`Mensen haten verslaafden'

Dr. Alan Leshner verdeelt 85 procent van het geld dat wereldwijd aan onderzoek naar drugsverslaving wordt uitgegeven. Deze week was hij in Nederland en tekende een overeenkomst met Nederlandse onderzoeksorganisaties.

DRUGSVERSLAVING IS een hersenziekte. Dat is het centrale paradigma van het Amerikaanse National Institute of Drug Abuse (NIDA) waarvan Alan Leshner directeur is. Het NIDA is onderdeel van de National Institutes of Health, een conglomeraat van Amerikaanse overheidslabs en subsidiërende instanties van waaruit een groot deel van het biomedische onderzoek wordt gestuurd. Leshner had dit jaar 600 miljoen dollar te besteden.

Als u vanuit het idee van `verslaving is een hersenziekte' de in Nederland maatschappelijk en juridisch gehanteerde driedeling in softdrugs, harddrugs en maatschappelijk al lang geaccepteerde drugs als alcohol en tabak bekijkt, is dat onderscheid dan zinvol?

Leshner: ``Nee, voor ons wetenschappers is die indeling zinloos.''

Legt u dat de Nederlanders eens uit.

``Vanuit gezondheidsoogpunt is het niet goed om iets te doen dat slecht voor je is. Als we 5.000 jaar geleden hadden geweten dat alcohol - in de cijfers van nu - 100.000 voortijdige doden per jaar in de VS zou veroorzaken, dan zouden we het nooit legaal hebben gemaakt. Maar aangezien alcohol in de maatschappij is geïntegreerd, is het bijna onmogelijk om het weer te laten verdwijnen. Hetzelfde geldt voor nicotine. Als 200 jaar geleden bekend was geweest dat tabak zoveel - 400.000 per jaar zijn het er nu in de VS - voortijdige doden veroorzaakt, dan zouden we het roken nooit wettelijk hebben toegestaan.

``Wat betreft de middelen die in Nederland softdrugs worden genoemd. Het grote probleem hierin zijn de jonge mensen. Zij zijn niet in staat om weloverwogen keuzen te maken. Neem het marihuanagebruik. In de VS is de gemiddelde leeftijd bij het eerste gebruik 13,4 jaar.''

Mensen hebben in hun ontwikkeling hun periode van gevaarlijk leven nodig. Dat draagt bij aan de ontwikkeling tot evenwichtige volwassene.

``Ga dan bungee jumpen. Mijn zoon besloot om te gaan skydiven. `Je bent gek,' zei ik tegen hem. En hij zei: `het is beter dan drugs.'''

En is dat waar?

``Dat weet ik niet. Ik heb alleen verstand van drugs. Ik weet bijvoorbeeld dat 10 tot 12 procent van de mensen die marihuana gebruiken er aan verslaafd raken en je weet van te voren niet wie dat zullen zijn.''

En onder verslaving verstaat u dan?

``Het bestaan van de dwanghandeling om de drug opnieuw te gebruiken. Niet `ik wil het', maar `ik moet het', zelfs als dat negatieve consequenties tot gevolg heeft. Craving, de onthoudingsverschijnselen horen er in onze definitie van verslaving niet echt bij. Marihuanaverslaving voldoet aan die criteria.''

En hoe erg zijn die verslaafden er aan toe?

``Er zijn veel marihuanagebruikers die geen problemen ondervinden, maar marihuanaverslaafden hebben een beroerd leven.''Dus als u de Nederlandse politici en beleidsmakers een advies zou geven over het onderscheid tussen hard- en soft drugs zou u zeggen: er is geen verschil, schaf het onderscheid af en stop de tolerantie ten aanzien van tabak, alcohol en marihuana.

``Zulke adviezen geef ik niet. Mijn statement is: alcohol, nicotine, marihuana, cocaïne, XTC, heroïne zijn allemaal verslavende stoffen. De waarschijnlijkheid om er na eenmaal proberen aan verslaafd te raken is ongeveer gelijk. Als je het alleen op gezondheidsaspecten afweegt, moet je het verbieden. Een tolerant beleid ten aanzien van marihuana heeft altijd geleid tot een toegenomen gebruik. En tot toegenomen gebruik onder jonge mensen. Maar de volgende stap naar een politiek advies zet ik niet. Ik ben de wetenschapper.''

Wat is volgens u de gevaarlijkste drug in het rijtje alcohol, nicotine, heroïne, cocaïne, marihuana, XTC?

