Opa's gouden handdruk

Een echtpaar uit IJsland woont al een paar jaar in Holland, in een huurhuis, en tobt al een poosje over twee bekende problemen: de aankoop van een huis en de oudedagsvoorziening; met name de koppeling van hun spaarloonregelingen aan een lijfrentepolis. Ook twijfelen zij over de lengte van hun verblijf in Holland. Het is niet uitgesloten dat een van hen of beiden teruggaan naar het vaderland.

Een makelaar raadde af om een huis in Amsterdam te kopen. Veel te duur. Toch fixeren ze zich op een eigen huis. Niet verstandig. Bij een emigratie is een eigen huis een blok aan het been. Daarbij betaal je in sommige gebieden veel te veel. En wat is er eigenlijk tegen een huurhuis in een prettige buurt met aardige buren? Koop je daarentegen een huis in een mindere buurt tussen een stel lawaaikezen, wat vaak achteraf pas blijkt, dan kan je geen kant meer op. Dus: gewoon blijven huren. Vrijheid, blijheid.

Een verzekeringsman stelt de IJslanders voor om de maandelijkse spaarlooninleg te gebruiken (deblokkeren) voor een lijfrentepolis en zo hun pensioentekort te verminderen. Nu accepteert de fiscus die deblokkering binnen de verplichte vier jaar blokkering, maar in het nieuwe belastingsysteem (IB2001) niet meer. Zelfs niet bij een aantoonbaar pensioentekort. Een onjuist voorstel derhalve, althans gezien de IB2001.

Pas wanneer het paar beslist zich hier te vestigen, komen eventueel meerjarige verbintenissen aan de orde. Voorafgaand aan die beslissing kunnen zij iedere maand geld op een spaarrekening zetten, om het zo te beschermen tegen een bij vertrek onwelkome waardevermindering. Wellicht bestaat er in IJsland een voordelige spaar/beleggingsconstructie, als alternatief.

Een briefschrijver/grootvader heeft wat meer armslag betreffende de financiële toekomst van zijn dochter (26 jaar) en kleindochter (3 jaar). Zijn dochter werkt, maar moet zelf voor haar pensioen zorgen. Hoe kan zij dat het beste doen, rekening houdend met IB2001?

Zij kan een lijfrenteverzekering sluiten en de premies aftrekken van haar belastbare inkomen. Dat mag nu, en straks ook nog. Maar: weinig vrijheid, blijheid. Stel dat zij over een paar jaar gaat werken voor een bedrijf met een royale pensioenregeling, dan moet zij haar kaarten daarop zetten. De privé-polis is dan een portemonneebinder. Mogelijk overschrijdt ze de voorgestelde 70 procent pensioennorm.

Meer flexibiliteit biedt deze bekende strategie. Laat iedere maand een vast bedrag overmaken naar een beleggingsfonds dat wereldwijd belegt in aandelen. Het koersrisico van zo'n belegging is niet groot, omdat het gaat om een langetermijnbelegging, en de fondsbeheerders van de verschillende banken elkaar scherp houden.

In de laatste vijf (mooie beurs)jaren behaalden die fondsen een jaarrendement (koerswinst - dividend) van gemiddeld circa 20 procent bruto. Voor de lange termijn ligt dat percentage mogelijk op 15 procent. Voor 20 tot 30 jaar (pensioenopbouw) op 10 procent. Het is een schatting. In IB2001 blijft het dividend onbelast, maar gaat er in box drie 1,2 procent vrb (vermogensrendementsbelasting) van de opgebouwde waarde af, per jaar. We stellen het nettorendement daarom op 9 procent. De pensioenopbouw in eigen beheer valt dus in box drie. Een lijfrentepolis daarentegen in de vrb-vrije eerste box. Helemaal logisch is dat niet, maar de verzekeringswereld treurt daar niet om.

Wie per jaar 1.200 gulden (100 gulden per maand) in een fonds stopt, en die 9 procent maakt, bezit na 20 jaar 67 duizend gulden. En 400 gulden per maand komt uit op 268 duizend gulden, viermaal zoveel. Na 30 jaar zit er ruim 700 duizend gulden in de pensioenpot. Daar kan je iets mee doen. Ook iets voor de IJslanders wanneer ze langer dan zeg vijf jaar denken te blijven?

Grootvader kan voor zijn kleindochter een vergelijkbare opzet maken, op een aparte rekening onder zijn eigen naam. Opa betaalt de vrb. De 100 gulden per maand komt tegen 9 procent na 15 jaar uit op bijna 40 duizend gulden. Hoe draag je die som op een vrije en blije manier, vrij van schenkingsrecht, aan haar over als zij meerderjarig wordt? Bijvoorbeeld zo.

Ze krijgt op haar verjaardag en op die van opa tweeduizend gulden in handen. Contant. Dat schept een warme band tussen die twee, hoewel deze gouden handdrukken vormen van betaalde liefde zijn. Ondanks die aderlating van vierduizend gulden per jaar, blijft het saldo in de pot doorgroeien tegen dezelfde 9 procent netto. Het duurt circa 25 jaar voordat de pot leeg is. Dan zijn er vast al achterkleinkinderen die opa kan binden. Zo verdien je als grootouder een foto in goudkleurige lijst op het dressoir van je nageslacht.