Leren & Werken

Om uiteindelijk uit te komen waar ik naar toe wil, vraag ik u mij te vergezellen ver terug in de tijd, naar de jaren dat Cals minister van onderwijs was. Zijn ideeën, die uiteindelijk resulteerden in de Mammoetwet, werden ingegeven door het principe van de permanente educatie dat in de jaren daarvoor volop in de belangstelling was komen staan. Het zou in de toekomst allemaal anders worden. Vroeger werden huizen steen voor steen opgebouwd, straks kwamen de onderdelen uit de fabriek en hoefden ze alleen nog maar in elkaar te worden gezet. Kennis en vakmanschap, daar had je niet veel aan want ze zouden binnen de kortste keren alweer verouderd zijn.

Het aantal eindexamenvakken werd op basis van die gedachte gehalveerd. Het ging immers niet om de inhoud van de vakken als zodanig, maar om de principes die ten grondslag liggen aan het verwerven van kennis. Dus om wat nu wordt aangeduid met leren leren. Van dit principe getuigen de nieuwe namen waar die onderwijshervorming mee gepaard ging: mavo en havo, middelbaar en hoger algemeen vormend onderwijs. Algemene vorming als basis voor verder leren in beroep of op school.

Cals liep met zijn wet ver vooruit op de ontwikkelingen, want pas de laatste jaren is permanente educatie niet langer het alleenrecht van een exclusieve minderheid van hoog opgeleiden, maar een noodzaak die geldt voor het overgrote deel van de beroepsbevolking. Cals paste het onderwijs indertijd dus aan bij een realiteit die nog dertig jaar op zich zou laten wachten. Nu die realiteit er inmiddels is, zijn we tot het inzicht gekomen dat permanente educatie niet goed mogelijk is wanneer een gedegen fundament ontbreekt. Op een slappe ondergrond is het nu eenmaal niet mogelijk iets stevigs neer te zetten. Leraren in het voortgezet onderwijs en de docenten van alle vervolgonderwijs van hoog tot laag, van universiteit tot middelbaar beroepsonderwijs, hebben dit de afgelopen dertig jaar onafgebroken beweerd, maar omdat hun kritiek inhield dat het vroeger beter was, werd hun geweeklaag afgedaan als reactionair. Nu onderwijs weer belangrijk wordt voor onze kenniseconomie is de politiek er eindelijk toe overgegaan te luisteren naar wie het kunnen weten. Door de invoering van profielen, de verplichte keuze uit een beperkt aantal vakkenpakketten, is die fundamentele weeffout van de Mammoetwet inmiddels hersteld.

Permanente educatie: na school houdt het leren dus niet op, maar volgt een combinatie van werken met leren. Interessant nu is dat deze ontwikkeling gepaard gaat met wat je zou kunnen typeren als het spiegelbeeld hiervan. Gaat de periode van werken steeds meer gepaard met leren, de jaren van leren, gaan steeds meer gepaard met werken. Scholing en werken betreffen niet langer twee gescheiden levensfasen; ze vormen een tweeëenheid, waarbij het accent geleidelijk verschuift van voornamelijk leren naar voornamelijk werken.

Deze ontwikkeling heeft ingrijpende gevolgen voor de plaats die de school in het leven van de jongere inneemt. De school is niet meer de kern waar zijn hele leven om draait. Op steeds jongere leeftijd komt daar geleidelijk een tweede kern bij: die van het werk. Het eertijdse onschuldige bijbaantje is een serieuze zaak geworden waar de jongere naast financiële onafhankelijkheid, zelfbewustzijn aan ontleent. Daarmee wordt de school een gewone instelling, net als al die andere instellingen waar leerlingen werken en die eveneens een belangrijke bijdrage leveren aan de ontwikkeling van jonge mensen.