon hij dan ook niet waarmaken. Daar was Campert zich wel van bewust, blijkens de titel Te hard geschreeuwd? van het beroemde gedicht waarin hij oproept tot:

een stem dwars door puinstof heen,

die glipt door de spijlen van het bedskelet,

die nooit de baard in de keel wil hebben,

die wil bevechten een groot geluk of ongeluk

(een klein geluk is geen geluk)

Campert zou juist in latere jaren, met bundels als Tot Zoens of Een mooie jonge Vriendin, excelleren in de beschrijving van klein geluk en verdriet, meestal van lullige mannen die struikelend door het leven gaan.

Campert zei ooit in een interview met Elsevier: ,,Ik heb wel een voorkeur voor verhalen waarin iets misloopt. Alles eindigt in machteloosheid. Dat zal wel iets zijn dat in me zit: het totale geslaagd zijn niet willen accepteren.'' En toch, zo blijkt uit de documentaire, is hij in dat niet geslaagd willen zijn uitermate goed geslaagd. Zonder het te willen, als een zondagskind voor wie het alle dagen feest was, heeft hij de status van gelauwerde, boven alle kritiek verheven schrijver, columnist en voordrachtskunstenaar bereikt.

Rooduijn probeert die opgelegde grootsheid nog wat aan te dikken door Campert te laten zien op het poëziefestival van Medellin in Colombia, waar hij als een soort popster wordt toegejuicht, door vrouwen én mannen, want ,,de mannen schamen zich daar niet om van poëzie te houden''.

Maar in het middelpunt staan, dat is niets voor Campert, zoals de beelden van zijn zeventigste verjaardag, in de tuin van zijn huis in Noord-Frankrijk, onbedoeld bewijzen.

Remco Campert, een Zondagskind, zondag, Ned.1, 18.32-19.29u.