``Ik heb er niet een als gevaarlijkste bovenaan staan. Als je kijkt naar individuele consequenties dan is nicotine waarschijnlijk de schadelijkste. Als je echter kijkt naar de last die nicotineverslaafden 30 jaar in de maatschappij veroorzaken voordat ze aan longkanker overlijden, dan valt dat mee. Dan is heroïne maatschappelijk gezien veel schadelijker. Ik denk dat je appels en peren met elkaar moet kunnen vergelijken voordat je zo'n rijtje van schadelijk naar minder schadelijk kunt maken.''

Waarom is het zo belangrijk om drugsverslaving een hersenziekte te noemen?

``Wij willen laten zien dat drugsverslaving niet alleen een maatschappelijk onderwerp is dat vooral met criminaliteit te maken heeft. Het is ook een gezondheidsprobleem. En wel op drie manieren. Drugsverslaving beïnvloedt de gezondheid van de verslaafde, het beïnvloedt de volksgezondheid en het beïnvloedt de openbare veiligheid. Drugsgebruik bevordert de verspreiding van TBC, HIV, hepatitis en andere infectieziekten. En de criminaliteit van veel drugsgebruikers zorgt voor een gevoel van angst, stress en onveiligheid bij veel stadsbewoners.''

En waaruit blijkt dat verslaving ook echt een hersenziekte is?

``Je kunt geen aandoening hebben die je gedrag beïnvloedt - en dat is wat verslaving doet - waarbij je hersenen niet betrokken zijn in het ziekteproces. We kunnen tegenwoordig laten zien dat hersenen van drugsverslaafden blijvend veranderd zijn. Wanneer je eenmaal verslaafd bent ga je over naar een andere toestand. Je wordt een gedwongen gebruiker.''

U heeft het nu over verslaving als hersenziekte bij iemand die al verslaafd is. Maar heeft iemand die met drugs begint volgens u ook al een hersenafwijking?

``Nee. De parallel met een bekende ziekte is dat niemand bewust veel vet gaat eten om een hartaanval te krijgen.''

Als we deze parallel doortrekken: sommige mensen zijn genetisch voorbestemd om op jonge leeftijd een hartaanval te krijgen.

``Er is een grote genetische predispositie om verslaafd te raken. Ongeveer 50 tot 70 procent van de variabiliteit onder individuen om verslaafd te raken is genetisch bepaald. Maar je genen veroordelen je waarschijnlijk nooit om eenverslaafde te zijn. Er is druk vanuit de omgeving nodig om verslaafd te raken. Je raakt daarbij aan de vraag waarom mensen drugs gebruiken. Ik denk dat mensen om twee redenen drugs gebruiken. Een deel doet het simpelweg om zich lekker te voelen. Maar een ander deel heeft een andere reden. Zij voelen zich niet goed, of ze leven in slechte omstandigheden. Zij gebruiken drugs om hun stemming te normaliseren. Wij noemen dat zelfmedicatie. Het verschil doet er wel toe. Want tegen iemand die gewoon iets nieuws of spannends zoekt kun je zeggen: ga bungee jumpen, dat is beter voor je. Maar tegen iemand die zich niet goed voelt en in beroerde omstandigheden leeft kun je dat niet zeggen. Die is alleen maar bezig om zijn dag door te komen.''

Bij een hersenziekte ligt het voor de hand dat medicatie, of een combinatie van medicatie en therapie genezing zou moeten kunnen brengen. Maar veel succesvolle therapieën en veel medicijnen zijn er niet.

``Op basis van evidence van beschikbare medicatie en therapieën zeggen we dat een combinatie van gedragstherapie en medicijnen de beste therapie tegen verslaving is. Mijn instituut geeft per jaar 90 miljoen dollar uit aan de ontwikkeling van medicijnen tegen verslaving.''

En heeft u daar al enig succes mee gehad?

``We hebben de LAARM-therapie ontwikkeld. LAARM is een methodonachtige stof die als voordeel heeft dat hij niet dagelijks, maar om de paar dagen kan worden ingenomen. We hebben de combinatie van buprenorfine en nalaxon, die hopelijk in januari door de FDA voor gebruik wordt toegelaten, tegen opiaatverslavingen. Verder hebben we ongeveer 35 stoffen in klinisch onderzoek tegen cocaïne- en methamfetamine (XTC)-verslaving, maar die zijn naar het zich laat aanzien nog niet erg succesvol. We baseren ons medicijnonderzoek op het fundamenteel onderzoek. We denken dat dat in de toekomst steeds beter mogelijk zal zijn.''

