Rechtspositie

De dopingzaak van de Ierse zwemster Michelle Smith krijgt een vervolg. In dat proces zal de rechtspositie van de sporter centraal staan. Terecht of niet?

Marcel Wouda, wereldkampioen 200 m wisselslag: ,,Iets klopt er niet in de zaak-Smith, maar vraag me niet wat. Het probleem met zaken als deze is dat zodra je naam op de een of andere manier met doping in verband wordt gebracht, je voor de buitenwacht schuldig bent. Ook een sporter heeft het recht om zich te verdedigen. Als jij op de plaats van een moordaanslag wordt aangetroffen, sta je weliswaar bovenaan de lijst met hoofdverdachten maar dat wil nog niet zeggen dat je die moord gepleegd hebt. In de sport werkt het wel zo. Daar moet je eerst je onschuld bewijzen. Lukt dat niet, dan hang je.''

Hein Verbruggen, voorzitter internationale wielerfederatie: ,,In het geval van Michelle Smith is eerder sprake van inschattings- dan van procedurefouten. Er is pas sprake van een procedurefout als de gemaakte fout het resultaat van het onderzoek beïnvloedt. Als je bij ons een handtekening linksonder een formulier moet zetten en je zet die krabbel rechtsonder, is er nog geen sprake van een procedurefout. Ik ken de reglementen van de zwembond niet, maar bij ons is de rechtspositie van een sporter uitstekend. De UCI staat ook nooit voor de rechter, de zwem- en atletiekbond vaak. Zij verdedigen hun mensen minder goed. Kijk naar atletiek: na een positieve A-controle word je geschorst, nog voor de B-controle heeft plaatsgevonden!''

Piet van der Molen, voorzitter Nederlandse atletiekunie: ,,Ik kan me niet voorstellen dat de controleurs in de zaak-Smith grote fouten hebben gemaakt. De mening van de heer Verbruggen deel ik in het geheel niet. De internationale atletiekbond IAAF heeft de zaakjes prima voor elkaar. De rechtspositie van de sporter bij de IAAF is ook absoluut niet zwak. Ook de KNAU is wat dat betreft prima georganiseerd, dat merkte ik wel tijdens de zaak-Troy Douglas. Onze procedures zijn in orde. Het is prima dat de rechtspositie van een sporter zo nu en dan onder de loep wordt genomen, al zou ik als ik de heer Vrijman was uitkijken voor mijn goede naam.''

Yves Kummer, rugbyer en lid atletencommissie NOC*NSF: ,,Inhoudelijk wil ik niet op deze zaak ingaan. Het recht moet z'n loop krijgen. In het strafrecht is het zo dat iemand pas wordt veroordeeld zodra zijn schuld onomstotelijk bewezen is. Zo zou het in de sport ook moeten zijn. Wellicht kan dit proces een bijdrage leveren aan de verbetering van de rechtspositie van de topsporter.''

Mr. G.J. Kemper, advocaat gespecialiseerd in mediazaken: ,,De regels van internationale sportbonden, zoals de zwembond, zijn vaak ingewikkeld en lang niet altijd logisch. Kijk naar de voetbalbonden UEFA en FIFA: ze leggen straffen op, maar hun procedures zijn lachwekkend. De ene sportbond heeft de zaken beter voor elkaar dan de andere. Sportorganisaties vallen onder het verenigingsrecht: hun regels en procedures kunnen afwijken van elders geldende regels. Alle heisa om Smith begrijp ik niet helemaal. Ik zie de fouten niet die tijdens de dopingprocedure gemaakt zouden zijn. Vooral de controleurs krijgen de schuld van Smiths schorsing. Instinctief zeg ik dat de poging van advocaten Vrijman en Dupont een minimale kans van slagen heeft. Of deze zaak een doorbraak in het sportrecht kan betekenen? Dat kan alleen als een rechter concludeert dat het reglement van de bond niet deugt.''

Cees-Rein van den Hoogenband, lid medische commissie Europese zwembond LEN: ,,Over de affaire-Smith kan ik weinig zeggen, want als lid van de Europese zwembond begeef ik me dan op glad ijs. Het is echter noodzakelijk om de rechtspositie van een sporter aan de kaak te stellen. Als vader van een zoon die topsport bedrijft (zwemmer Pieter, red.) en clubarts van voetbalclub PSV zie ik de enorme risico's die sporters nemen. Wat betreft de dopingproblematiek is het voor een sporter heel moeilijk om bij een bond zijn gelijk te halen. Sportjuristen zouden zich eens over dit fenomeen moeten buigen. Als een sporter deel uitmaakt van een goed georganiseerde bond, heeft hij weinig te vrezen. Bij minder goed geleide bonden ligt dat anders. Als de Nederlandse zwembond met een affaire als die van Michelle Smith geconfronteerd zou worden, zou ik niet weten of de bond daar goed mee om zou kunnen gaan.''