Waarom moet uw instituut dat medicijnenwerk opknappen? Waarom ontwikkelt de farmaceutische industrie ze niet?

``Punt één is: stigma. Mensen haten verslaafden. Industrieën willen niet dat hun medicijnen of hun bedrijf met verslaving in verband wordt gebracht. De tweede reden is dat farmaceutische industrieën denken dat de verslavingsmarkt klein is. Zij zitten in de money-business. Het kost ongeveer 500 miljoen dollar om een medicijn op de markt te brengen. Dus je hebt een grote markt nodig om dat terug te verdienen. Dat is waarom wij veel ontwikkelingswerk in partnerschap met de industrie doen.''

Wat vindt u van de experimenten in Nederland en eerder in Zwitserland waarbij heroïne als medicijn wordt voorgeschreven aan langdurige verslaafden?

``Hier wordt het als wetenschappelijk experiment gedaan. In Zwitserland niet. Het is geen programma om mensen te laten stoppen met heroïnegebruik. Het doel is om mensen weer te laten functioneren in de maatschappij. Het heeft een maatschappelijk effect en een volksgezondheidsaspect. De uitkomstmeting is daardoor erg complex.''

Het NIDA doet en subsidieert niet alleen onderzoek, het adviseert ook beleidsmakers en de politiek. Geeft dat geen conflicten? En beïnvloedt dat niet de richting van het onderzoek?

``Wij doen dat vanuit onze verantwoordelijkheid als bijna-monopolist. Wij verdelen 85 procent van het geld dat wereldwijd aan drugsverslaving wordt uitgegeven. Wij voelen daardoor de plicht om ook het publiek voor te lichten en we houden beleidsmakers en politici op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen. De vorm van onze contacten met beleid en politiek heb ik nauwkeurig vastgelegd. Als iemand ons een vraag stelt geven we het antwoord dat de wetenschap kan geven. Als iemand ons een mening over een politieke keus vraagt, geven wij niet thuis. Het beschermt mijn instituut. Ondanks het feit dat het gebied waar we ons mee bezighouden een zware politieke lading heeft, ervaar ik nauwelijks politieke druk op de richting van ons werk.''

Ook niet op de globale richting die het onderzoek gaat?

``Helemaal niet. Laat me een voorbeeld geven. De Amerikaanse regering staat het gebruik van federale gelden voor schone-naalden-programma's voor spuitende drugsgebruikers niet toe. Wij doen onderzoek naar zulke programma's. Met dat onderzoek tonen we aan dat je met het ruilen van gebruikte, tegen schone spuiten de verspreiding van HIV en hepatitis tegen gaat. Niemand zegt dat we dat onderzoek niet mogen uitvoeren. Sommige mensen worden zenuwachtig van de resultaten, maar dat is normaal. De richting staat niet onder druk. Dat was tien jaar geleden iets anders. Het kan over tien jaar ook weer anders zijn, maar nu is de situatie goed voor de wetenschap.''

Een jaar geleden hadden we hier een ex-generaal op bezoek die nu drugsadviseur is van de Amerikaanse president: Barry McCaffrey. In Nederlandse ogen is dat een ongenuanceerde en medogenloze hardliner die geen begrip opbrengt voor het Nederlandse softdrug-beleid en de heroïne-experimenten in ons land.

``Hij is politiek adviseur, ik ben een wetenschapper. Maar hij is geïnteresseerd in de wetenschap en probeert de politieke besluiten zo veel mogelijk op wetenschappelijke resultaten te gronden. Dat lukt nooit helemaal. In geen enkel onderwerp in de politiek. Dat tolereert het publiek ook niet. De mensen hebben meningen en daar zal een politicus rekening mee moeten houden.''

Bent u het eens met de manier waarop hij uw wetenschappelijke adviezen gebruikt?

``Tot nu toe wel. Niet in ieder detail. Sinds hij er is, is de advisering opgeschoven naar een meer wetenschappelijke benadering. Zijn voorgangers zagen het drugsprobleem alleen als een crimineel probleem, of alleen als een maatschappelijk probleem. Maar hij probeert het te integreren. Hij staat op het standpunt, en daar ben ik het mee eens, dat het een ingewikkeld probleem is waar geen simpele oplossing voor is.''

Vorig jaar beledigde hij de Nederlandse politiek met zijn opmerkingen over het Nederlandse drugsbeleid.

``Ach, niemand is perfect.''

Het NIDA, waar Leshner directeur van is, heeft een rijke website: www.nida.nih.gov.